WAJAKHEEL (bijeenroepen): Mosje draagt op de Sjabbat te houden. Ook vraagt hij opnieuw om bijdragen in natura voor de bouw van de Woning. Naast Betsalel uit de stam Jehoeda wordt Oholiav uit de stam Dan als meester-bouwer aangesteld, naast alle andere deskundigen. Er wordt zoveel materiaal gebracht, dat Mosje laat omroepen dat er nu genoeg is.
PEKOEDEE (inventarisberekening): Mosje geeft een overzicht van alles wat er gedaan is met de gewijde gaven. Mosje zegent het volk. Daarna verneemt Mosje dat de Woning op de eerste van de maand Nisan moet worden opgezet. Mosje zorgt er voor dat alle onderdelen van de Woning op de juiste plaats terecht komen. Aharon en zijn vier zonen worden gekleed in de priesterkleding en worden gezalfd. Als alles klaar is daalt de Wolk op de Woning, ten teken dat G’ds glorie is neergedaald. Als de Wolk optrekt, reist het volk verder.
De hele gemeente werd bijeengeroepen om het belang van de Sjabbat te benadrukken.
Uit het Misjkan worden 39 creatieve activiteiten afgeleid, die het geraamte vormen van de verboden werkzaamheden op Sjabbat.
►Wat is het verband tussen Sjabbat en de Misjkan? Sjabbat is een dag van rust. We rusten van het dagelijkse werk. Het Joodse dagelijkse werk is kedoesja (heiligheid) creëren in deze aardse, fysieke realiteit. Ons levensdoel is G’ds Koninkrijk op aarde te vestigen. Het Misjkan was een grote concentratie kedoesja in deze concrete wereld.
Hasjeem wil, dat wij Hem erkennen, ook in de meest aardse bezigheden.
Maar eens per week imiteren wij G’d door alle aardsheid links te laten liggen en ons te concentreren op de essentie, waar het werkelijk om draait. G’d rustte en wij rusten.
G’d had deze rust niet nodig. Maar wij wel. Als we al te intensief bezig zijn met ons dagelijks brood, verliezen wij onze nesjomme, hoe hoog verheven onze intenties ook zijn. Juist door de Sjabbat laten we zien waar onze ambities werkelijk liggen.
Het doel en de middelen
►Grote heersers, zoals Napoleon, meenden, dat het doel alle middelen heiligt: ”Men kan geen ei bakken zonder de schaal te breken”. Als Stalin bevraagd werd over zijn desastreuze beleid, placht hij steevast te zeggen:”Waar gehakt wordt, vallen spaanders”. Bij ons heiligt het doel zeker niet de middelen.
►Het Joodse volk was enthousiast. Zij wilden direct met de bouw van het Misjkan, de Tabernakel beginnen. Het zou het zichtbare teken zijn, dat hen de zonde van het gouden kalf vergeven zou zijn. Het volk kon niet wachten. Volgens Rabbi Chaim van Volozhin (19e eeuw) konden onze Aartsvaders de Tora aanpassen aan hogere doelen. Dit kon omdat pas na Matan Tora (het geven van de Tora op de berg Sinai 3322 jaar geleden) de regels strenger werden omdat zij nu verplicht en bindend werden. Ook stonden onze Aartsvaders en –moeders op een geestelijk veel verhevener niveau dan wij en konden zij beter overzien wat zij deden wanneer zij een voorschrift uit de Tora vanwege een hoger belang aanpasten aan het verhevener doel.
►Sjabbat wordt niet terzijde geschoven voor de bouw van het Misjkan. Het verheven doel van het Misjkan laat toch geen ontwijding van de Sjabbat toe. Het blijft een afweging van waarden en normen. De Sjabbat wijkt wel voor pikoe’ach nefesj, levensgevaar. Een goed doel heiligt niet alle middelen. Soms is er zelfs geen duidelijk verschil tussen doelen en middelen. Vaak wordt een doel een middel en soms is een middel een doel. Het is aan G’d en niet aan de mens om de hiërarchie van waarden aan te geven.
►In de Midrasjiem, de verhalende achtergrondverklaringen wordt een aandoenlijk tafereel in de Hemelhoogte geschetst. De Sjabbat beklaagt zich bij G’d, dat zij aandacht te kort komt. De oudste verklaarders bedienen zich van een ‘masjal’, een parabel, om de psychische nood van de Sjabbat inzichtelijk te maken: “Er was eens een koning die totaal gepreoccupeerd was met de bouw van zijn nieuwe paleis. De koningin – de Sjabbat wordt vaak vergeleken met een vorstin – beklaagt zich over het liefdesverlies van haar man: ‘Je bent zo bezig met je architecten en de inrichting van je koninklijk verblijf, dat je mij totaal verwaarloost!’.
De koning was hevig geschrokken en richtte direct een groot banket aan ter ere van de koningin.”
►G’d zegt tegen het Joodse volk: “Hoe enthousiast jullie ook zijn over de bouw van dit nationale Huis van G’ddelijke inspiratie, toch is de Sjabbat belangrijker”. In de Tora is het eerste dat heilig wordt verklaard niet een boom, gebouw of berg maar een brok uit de tijd.
