PINCHAS (persoonsnaam): Pinchas krijgt van Hasjeem Zijn vredesverbond aangeboden, omdat hij het recht van Hasjeem heeft opgeëist door het leven te nemen van de Midjanietische Kozbi bat Tsoer en haar minnaar Zimri ben Saloe. Tevens beveelt G’d vijandelijkheden tegen de Midjanieten te openen, omdat ze de Joden in de (afgoden)valstrik lieten lopen. Mosjee en Elazar moeten van het volk de 20-jarigen (dienstplichtigen) en daarboven tellen. Er volgt een lange lijst met namen van families en het getal van de volwassen mannen is meer dan zeshonderdduizend. Er is niemand bij die Mosjee en Aharon hadden geteld in de woestijn Sinaï, behalve Kalev en Jehosjoe’a. Mosjee moet het land in erfelijk bezit verdelen naar de omvang van iedere stam. De Levieten horen niet bij de getelden. Zij krijgen geen erfelijk bezit. De vijf dochters van Tselofchad claimen land, omdat hun overleden vader geen zoon had. Hasjeem vindt dat zij gelijk hebben, wijst het land toe en onderwijst de wetten van het erfrecht. G’d gebiedt Mosjee de berg Arawiem te bestijgen en uit te kijken over het Beloofde Land, waarna Mosjee moet sterven. Mosjee vraagt G’d iemand aan te wijzen die het volk kan leiden. Jehosjoe’a wordt aangewezen. In het openbaar draagt Mosjee op hem zijn leiderschap over. Daarna volgen een aantal voorschriften omtrent de offerdienst.
Hoe smeden we Joodse eenheid?
Toen Pinchas de ontuchtige Zimri en Kozbi doodde, ontstond er een geweldig meningsverschil over de vraag of hij juist gehandeld had. De plaag – 24.000 doden – stopte. G’d biedt Pinchas een vredesverbond aan. Met harde hand was de eenheid hersteld.
Deze episode is uiterst actueel. Hoe smeden we Joodse eenheid? Het zionisme heeft een Joodse staat gecreëerd. Maar één samenhangende Joodse samenleving is het nog niet geworden. Het Jodendom wil een volk van het Boek op de wereldkaart zetten. Dat is onze nationale identiteit.
Ons doel is een rechtvaardige samenleving, gebaseerd op de waardigheid van de mens, oprechtheid en compassie. Het Jodendom zoekt geen heerschappij van macht en elites. Wij gaan voor rechtvaardigheid en nationale compassie. Israël was en is in principe een egalitaire samenleving, omringd door hiërarchische staten. Het Bijbelse Israël was gebaseerd op een religieus idee.
Buitengewone moraal
Israëls gelijkheid bestaat uit gelijkheid voor G’d. Ieder individu weerspiegelt het G’ddelijke. Respect voor het G’ddelijke in de mens was de basis van de maatschappij. Israël kan de oorlog uiteindelijk niet winnen op grond van militair overwicht of techniek. Israël kan alleen triomferen door een buitengewone moraal. De sociale kracht van de samenleving staat daar garant voor. Sociale solidariteit is de stevigste basis van de Joodse maatschappij.
In de tijd van Mosje werden we een natie. In de dagen van Samuel en Saul werden we een koninkrijk. Het sociale contract maakt een staat leefbaar. Maar uiteindelijk blijft het allemaal eigenbelang.
Het sociale convenant echter gaat over de morele en collectieve verantwoordelijkheid. Gedeelde identiteit is gebaseerd op onderling verantwoordelijkheidsbesef.
Alleen in de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten (1776) is dat convenant geformuleerd als grondwet. Dit was geen toeval. De Founding Fathers kenden de Tora op hun duimpje. Het sociale convenant bleek sterker dan het sociale contract. Tweeduizend jaar geleden werd het Joodse sociale contract opgeheven. De saamhorigheid, wederzijdse verantwoordelijkheid en het gemeenschappelijke morele, verheven doel bleven echter in stand.
