Milieuzorg in Bijbels perspectief

Vrijwel onbekend is de Bijbels-joodse opvatting over de relatie tussen mens en milieu. De onbekendheid omtrent Joodse opvattingen over het milieu betekent niet dat er in joodse kring weinig aandacht bestaat voor de milieuproblematiek. Onze Wijzen hadden al meer dan tweeduizend jaar geleden oog voor de omgevingsaspecten van het menselijk bestaan.
De belangstelling voor het milieu is in korte tijd van de zorg van enkelen uitgegroeid tot een wereldwijd verschijnsel. De recente grootschalige industriële en economische ontwikkelingen vormden de aanleiding tot een groeiende internationale bezorgdheid.

In de oudste midrasjiem – exegese – komt een opmerkelijke passage voor: `Nadat God Adam had geschapen, leidde hij hem rond in Gan-Eden – het Paradijs. `Aanschouw Mijn werken’, zei Hij, `zie hoe fraai alles is! Alles heb ik voor jou geschapen. Houd de natuur in stand en vernietig Mijn wereld niet. Want als jij onvoorzichtig omgaat met het milieu, is er niemand, die het kan herstellen’ (Kohellet Rabba 7, inhoudelijk weergegeven).

Wat een profetische wijsheid, welk een vooruitziende blik! Wie in de oude wereld millenia terug had kunnen bevroeden, dat het milieu wereldprobleem nummer één zou worden?

Verstoorde harmonieuze relatie tussen mens en natuur
Het conflict tussen de mens en de wereld om hem heen wordt door onze Wijzen gezien als een uitvloeisel van ’s mensens gevallen toestand van na het Paradijs. De `zondeval’ verstoorde de harmonieuze relatie tussen mens en natuur. `In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten’ (Genesis 3:19) luidde het goddelijk oordeel en sindsdien is de mens vervreemd van zijn omgeving, waarin de overige levende wezens die deze planeet bevolken, hun brood en beschutting direct uit de hand van de Schepper ontvangen. Het vernisje van onze beschaving is niet zozeer een uiting van ons vernuft maar eerder een gevolg van een fundamenteel gebrek aan harmonie met de natuur.

Milieuvervuiling in de Talmoed
Hoewel de term milieuvervuiling in de Talmoed nog niet als zodanig bekend stond, discussieerden Talmoedgeleerden 2000 jaar geleden reeds uitvoerig over problemen als geluidsoverlast, luchtvervuiling en schade door stank en trilling. De industrie in het oude Israël kon zich uiteraard niet meten met het Rijnmondgebied, maar op microniveau komen alle moderne problemen reeds ter sprake in tractaat Bawa Batra. Leerlooierijen, kalkovens en dorsvloeren waren vervuilers bij uitstek vanwege de stank, rook en het opwaaiende kaf. Deze vervuilende industrieën, hoe gering ook in onze moderne ogen, dienden buiten de steden gevestigd te worden of moesten zich aldaar hervestigen.
Vervuiling wordt in de halacha – joodse wet – gezien als een vorm van schade, zodat het principe, dat `de vervuiler betaalt’ zeker geen uitvinding van onze post-industriële samenleving genoemd kan worden. Actueel is de vraag of bijvoorbeeld bij `schade door rook of stank’ afkoopsommen geoorloofd en bindend zijn. Financiële compensatie-overeenkomsten tussen ondernemingen en omwonende gedupeerden kunnen door de overheid worden ontbonden. Het is wellicht een `eye-opener’ te ervaren, dat de zestiende-eeuwse Italiaanse rabbijn Daniël Estrosa zich reeds over deze problematiek gebogen heeft. In een historisch geworden responsum beval hij een abattoir, dat veel stankoverlast veroorzaakte, zijn deuren te sluiten hoewel het abattoir het recht op vervuiling van de buurtbewoners had afgekocht.

Afwentelingsproblematiek
Milieuproblematische ondernemingen kunnen gedwongen worden te verhuizen. Maar wie moet de verhuiskosten dragen? In principe moet de vervuiler hier voor opdraaien maar onder omstandigheden zou ook de gemeenschap zijn steentje moeten bijdragen. Deze afwentelingsproblematiek wordt vaak geïllustreerd aan de hand van een bekend responsum uit Turkije. Rabbijn Chaïm Palache werd in de achttiende eeuw geconfronteerd met een onaangenaam probleem. In het joodse getto werd een woonhuis te koop aangeboden. De immer actieve missie had belangstelling want reeds lang zochten zij een geschikte uitvalsbasis voor hun zendingsactiviteiten en wat is beter dan een `buurthuis’ midden in de joodse wijk? Daar `Gelt keine Rolle spielte’ boden zendelingen de joodse eigenaar een fabelachtige som. De huiseigenaar verkeerde in een enorme tweestrijd. Rabbijn Palache bood hem de helpende hand. Op basis van het gebod `al het kwaad uit ons midden te verwijderen’ bepaalde hij, dat het de huiseigenaar verboden was dit paard van Troje toe te laten. Het pand moest verkocht worden aan een jood. De winstderving werd vergoed door de bepaling van Rabbijn Palache, dat het prijsverschil door de gemeenschap gedragen diende te worden. De hele joodse gemeenschap diende bij te passen in het verschil omdat het in ieders belang was, dat de missie geen pied-à-terre zou krijgen binnen de joodse stadstaat. Mutatis mutandis zou dit ook kunnen gelden voor industrieën, waar iedereen voordeel aan ontleent.

Een goede milieu-infrastructuur voorkomt veel ellende. Ook de Tora doet aan stadsplanning. In Numeri 35:2-5 wordt voorgeschreven, dat rond de achtenveertig Levietensteden een ruimte van duizend el moest worden opengelaten als noi la’ier – stadsschoon, waar niet gebouwd mocht worden en waaromheen nog eens een gordel van tweeduizend el landbouwgrond gepland moest worden. Volgens Maimonides (1135-1204, Egypte) gold deze bepaling voor alle steden in het Heilige Land. Misschien wilde de Tora ook het ontstaan van gigantische stadsagglomeraties voorkomen.

Vervuiling: een moreel probleem
Milieuvervuiling wordt in moderne publikaties veel te technisch behandeld. Milieuproblematiek is veel meer een moreel dilemma. Aan de basis van iedere vorm van water-, grond- of luchtverontreiniging staat een onverantwoordelijk individu, dat zijn afval ten laste van de gemeenschap uitstoot en het niets kan schelen welk effect zijn milieumisdrijf heeft, zolang het hem maar uitkomt.
De bekende schrijver Aryeh Carmell wijst op een interessante coïncidentie van materiële en spirituele vervuiling, juist in onze dagen. Het is ironisch, betoogt hij, dat de wereldopinie volledig gepreoccupeerd wordt door milieuvervuiling maar er nauwelijks aandacht lijkt te bestaan voor de constante vervuiling van ons morele besef. Dag in, dag uit worden wij gebombardeerd met indrukken van geweld, seks en misdaad. Dr. Paul Ehrlich, een van de grootste ecologen uit onze tijd, sprak hierover reeds zijn bezorgdheid uit. Alleen met de Bijbel in de hand zijn wij in staat onszelf en onze kinderen te beschermen tegen de gevaren van de spirituele vervuiling, die de huidige westerse cultuur ons opdringt.

Reacties zijn gesloten.