De eerste exemplaren van Minhagee Amsterdam, een nieuw boek over Joodse gebruiken in de hoofdstad, zijn uitgereikt aan burgemeester Cohen van Amsterdam en bestuursvoorzitter Ronnie Eisenmann van de Joodse Gemeente Amsterdam.
Het boek Minhagee Amsterdam geeft een overzicht van joods-religieuze tradities en gebruiken in de hoofdstad door de eeuwen heen. Het boek wordt uitgegeven door het Nederlands Israëlitisch Seminarium.
Ma’amad
De overhandiging van het eerste exemplaar vond plaats in de Ma´amad van de Portugees-Israelitische Synagoge.
Opnieuw, evenals bij de eerste vestiging van de Hoogduitse Joden, gaven de Portugese geloofsgenoten daarmee onderdak aan hun Asjkenazische zustergemeente.
Aanwezig waren onder meer Curatoren en oud-Curatoren van het Seminarium, vertegenwoordigers van de Universiteit van Amsterdam en van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.
Verfijning
Curatoriumvoorzitter Baumgarten memoreerde dat sinds 1776, de grote immigratie van oosteuropese Joden, de Joodse bevolking groeide in aantal en er een verdere verfijning en toepassing van de gebruiken plaatsvond. De inhoud van het ’monumentale boek’ over de wijze van leven en vele gebruiken vond sinds die tijd brede toepassing. Hij roemde vervolgens het goede werk dat rector R. Evers had verricht voor wat Baumgarten omschreef als ‘een hoofdstuk uit de geschiedenis van Amsterdam’.
De rector van het seminarium, rabbijn Raph Evers, heeft de tekst uit het Hebreeuws vertaald en hem bewerkt. De basis van het boek zijn de ‘reglementen van de ceremoniële orde voor de synagogen der Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge te Amsterdam’ uit de jaren 1716, 1814 en 1901, maar er zijn ook andere schriftelijke bronnen gebruikt.
Kracht
Burgemeester Cohen noemde het ‘een groot genoegen en een hele eer’ om het boek in ontvangst te mogen nemen. “We hoeven elkaar niets te zeggen over de geschiedenis, alleen dat al is een reden om de gebruiken vast te leggen. De geschiedenis van de Amsterdamse Joden draagt in hoge mate bij aan de Nederlandse en Amsterdamse geschiedenis’, aldus Cohen. “Dit boek laat de kracht zien van de Joodse Gemeente in Amsterdam, waarmee ik heel blij ben.” Zich rechtstreeks richtend tot rabbijn Evers zei de burgemeester: ‘Jou in het bijzonder, wil ik feliciteren. Het moet een enorm werk zijn geweest.”
Dankbaar
Rabbijn Evers ging kort in op wat een minhag (gebruik) is en welke grote waarde er aan wordt toegekend. Hij toonde zich dankbaar in staat te zijn geweest om met de realisatie van dit boek een bijdrage te hebben kunnen leveren aan de voortzetting van de tradities.
Door de jaren heen heeft zich in de Joodse Gemeente Amsterdam een aantal religieuze gebruiken ontwikkeld die uniek in de wereld zijn. Die gebruiken zijn grotendeels nog tot op de dag van vandaag in de synagogen en in het gezinsleven terug te vinden. Zo wordt met joods nieuwjaar in Amsterdam een ander, sireneachtig geluid op de sjofar (ramshoorn) gemaakt dan in andere delen van de wereld.
Oprechte trots en vreugde
Ronnie Eisenmann, bestuursvoorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam, sprak van een gevoel van oprechte trots en vreugde bij de uitreiking van het eerste exemplaar van Minhagee Amsterdam. Het beschrijft de ‘rijkdom van onze gebruiken die nog steeds actueel zijn’. Eisenmann: “Onze minhagiem (gebruiken) zeggen zo veel over wie we waren, waar we vandaan kwamen, en wie we zijn.” Ook van hem ontvingen rector en curatoren felicitaties bij de verschijning van het boek. Hij benadrukte het belang van het Seminarium voor de Joodse Gemeente Amsterdam, als leer- en opleidingsinstituut.
Minneg Hamokum
Ook gaf hij aan dat blijkt dat de plaatselijke minhag te volgen een sterkere basis heeft dan de eigen minhag te volgen wanneer die vreemd is aan hetgeen plaatselijk de traditie is. Ter illustratie noemde hij de tefillien. De gebedsriemen hebben een doosje (huisje) dat perkament bevat met een Tora-tekst. In Amsterdam (Nederland) wordt op de tussendagen van Soekot en Pesach wel tefillien gelegd, in tegenstelling tot veel andere plaatsen. Degenen die een andere traditie hadden, kregen tefillien zonder perkament er in, van de sjoel uitgereikt. Om voor het oog te voldoen aan de plaatselijke minhag (traditie).
Tot besluit pleitte Eisenmann om het boek in de volksmond te noemen: minnek hamokum. Wat letterlijk vertaald betekent; plaatselijk gebruik, maar waar mokum ook het equivalent is voor Amsterdam, dus een duidelijk dubbele betekenis heeft.
Herinneringen
Het boek Minhagee Amsterdam (joods-religieuze tradities en gebruiken in Amsterdam) is een project van het Nederlands Israëlietisch Seminarium. In 1985 verzocht het Seminarium de heer S. Veder z.l. zijn herinneringen aan de joodse religieuze tradities in Amsterdam op schrift te stellen. Diens notities, alsmede diverse reglementen en ander bronnenmateriaal, werden uitvoerig uitgewerkt door rabbijn J. Brilleman uit Jeruzalem. Van de resulterende Hebreeuwse editie is nu de Nederlandse vertaling/bewerking door rabbijn mr.drs. R. Evers, rector van het Seminarium gereed. Hiermee is de inhoud toegankelijk gemaakt voor een veel bredere groep belangstellenden.
Brug
Het Nederlands Israëlietisch Seminarium draagt het boek op aan de Amsterdamse Joden die de Sjoa niet overleefden, in het bijzonder ook aan diegenen die als docent, medewerker of student vóór de oorlog met het Seminarium verbonden waren. Daarnaast wil het boek een brug slaan tussen de vooroorlogse en de huidige en toekomstige generaties van de Joodse Gemeente Amsterdam.
Bestellen?
Stuur een email naar boeken@nik.nl. Prijs: E 20,– excl. verzendkosten.