Jodendomsdefinities
Joods secularisme heeft in de loop van de 19e eeuw verschillende vormen aangenomen. In West-Europa gingen de Joden mee in de Verlichting. Jodendom werd alleen een religie, zonder binding aan land of staat. Joden wilden graag volledige burgers worden van hun thuisland. Hun enige unieke eigenschap vormde de religie, die geen beletsel mocht zijn voor maatschappelijk succes. Het Jodendom werd voorgesteld als een ethische levensfilosofie, niet specifiek gebonden aan een etnische entiteit. De binding met het Heilige Land werd opgegeven. De nieuwe emancipatie was het oude Messianisme. Zelfs in Marokko en Irak werden deze gedachten gekoesterd.
Aan het eind van de 19e eeuw ontstond in Rusland echter een totaal andere Jodendomsdefinitie. Russische denkers gingen er vanuit dat het Joodse volk een volslagen aparte entiteit vormde. De religie werd slechts als één van de culturele uitdrukkingen daarvan gezien. Nu lag de nadruk op nationaliteit. Een Jood is vanzelf deel van deze Joodse nationale identiteit, zelfs wanneer hij niets aan religie doet. Joden delen een geschiedenis, hebben een gelijke kalender, spreken verschillende gemeenschappelijke talen en delen toekomstidealen. Het allerbelangrijkste werd het besef tot een aparte nationale familie te behoren.
Beide vernieuwingen maakten zich los van de traditie en wijken af van de essentie van het Jodendom. Het Jodendom enkel als geloof in combinatie met vreemd burgerschap of Jodendom als nationaliteit zonder enige binding met religie was een totaal novum.
Reductie
De verwarring omtrent de Joodse identiteit ontstaat door reductie: Jodendom als religie zonder nationaal gevoel of als nationaliteit zonder binding aan religie. Nationaliteit en religie kunnen niet gescheiden worden. Modern Jodendom is echter nog veel vager dan alle voorgaande eenheidsmedende krachten. Tegenwoordig lijkt de Jiddisje gezelligheid de bindende factor te zijn geworden. Jodendom met harde hand – het Pinchas-model – is in onze tolerante maatschappij zelfs verboden. De band met de religie – het Verlichtingsmodel – is uiterst diffuus geworden. Nog maar weinigen kunnen Joodse teksten lezen of begrijpen. De binding met de Staat – het Russische model – bevindt zich op een hellend vlak, mede door de negatieve houding van de media. Wat overblijft is een gezelligheids-Jodendom waar `alles oke is’ als het maar dat `warme-bad gevoel’ geeft. Terwijl het volk van het Boek zowel veel warmte als veel inhoud te bieden heeft…
‘Pinchas, zoon van Elazar, zoon van Aharon, de koheen, heeft mijn woede afgewend van de Bnee Jisra’eel doordat hij mijn jaloezie in hun midden heeft gewroken’ (25:11). De commentatoren vragen zich af waarom hier de hele jichoes – afstamming – van Pinchas vermeld moet worden. Wanneer kinderen goede daden verrichten, strekt dit mede ter verheffing van de ouders, zowel tijdens dit leven als na het overlijden (daarom zeggen we ook kaddiesj voor een overledene).
Aharon wordt hier vermeld omdat de verdienste van Pinchas zo groot was dat die zelfs tot in de Olam haEmet – de wereld van waarheid – doorwerkte. Mogelijk is ook, dat Aharon hiermee een beetje van zijn subtiele schuld aan het gouden kalf af was. Aharon had net gedaan alsof hij meewerkte aan het gouden kalf. De schijn bedroog maar niettemin was Aharons voorgewende support voor het gouden kalf in de achterhoofden blijven hangen. Uiteindelijk sloeg Hasjeem het volk vanwege de afgoderij. Het volk hield Aharon mede aansprakelijk voor de slachting onder het volk. Maar toen de sterfteplaag door het ingrijpen van Pinchas stopte, had hij weer goed gemaakt wat men zijn grootvader verweet.
