Parsja Simchat Tora Wezot haBeracha

Spiritueel leiderschap
Na de berachot (zegeningen) moest Mosje de berg Nebo beklimmen om het land Israël te bezien. Daarna wordt over Mosje’s grootheid gesproken en het overdragen van het leiderschap aan Jehosjoe’a: “Zoals Mosje, die Hasjeem gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er onder Israël geen profeet meer opgestaan” (34: 10). Leiderschap is uiterst belangrijk in het Jodendom.
Leiderschapskwaliteiten
De kwaliteit van leiderschap bepaalt het succes of falen van een organisatie. Dit geldt voor grote nationale organisaties, zoals het hele Joodse volk, maar is ook van toepassing op kleine groepen, zoals een sjoel.
Zonder volgelingen is er geen leider. Leiderschap kan alleen effectief uitgeoefend worden wanneer de mensen een gemeenschappelijk doel willen bereiken.

Joodse leiders
Vanaf Sjemot (Exodus) staat Mosje’s leiderschap centraal in de Tora. Pharao had bevolen dat alle Joodse jongetjes in de Nijl gegooid moesten worden, omdat zijn astrologen hem verteld hadden dat de Joodse leider met water gestraft zou worden. Terwijl Pharao op alle mogelijke manieren probeerde het leven van Mosjé onmogelijk te maken, gaf G’d desondanks aan de gebeurtenissen een dusdanige wending, dat Mosjé uiteindelijk opgevoed werd aan het hof van Pharao, onder de bezielende leiding van diens dochter Batja. De mens wikt maar G’d beschikt. Ondanks alle aardse leiders, leidt G’d uiteindelijk het universum. Hasjeem is het ultieme voorbeeld voor alle mensen, in Zijn wegen moeten we volgen. In de Tora en Misjna vinden we veel over spiritueel en sociaal leiderschap. Joodse leiders onderscheiden zich door een aantal karaktereigenschappen.

1. Opofferingsgezindheid
Er is een stijgende lijn in spiritueel leiderschap vanaf Noach tot Mosjé. Noach wordt een tsaddiek in peltz – een ‘heilige’ die alleen met zijn eigen religieuze ervaringen bezig is – genoemd. Noach kon niet voorkomen, dat zijn generatiegenoten omkwamen in de Zondvloed. Awraham stond al op een hoger niveau. Hij bad voor de mensen van Sedom, hoe slecht ze ook waren. Maar toen hij zag, dat G’d niet bereid was Sedom te sparen, stopte hij met zijn gebeden.
Toen het Joodse volk het Gouden Kalf gediend had, ging Mosjé nog een stap verder: “Als u niet naar mij luistert om het Joodse volk te vergeven dan kunt U mij schrappen uit de Tora, die U geschreven heeft”. Kijk, dit is de eerste en belangrijkste eigenschap van een Joodse leider: ware opofferingsgezindheid!

2. Betrokkenheid en 3. inspiratie
Mosjé was in staat zichzelf te verheffen en nam het hele volk met zich mee. Het verschil tussen Noach en Mosjé was, dat Mosjé geïnteresseerd was in de kleinste details van zijn naasten. Een Joodse leider moet natuurlijk G’dvrezend te zijn en een groot geleerde. Maar hij wordt pas ècht een leider, wanneer hij in staat is om de aardse behoeften van de ander tot zíjn spirituele doel te maken. De meeste problemen waarmee een Rebbe of Joodse leider tegenwoordig wordt geconfronteerd, zijn gewoon zakelijke, huwelijkse of opvoedingsproblemen. Een echte leider voelt mee met zijn mensen. Daarzonder kan hij op een hoog niveau staan maar is hij niet geschikt als aanvoerder van zijn volk. Een goede leider moet anderen kunnen inspireren door zijn eigen inspiratie te delen met anderen.

4. Dienstbaarheid en 5. Helikopterview
Het is niet eenvoudig, zowel de grote lijn als de kleine details vast te houden. Reeds aan het begin van het optreden van Mosjé werd deze kwaliteit – oog voor detail maar tevens een helikopterview – in hem duidelijk. De eerste keer dat hij ging kijken naar de ellende van zijn broeders, zag hij dat een Egyptenaar een Jood sloeg. Mosjé sloeg deze Egyptenaar dood. Maar de tweede keer, dat hij erop uit trok, zag hij twee Joden met elkaar vechten en gaf hij de agressor een stevig standje. Normaal zouden we verwacht hebben, dat wanneer er een gemeenschappelijke vijand is, we geen aandacht meer hebben voor interne ongeregeldheden en ‘binnenlandse’ problemen. Maar Mosjé Rabbenoe was in staat om te zien, dat beide bedreigingen moeten worden aangepakt, zowel van buiten als van binnenuit.

