Korach 5770

Korach, Datan en Awiram en nog 250 man rebelleren tegen het leiderschap van Mosjé en Aharon. G’d wil de hele gemeenschap vernietigen maar laat alleen de aanstichters verdwijnen. De hele gemeenschap neemt dit Mosjé en Aharon kwalijk. G’ds woede ontbrandt en er breekt een plaag uit. Zeer velen sterven. Aharon doet verzoening voor hen, waarna de plaag ophoudt. Op bevel van G’d brengt elke stam een staf met de leiders naam naar het Heiligdom. De volgende morgen bloeit de staf van Aharon, waarmee zijn priesterschap is bevestigd. Kohaniem en Levieten worden verantwoordelijk gesteld voor de goede gang van zaken in het Heiligdom. De taken worden vastgelegd. De eerstgeborenen van mensen en van reine dieren zijn voor de Kohaniem. De eerstgeboren jongens bij de mensen moeten gelost worden, evenals de eerstgeboren ezel. De stam Levie krijgt geen land maar ontvangt de tienden van het volk. Hiervan geven zij weer een tiende aan de Kohaniem.

MACHLOUKES

“En zij verzamelden zich tegen Mosjé en Aharon en zeiden tot hen: jullie hebben genoeg gehad; want de hele gemeente, zij allen zijn heilig, daar G’d in hun midden is; waarom verheffen jullie je dan boven de vergadering van Hasjeem” (16:3).
Waarom probeerde Korach het gezag van Mosjé te ondermijnen? Rasjie (1040-1150) geeft aan, dat Korach bij een benoeming gepasseerd was en zich daardoor vernederd voelde. Nachmanides (Ramban) is het hiermee eens, maar voegt hieraan toe dat Korach eigenlijk ook de positie van Aharon, de Hogepriester, verlangde. Dit zien we ook duidelijk in de Toratekst want Mosjé vraagt aan Korach en de zijnen:”Willen jullie ook nog het priesterschap?” (16:10).

Op minimaal zes niveaus kunnen we intermenselijk van mening verschillen. Je kan het met je zelf of met je famile of vrienden niet eens zijn, je kan op gemeenteniveau ruziën, en ook provinciaal is machloukes mogelijk. De nationale en internationale conflicten kunnen we dagelijks in het nieuws volgen. Zo wil Iran inderdaad toch kennis bemachtigen om een kernmacht te worden.
Zij willen een verzekering tegen de `dreiging van Israël en de Verenigde Staten’. Het interessante bij conflicten is de projectie van vijandigheid op de ander. Projectie betekent, dat er bij jezelf een draadje los zit maar dat dicht je toe aan de `tegenpartij’. Als je zelf agressief bent, zie overal agressieve mensen tegen wie je moet ageren.
Korach was zo een man. Bezeten van heerszucht projecteerde hij zijn machtswellust op de enige mens, die oprecht nederig was, Mosje Rabbenoe.
Hij beschuldigde Mosje onterecht van misbruik van macht en verstrengeling van belangen.

Nepotisme

Hij was een opportunist en wachtte het juiste moment af. Iedereen was ontevreden en depressief na het debacle met de verspieders. Vrijwel niemand zou Israël bereiken. Ze zouden sterven in de woestijn. De Levieten moesten de bechoriem (eerstgeborenen) vervangen omdat deze laatsten niet onbezoedeld waren gebleven door het gouden kalf. Korach beschuldigde Mosje van nepotisme: de Levieten van zijn eigen stam had Mosje aangesteld ter vervanging van de bechoriem, die oorspronkelijk de priesters waren. De Levieten vonden het onprettig dat zij moesten dienen onder Aharons zoons, de kohaniem. Datan en Aviram vonden het vervelend dat het eerstgeboorterecht van hun stam Ruben overging naar de stam Joseef.
Efraïm en Menasjé kregen een deel in Israël alsof hun vader Joseef eerstgeboren was. Men vreesde dat Mosje de stam Joseef in Efraïm voortrok omdat Jehosjoe’a, zijn dienaar, afkomstig was van Efraïm. De “voornamen” en Korach waren allen bechoriem. Korach hitste hen op door te appelleren aan hun `kowed’-gevoel. Er is niets nieuws onder de zon.