Het ging alleen om G’ds eer
‘Pinchas heeft mijn woede afgewend’. G’d wilde duidelijk maken dat Zijn woede niet zo maar tot bedaren komt. Daar moet iets voor gedaan worden. Daarom vertelt G’d dat het Pinchas was die Zijn woede tot bedaren heeft gebracht. G’ds woede kwam tot bedaren omdat Pinchas zijn leven in gevaar bracht door op te komen voor G’ds eer. Pinchas identificeerde zich volledig met het Opperwezen. Pinchas had geen enkele bijbedoeling. Daarom staat er in de Tora: ’doordat hij Mijn jaloezie heeft gewroken’. Het ging alleen om G’ds eer. Dat is twee.
Ten derde werd dit in de openbaarheid gedaan: `in hun midden’. Iedereen zag wat Pinchas deed. De hele stam Sjimon stond rond de tent waar overspel werd gepleegd. De daad van Pinchas vond temidden van het Joodse volk plaats.
Pinchas nam een speer. De Klie Jakar legt uit dat speer (romach in het Ivriet) in getallenwaarde 248 telt. Eigenlijk slaat het op Pinchas’ 248 ledematen. Pinchas ging met mesiroet nefesj (opofferingsgezindheid) te werk. Hij stelde zijn leven in de waagschaal.
Op twee manieren was Pinchas ijverzuchtig. Hij streed tegen afgoderij en tegen ontucht. Een tweede uitleg voor de dubbele Hebreeuwse uitdrukking bij het ‘ijverzuchtig’ zijn van Pinchas is dat hij zowel opkwam voor de eer van G’d als die van Mosje, zijn leraar. Iedereen, die G’ds naam ontwijdt, heeft ook geen ontzag voor zijn leraar.
Dit is het gevolg van een stukje religieuze psychologie. Als men geen eerbied heeft voor G’d, voelt men ook geen respect voor de joodse leraar. Daarom kon Pinchas ook optreden zonder toestemming van zijn leraar hoewel dit normaliter verboden is. Mosje zelf was hier in het geding. Men vroeg Mosje: als Midjanieten voor ons verboden zijn, waarom ben jij dan met Tsippora, een Midjanitische vrouw getrouwd? (Het antwoord luidt dat Mosje voor Matan Tora getrouwd was met Tsipora, terwijl het hier gaat over een situatie na het geven van de Tora).
Overcompenseren
IJverzucht is een bekend fenomeen bij mensen die terugkeren naar het geloof. Vaak willen ze overcompenseren voor het slechte leven dat ze daarvoor hebben geleid. De omstanders bekritiseerden Pinchas. Ze dachten dat hij voor G’ds eer opkwam uit overdreven vroomheid. Zijn heilige verontwaardiging deed wat onwerkelijk aan. Men meende dat het kwam doordat hij afstamde van Jitro, die kalveren vetmestte voor de afgodendienst.
Een kalf vetmesten en het daarna slachten is natuurlijk erg wreed. De mensen dachten dat Pinchas uit wreedheid handelde omdat hij dat spiritueel had geërfd van zijn grootvader Jitro. De Tora verklaart het omgekeerde: Pinchas was de kleinzoon van Aharon, de hogepriester, die de vrede altijd najoeg. Het verleden van Jitro speelde niet door in Pinchas’gedrag. Geestelijk stamde hij af van Aharon en deed hij alles uit liefde voor G’d.
Vrede of gerechtigheid?
Pinchas ging met zijn duidelijke daad in tegen de sfeer van `permissiveness’. G’d biedt hem een `briet sjalom’ – een vredesverbond aan. Is dit vrede? Soms moet een leider hard optreden om de eenheid te bewaren. Het is een actuele vraag, juist in Israël gedurende de afgelopen zestig jaar. Wat is belangrijker? Vrede of gerechtigheid? Als men te vriendelijk is voor wrede mensen, zal men op den duur te hard zijn voor de mensen, die werkelijk mededogen verdienen. Soms moet men werkelijk leiderschap durven tonen.