►Gedurende de zes werkdagen tonen wij onze werkmentaliteit, zetten wij de schepping naar onze hand. Omdat wij in onze Sjabbatrust G’d als het ware imiteren bij de Schepping (Imitatio Dei) is alleen creatief werk verboden. G’d rustte op de zevende dag maar alle atomen en hemellichamen draaiden gewoon door op Sjabbat. Zo ook moeten wij persoonlijk stoppen met werken maar mag het ons niet hinderen, dat de wereld om ons heen gewoon doordraait.
“Dit zijn de berekeningen van het Misjkan, de Misjkan van het getuigenis, die berekend werden op bevel van Mosje, door de dienst van de Levieten onder leiding van Itamar” (38:21).
In de vorige parasja Vajakheel was het Misjkan qua zilver- en koperwerk klaar. Mosje was verheugd dat hij rekening en verantwoording kon afleggen over de bestede kostbaarheden. Hij vreesde dat men hem anders zou verdenken van verduistering. Mosje wilde hier zelfs niet mee wachten totdat de kleren voor de kohaniem af zouden zijn, die pas na de afrekening in Pekoedee uitvoerig behandeld worden.
►Bij de berekening ontbraken echter 1775 sjekel zilver. Mosje kon zich niet meer herinneren wat daarmee gedaan was. Een stem uit de Hemel vertelde hem: ”En uit de 1775 maakte men duimen voor de zuilen en overtrok men de kapitelen en maakte men de omkransingen daaraan” (38:28).
De auteur van de Midrasj maakte hier gebruik van een grammaticale wending om aan te geven, dat er een stem uit de Hemel kwam, die duidelijk maakte, dat Mosje Rabbenoe niets in zijn eigen zak had gestoken: “Niet zo is mijn dienaar Mosje, in Mijn hele huis is hij vertrouwd” (Bemidbar 12:7).
►Mosje raakte een beetje in paniek toen hij die 1775 sjekel niet kon verantwoorden. Het volk begon te morren. Omdat de stem uit de Hemel bevestigde dat Mosje Rabbenoe in de ogen van G’d betrouwbaar was, verlangde het volk verder geen afrekening over de gedoneerde materialen.
►Volgens deze uitleg was er weinig vertrouwen tussen het volk en Mosje. Maar andere verklaarders stellen, dat Mosje zelf het initiatief nam tot de telling (zoals er ook staat in 38:21: “die berekend werden op bevel van Mosje”). Voor alle zekerheid had Mosje Itamar gevraagd om als waarnemer bij de telling aanwezig te zijn.
Misjkan was masjkon
►In de openingszin van Pekoedee staat twee keer het woord Misjkan. Volgens de Talmoed is dit een hint naar de twee Tempels. Het woord Misjkan lijkt op het Hebreeuwse woord ‘masjkon’ (onderpand). De twee Tempels werden door G’d genomen als onderpand voor de zonden van het Joodse volk bij de twee verwoestingen.
►De Misjkan wordt een Misjkan van het getuigenis genoemd, omdat het getuigt van het feit dat G’d de zonde van het gouden kalf had kwijtgescholden. G’d liet zijn Majesteit rusten onder Am Jisra’eel. Dat was een teken van vergiffenis. De zonde van het gouden kalf was echter alleen vergeven op voorwaarde dat ze niet zouden terugvallen in hun oude fouten.
Na het overlijden van koning Salomo, in de tijd van koning Jerovam, zoon van Nevat, maakte men weer twee gouden kalveren. Het heiligdom, dat als onderpand garant stond, zou verwoest worden. Maar het Joodse volk zou gespaard blijven, hoe zwaar ze ook gezondigd hadden. Het goud van het Misjkan zou verzoenen voor het goud van het gouden kalf.
►In de Midrasj Tanchoema wordt een andere reden gegeven waarom er twee keer Misjkan staat. Het heiligdom hier op aarde is ingericht tegenover het heiligdom Boven, de hemelse Tempel.
Het Misjkan werd in zijn totaliteit aan Mosje getoond op de berg Sinai. Dat was nodig omdat het aardse precies moest corresponderen met het Hemelse Heiligdom.
Alle aspecten van het aardse Misjkan kwamen overeen met de Hemelse Tempel. Niet dat ze ook geografisch precies tegenover elkaar lagen. Ze waren op elkaar afgestemd en ingetuned. In het Misjkan werd van Bovenaf het mystieke parallellisme tussen het aardse en het Hemelse gerealiseerd.
►De kleren van de kohaniem echter waren gemaakt ‘tot eer en tot pracht’ en dienden om de menselijke perfectie te symboliseren. Daarom staat daar regelmatig bij dat Mosje precies deed zoals G’d had opgedragen. Dit hoefde niet vermeld te worden bij het bouwen van het Misjkan omdat het Misjkan Mosje virtueel getoond werd. Dan is het veel makkelijker dat na te bouwen. Maar het replica van het Hemelse heiligdom had natuurlijk een veel hogere kedoesja (heiligheid).
►Daarom wordt eerst het Misjkan afgehandeld door de afrekening. Pas daarna komt de kleding van de kohaniem aan de orde. Contact met G’d door het Misjkan verheft de mens veel hoger dan de aardse perfectie van onder af, gesymboliseerd door menselijke kleding – hoe goed deze ook bedoeld is om G’d te dienen. G’d kunnen wij alleen werkelijk benaderen door G’d Zelf.