Hemelsblauw

Korach was niet dom. Hij was zelfs een profeet. Hij voorzag dat zijn kleinkinderen dienst zouden doen in de Tempel. Dat was ook zo want zijn kinderen werden gered. Hij nam het risico, hulde zijn volgelingen in hemelsblauwe tallitot (gebedskleden) en vroeg: “Als een talliet helemaal hemelsblauw van kleur is, moeten er dan nog tsietsiet (schouwdraden) met een hemelsblauwe draad aan?”. Toen Mosjé de vraag positief beantwoordde, werd hij uitgelachen. Korach verweet Mosje al zijn leringen zelf verzonnen te hebben.
Volgens de halacha (de Joodse wet) moet een volledig hemelsblauw kledingstuk toch tsietsiet – schouwdraden met een hemelsblauwe draad – hebben. Die draad is inderdaad niet anders dan de overige draden. Toch heeft hij een belangrijke functie. Hij is geen onderdeel van het geheel maar hangt erbuiten. Buitenstaanders hebben een totaal ander perspectief dan insiders. Een leider moet een bepaalde afstand en objectiviteit bewaren. Hij mag zich niet laten leiden door allerlei persoonlijke belangen. Dat was Mosje.
Alleen Hasjeems eer
Aan het einde van de ruzie van Korach licht de Tora nog een tipje van de sluier rond Mosje’s persoonlijkheid op. We wisten al dat hij een heel krachtige persoonlijkheid moet zijn geweest want anders was hij niet bestand geweest tegen G’ds continue openbaringen. Een normaal mens kan dat intense contact met het Opperwezen niet aan zonder te sterven. Mosje kon van mond tot mond en van aangezicht tot aangezicht met G’d communiceren zonder totaal en accuut op te gaan in G’ds eindeloze liefde.
Nu leren wij, dat hij totaal belangeloos zijn volk leidde. Wanneer Mosje waarschuwt, dat de aarde Korach zal verslinden, zegt Mosje: ”Daardoor zullen jullie weten, dat deze mensen G’d versmaad hebben”. Mosje wilde niet zijn persoonlijke gelijk halen en aantonen, dat G’d hem gestuurd heeft. Zijn woordkeus is uiterst subtiel. Het gaat hem alleen om G’ds kowed. Wat een Jiddisje leider!
Geloofstwijfel
In zijn campagne tegen Mosjé ketterde Korach tegen het zevende en achtste geloofsprincipe van het jodendom, geformuleerd door Maimonides: het geloof in de unieke profetie van Mosjé en de G’ddelijke oorsprong van de Tora. Korach betwijfelde beide geloofspunten. Toen hij zei: “De hele gemeenschap is heilig. Waarom verheffen jullie je boven de gemeenschap van Hasjeem?” claimde hij dat de profetie van Mosjé niets bijzonders was. Korach verklaarde, dat Mosjé alle geboden uit zijn duim had gezogen. Daarmee stelde hij de G’ddelijke origine van de Tora ter discussie.
Reagerend op deze dubbele uitdaging heeft Mosjé aan G’d gevraagd om een wonder te verrichten zodat alle Joden zouden weten
• “dat G’d mij gestuurd heeft”: met andere woorden de profetie van Mosjé was uniek. Toen Mosjé verder verklaarde
• “het is niet uit mijzelf voortgekomen” bedoelde hij hiermee, dat alle geboden door G’d zijn gegeven en dat Mosjé Rabbenoe ze niet uit zijn duim had gezogen.
Daarom riepen de goedwillende kinderen van Korach, die spijt hadden van dit wangedrag van de familie: “Mosjé is waar en zijn Tora is waar”. Ze rectificeerden hiermee de twee verkeerde inzichten die hun vader Korach gepropageerd had.

Geen tegenspelers

Korach had een autoriteitsconflict met Joodse leiders. Dat komt vaker voor. Soms gaan er stemmen op voor een Jodendom zonder Rabbijnen. In 2006 werd er een onderzoek gehouden. Het heette G’d in Nederland. Het resultaat luidde, dat vele burgers beweren dat de kerkelijke instellingen ontzettend belangrijk zijn voor het behoud van waarden en normen. Uiteindelijk moeten ook de kinderen immers worden opgevoed. Toch bleek uit hetzelfde onderzoek, dat men inhoudelijk maar weinig over heeft voor de religie. Juist daarom zijn religieuze instituten zo ontzettend belangrijk: ”als een ander het geloof maar in stand houdt, kan ieder leven naar believen”.
Voor mij is dit een verwerpelijk staaltje van spiritueel delegeren. De gemeente moet doordraaien, sjoeldiensten moeten gehouden en de begraafplaatsen behouden worden. Zo denken vele niet-Joden en naar mijn gevoel ook veel Joden. Toch willen we niet zelf verantwoordelijk zijn voor de inhoud van onze religie. Daar zijn specialisten voor. Maar die mogen ook weer niet de vrijheid van de burger proberen te beïnvloeden met hun `godsdienstig fanatisme’. Het liefst ziet men een gemeente met zo min mogelijk leidende principes maar met zoveel mogelijk binding. Religieuze leiders worden geacht zich niet te bemoeien met politiek (behalve af en toe wanneer het Israël betreft) en zeker geen uitspraken te doen over prangende zaken die in de maatschappij spelen. Dit stond in alle kranten.