De liefde voor het land
Waarom worden de dochters van Tselofchad in de Tora vermeld? Zij gingen met hun verzoek om een eigen stuk erfenis in het land helemaal tegen de negatieve houding van hun tijdgenoten in. Men was kritisch en wou eigenlijk niet zo graag naar Israël. In de woestijn verheerlijkte men Egypte.
Zij waren echter moedig en vastberaden. Zij geloofden in Israël als toekomst voor het Joodse volk. Awraham had de moed om tegen de tijdgeest in te gaan. De liefde voor het land van de dochters van Tselofchad was zo bijzonder in de context van de stroom kritiek op het Heilige Land. En omdat zij zich bezorgd maakten over hun erfenis begon ook Mosje na te denken over zijn geestelijke erfenis. Wie zou hem opvolgen? Moesten zijn kinderen zijn leidersrol niet overnemen?
Daarmee legt de Midrasj uit waarom in de Tora het verzoek van de Tselofchads dochters direct gevolgd wordt door het verzoek van Mosje om voor een opvolger te zorgen. Mosje wilde volgens de Midrasj, dat zijn zoons zijn leiderstaak zouden overnemen. Letterlijk zei Mosje tegen zichzelf: ”Ik moet nu eindelijk iets gaan doen voor mijn eigen gezin”. Maar G’d weigerde. Hij vond Mosje’s zonen niet waardig. Jehosjoe’a zou Mosje’s opvolger worden. Die week nooit van Mosje’s zijde, was geleerd en waardig hoewel hij nauwelijks in Mosje’s schaduw kon staan.
Opvolger
Als Mosje inderdaad zo een grote profeet was en zo bescheiden was, zag hij dan niet zelf in, dat zijn eigen kinderen niet in aanmerking kwamen om hem op te volgen? Uiteraard begreep hij beter dan ieder ander, dat Gershom en Eliezer nooit de spirituele leiders van Am Jisra’eel zouden kunnen worden. Hij besefte als geen ander dat G’d nee zou zeggen. Toch wilde hij het gevraagd hebben.
Zou hij het niet gevraagd hebben dan zou er een belangrijk aandachtspunt in de spirituele erfenis van het Joodse volk onderbelicht zijn gebleven. Het komt er op neer, dat Mosje een duidelijk nee wilde horen van het Opperwezen. Het ging om een cruciaal punt. Belangrijke vragen worden – ook nu nog – nog wel eens onderworpen aan een beslissing door een Hoge Raad, het hoogste rechtscollege. Men wil de waarheid horen. Daarom wordt er nogal eens een testcase opgezet om te kijken hoe de knapste juristen daarop reageren. Een proefproces leidt dan tot duidelijkheid.
Mosje wilde voor eens en voor altijd helder maken, dat het Tora leiderschap niet geërfd kan worden. Dat moet men op eigen kracht waarmaken. Lukt dat niet dan gaat het over naar een persoon. Jichoes (afstamming) telt niet mee. De zoon van de grootste am-ha’arets (ongeletterde) kan Gedol Hador – de grootste Torageleerde van de generatie worden. Volgens Maimonides bestaan er drie kronen binnen het Jodendom: de kroon van de monarchie, de kroon van kehoena (priesterschap) en de kroon van de Tora. Kehoena kan alleen geërfd worden. Er bestaat geen andere manier om koheen te worden. Koningschap liep ook via erfopvolging. Maar de kroon van de Tora moet men zichzelf eigen maken door geduld, `sitzfleisch’, vroomheid en doorzettingsvermogen. Men kan de kunst afkijken bij een Rabbinale vader maar uiteindelijk moet men het zelf `maken’.