6. Onbaatzuchtigheid en 7. Eerbied voor voorgangers
Het einde van het lijden van de Joden kwam nabij. Mosjé aanschouwde het wonderlijke visioen van het brandende doornbosje, een symbool voor het Joodse volk. Hoewel dit constant in brand staat, gaat het nooit verloren en wordt het niet verteerd. Om Mosjé geen schrik aan te jagen – omdat hij nog onbekend was met profetische openbaringen – sprak G’d hem toe met zijn vaders stemgeluid. “Ik ben niet uw vader, riep G’d hem toe, maar Ik ben de G’d van uw vader en de G’d van Awraham, Jitschak en Ja’akov”. Mosjé begreep direct, dat zijn vader overleden was, omdat G’d zijn naam nooit met levende mensen verbindt. Zijn treur werd echter opgeheven door het feit dat zijn vader Amram in één adem met Awraham, Jitschak en Ja’akov genoemd werd. Mosje verheugde zich. Hij stond in een traditie en waardeerde zijn grote voorgangers. Hij voelde zich deel van de keten van de generaties. Het Jodendom wordt niet in één eeuw opgebouwd.

8. Haat autoriteit
Mosjé weigerde de opdracht. Hij wilde dat G’d Zelf het Joodse volk zou verlossen. G’d probeerde gedurende zes dagen lang Mosjé ervan te overtuigen het leiderschap te aanvaarden. Als we de presidentsverkiezingen in Amerika vergelijken met de houding van Mosjé valt ons op, dat een ware Joodse leider niet doet aan valse beloften en zelfverheerlijking, geen herstemming eist, noch populariteitsenquêtes entameert. Waarachtig leiderschap is bescheidenheid en opofferingsgezindheid.

Moreel, sociaal leiderschap
Moreel, sociaal leiderschap veronderstelt een integer, betrouwbaar, constructief, authentiek, beschermende en zacht leidende persoonlijkheid van de leidinggevende. Leiderschap eist een heldere visie op een gemeenschappelijke toekomst en een gedeeld ideaal als doel. Het omvat team-building, counseling, het omgaan met conflicten en het inspireren tot trouw en volgzaamheid. Leiderschap betekent ook: goede uitvoering van de taak waarvoor de organisatie werd opgericht. En die taak is in het Jodendom: Tora en mitsvot.

Practice what you preach
Direct na de uittocht uit Egypte werd het Joodse volk aangevallen door Amalek. De oorlog werd uitgevochten door Jehosjoe’a. Mosje stond te davvenen (bidden) en smeekte om G’ds hulp. Mosje was bovendien geen geweldige spreker. De Tora beweert zelfs dat hij een spraakgebrek had. Zijn leiderschapsstijl was bescheidenheid en zelfopoffering. Hij praktiseerde wat hij preekte.

Rolmodel
Mosje was in staat om deze houding van zelfopoffering aan zijn medemens over te dragen. Hij was in staat om aan zijn volk het gevoel over te dragen dat hij voor een zeer waardige zaak vocht omdat hij praktiseerde wat hij preekte. Hij was werkelijk zeer toegewijd aan zijn idealen. Dat maakte hem tot wat hij uiteindelijk was, een leider van de uittocht uit Egypte. Dit was de leiderschapsstijl van Mosje. Het is hem inderdaad gelukt om de slaven uit Egypte te veranderen in een volk van het Boek dat toegewijd was aan zijn idealen.

Leiding zonder structuur: de tsedaka-experience
Wanneer een leider gesteund wordt door zijn volgelingen, hoeft hij geen gebruik te maken van macht of van een taakstructuur om medewerking te krijgen. Bij tsedaka gaat het om vrijwilligheid, zowel bij het ontvangende fonds als bij de gulle gever.
Aan de ene kant is de leiderschapssituatie bijzonder moeilijk en vergelijkbaar met het voorzitten van een ouderraad, die een picknick moet organiseren `waar iedereen, van links naar rechts, van alle kleuren en geloven, van zal genieten’. De fondsenwerver heeft weinig invloed op het totaal van de gebeurtenis.
Aan de andere kant is liefdadigheid een bemoedigend werkveld want mensen willen graag bijdragen aan een goed doel. Maar soms zijn mensen bijzonder moeilijk te overtuigen. Dan is het vaak een zaak van de persoonlijke charme van de leider, die zijn volgelingen weet te winnen voor zijn doel.

Het Noach-gevoel
Soms krijgen de medewerkers in een liefdadigheidsvereniging een `Noach-gevoel’: het idee dat men alleen met het eigen doel bezig is zonder echt andere mensen te helpen, zodat de mensen het gevoel kunnen krijgen een soort ‘Tzaddik in Peltz’ te zijn. Soms krijgen medewerkers het gevoel dat ze mensen moreel dwingen te doneren zonder dat ze er iets voor terugkrijgen.
Maar de Joodse codex, de Sjoelchan Aroeg, verklaart dat niemand ooit arm is geworden door het geven van liefdadigheid. Uit liefdadigheid kan geen slechts of schadelijks voortvloeien. Zoals de profeet Jesjaja zegt: ’Liefdadigheid leidt tot vrede’. De Joodse codex voegt hier aan toe: als iemand medelijden heeft met de armen, dan zal de Almachtige medelijden hebben met hem. Bovendien leidt liefdadigheid ertoe dat slechte Hemelse besluiten worden opgeheven.