Geen inmenging

Zijn wij inderdaad zo dubbelzinnig? Het lijkt er op dat het West-Europese Jodendom aan de ene kant graag de geborgenheid van het traditionele Joodse leven wil, maar aan de andere kant zich geen enkele vrijheid wil laten ontnemen. Een eigen identiteit is uiteraard belangrijk om te kunnen voortleven en te kunnen overleven. Toch moet alles kunnen en mogen. Met deze paradoxale opstelling denkt men het op termijn te kunnen halen. Men duldt geen religieuze inmenging. We vrezen de chaos wanneer wij alle waarden en normen laten vieren en zoeken een inspirerende gemeenschap die verder inhoudelijk echter weinig mag uitdragen.

Het lijkt zelfs een beetje intern tegenstrijdig. Laatst was ik op een gezellige meeting waar jongeren vrijelijk konden spreken. Velen waren traditioneel opgevoed maar bij maar weinigen bemerkte ik werkelijk een blijmoedige invulling van het Jodendom. Het was allemaal `weinig Joods en veel Nederlands’. Wat die Nederlandse identiteit nou eigenlijk precies inhield, bleek bijna niet te verwoorden. Maar één ding was duidelijk: inmenging door een religieuze autoriteit is onacceptabel. We praten graag voor en over de ander. Natuurlijk is het goed als “de rest” zich netjes gedraagt maar als er aan ons eisen worden gesteld, steigeren we.

Veeleisende religie

Jodendom is een veeleisende religie. Veel niet-Joden trotseren vele ontberingen om maar Joods te kunnen leven. Veel aspecten van de Joodse traditie lenen zich niet werkelijk voor een invoelbare uitleg in het begrippenkader van de moderne mens – hoe die er ook uitziet. Hoe wilt u met de Grondwet in de hand uitleggen, dat bepaalde huwelijken bij ons niet worden ingezegend? Willen we – in de stijl van Opperrabbijn J. Sacks sprekend – de Joodse continuïteit waarborgen, dan kan dat alleen als we daar met z’n allen voor gaan. Religie ligt al heel lang in de marge. Al met al bestaat er weinig respect voor de verantwoordelijkheid van religieuze autoriteiten en de religieuze wensen van vele individuele leden van de Joodse gemeenschap. Niet in Joodse maar ook niet in universitaire kring. Ondanks de vrijheid van godsdienst en de wet op de gelijke behandeling lukt het niet om officieel vrij te krijgen van tentamens op Sjabbat en Jom Tov.

Niet vrijblijvend

De Joodse waarden en normen zijn geen vrijblijvend cultuurpatroon voor liefhebbers. Als wij niet met zijn allen het Joodse gedachtegoed dragen, blijft er voor het Rabbinaat nauwelijks een zinnige taak over. De vriendenkring van de Joodse begraafplaats is te weinig om van een levend Joods geloof te kunnen spreken. Mensen die Joods willen worden, staan verbaasd hoeveel kennis nodig is voor de geloofsovergang. Dat is goed geobserveerd. Kennis is een belangrijk ingredient van het Jodendom. Wij moeten de kar met zijn allen trekken. Jodendom is een gedeelde ervaring en niet alleen een specialisatie van een Rabbinaat. Als de gemeenteleden zich niet meer kunnen vinden in het traditionele gedachtegoed dan is het einde van de Joodse identiteit nabij. Het Jodendom is niet gebaseerd op de gangbare opvattingen in de maatschappij van gelijkheid, vrijheid, broederschap en blijheid (fun!).
Het Jodendom stelt G’d centraal, terwijl in Nederland de individu en de rede centraal staan. Het is deze typische klassieke Griekse denkrichting waar wij Chanoeka aan te danken hebben. Ook 2200 jaar geleden moesten we opboksen tegen een overheersende Griekse cultuur waar goden verkapte mensen waren en G’d een bijproduct van het menselijke denken was. Als we het Joodse erfgoed willen bewaren voor ons nageslacht zullen er soms een aantal vervelende knopen moeten worden doorgehakt.

Wij gaan ervan uit dat G’d de mens geschapen heeft en niet de mens G’d. Het is makkelijk om tegen “het Rabbinaat” of tegen rabbijnen persoonlijk aan te schoppen. Maar besef, dat Rabbijnen slechts vertolkers van de wet zijn. En dat zij uiteindelijk hetzelfde doel voor ogen hebben en hetzelfde belang dienen als u voor uw kinderen wilt: beleving en behoud van het Jodendom. Want alleen in een gemeenschap kan het Jodendom zinnig beleefd worden.
Ik geloof dat we onze traditie trots moeten uitdragen en beleven en niet alleen als een last moeten zien. Dat kan alleen door te lernen en actief mee te leven. Er zijn gelukkig vele batee midrasj – centra voor Tora-studie – waar iedereen die dat wil de basisprincipes van het Jodendom kan leren, van lezen en schrijven – want dat kunnen velen nog niet – tot Talmoed, filosofie en wetskennis. Jammer dat het Jodendom soms zo hol beleefd wordt. Het Jodendom is meer dan kippesoep alleen. Het Jodendom is de kern van ons bestaan. En als we dat verkwanselen, dan dooft de nesjomme… Rabbijnen en leken zijn geen tegenspelers maar compagnons!

Comments are closed.