Liefdadigheidsargumenten
Je moet een donateur ervan overtuigen dat er een cyclisch patroon door de wereld waart – een soort rad van rijkdom en armoede: uiteindelijk zal ook iemand uit onze eigen omgeving of familie in een behoeftige situatie verkeren en de vruchten plukken van de donatie. Ook kan men benadrukken dat er een bekend oud gezegde is dat `meer dan de donateur doet voor de arme man, de arme man de rijke bevoordeelt’ doordat hij hem in de gelegenheid stelt om iets goeds en G’ddelijks te doen met zijn aardse geld.
Je verrijkt de donateur niet alleen op geestelijk niveau maar ook in materiële zin. Er is een bekend verhaal over Rabbi Jochanan, de grote Joodse leider, direct na de verwoesting van de Tweede Tempel, bijna tweeduizend jaar geleden, die de volgende uitspraak doet in een Talmoedische episode: Rabbi Jochanan kwam een klein zoontje van Reesj Lakiesj tegen en vroeg hem wat hij het laatst op school had geleerd. Het jongetje antwoordde hem:’Ik heb geleerd dat er in de Bijbel staat dat wanneer je een tiende weggeeft aan liefdadigheid, men het dubbele terug krijgt. Vertienen is verdienen. Wat is de betekenis van de dubbele Bijbelse uitdrukking van vertienen? Rabbi Jochanan antwoordde dat dat betekent:”Vertienen opdat je rijk zal worden” (want in het Hebreeuws heeft het woord ‘vertienen’ ook een bijbetekenis van ‘rijk worden’). De jongen vroeg:’Hoe weet je dat?’ Rabbi Jochanan antwoordde:’Ga het maar proberen!’ De jongen vroeg toen:’Is het dan toegestaan om G’d te testen? Er staat toch geschreven in de Bijbel: je zult G’d niet uittesten.’ Rabbi Jochanan antwoordde:”Dat is wat Rabbi Hosjia eens een keer gezegd heeft:’Tsedaka , liefdadigheid, is de uitzondering. Vanwege de vers (Malachi 3, 10): ’Breng alle tienden naar de opslagplaats (in de Tempel) zodat er voedsel is in Mijn huis. Probeer Mij maar uit hiermee, zegt G’d, Ik zal de ramen van de hemel voor jullie openen en een zegen over je uitspreiden totdat er meer dan genoeg is.” Fundraisen is het ultieme, spirituele leidinggeven.

Rijkdom is uit de Hemel
Vijftienhonderd jaar later komen we redacteur van de Misjna, de mondelinge leer tegen, Rabbi Jehoeda de Prins. De Talmoed vertelt dat Rabbi Jehoeda de Prins rijke mensen placht te eren. Maar waarom zou iemand die veel geld heeft meer geëerd moeten worden dan iemand die weinig geld heeft? Rabbi Jehoeda begreep dat rijkdom iemand niet zomaar toeviel. In feite zijn bezittingen gaven van G’d, die door Hasjeem worden toevertrouwd aan de mens gedurende zijn korte leven hier op aarde. Hoe groter de rijkdom, hoe betrouwbaarder de persoon aan wie het gegeven wordt moet zijn. Rabbi Jehoeda redeneerde dat het feit dat G’d deze man een dusdanig groot fortuin had gegeven of een dusdanig machtige positie had toebedeeld, zijn kredietwaardigheid in de ogen van G’d aangeeft. Daarom komt deze man of vrouw die eer toe.
Als je zo’n machtig of rijk mens tegenkomt moet je hem bewust maken van het doel waarvoor hij die rijkdom en macht gekregen heeft. Het goede doel is een verantwoordelijkheid voor iedereen. Ware het maar zo dat onze leiders en magnaten deze diepe morele verantwoordelijk zouden voelen, die hun rijkdom en macht met zich meebrengt. Alle mensen zijn voor elkaar verantwoordelijk is een principe die de hele mensheid met elkaar bindt. Wanneer de Talmoed vraagt hoe het mogelijk is om geen wraakgevoelens te koesteren ten opzichte van iemand anders, dan luidt het antwoord: als iemand bij het vlees snijden uitschiet en met het mes in de andere hand steekt, zou dan die gewonde hand wraak willen nemen op de andere hand door die hand ook te steken? Zeker niet. Want de handen maken deel uit van een en hetzelfde lichaam. Zo ook zijn alle mensen een groot lichaam. De collectieve verantwoordelijkheid voor elkaar komt in de Tien Geboden duidelijk tot uiting. Daar wordt ieder mens in het enkelvoud aangesproken. Niet in het meervoud want de gehele mensheid werd als één eenheid gezien.

Reacties zijn gesloten.