KI TAVO (als je komt): Als het Land vrucht draagt, moet je de eerstelingen naar het Heiligdom brengen en een verklaring afleggen dat je alles aan G’d te danken hebt, dat je de geboden hebt uitgevoerd en de opgedragen tienden aan de rechthebbenden hebt gegeven. Mosjé stelt nog eens dat G’d een wederzijdse afspraak met de Bné Jisraëel heeft gemaakt: Hij heeft Zich de Bné Jisraëel als volk genomen en het volk zal alle geboden nakomen. Als het volk de Jordaan overtrekt, moeten grote stenen genomen worden die later op de berg Eval geplaatst zullen worden. Op de stenen moet de hele Tora worden geschreven. Er moet op de Eval een altaar gebouwd worden dat niet met ijzer mag worden bewerkt.
Na het overtrekken van de Jordaan moet de helft van de stammen op de berg Geriziem staan en de andere helft op de berg Eval, terwijl de Levieten twaalf (zegeningen en) vloeken reciteren, waarop het volk Ameen moet antwoorden. Mosjé noemt dan de zegeningen die het volk deelachtig zal worden als ze de ge- en verboden in acht nemen, maar als ze dat niet doen dan komen de ergste vervloekingen over hen.
VOEL DE ANDER ALS JEZELF
Berachot en Kelalot
Heb je wel eens kiddoesj (inwijding) gemaakt vrijdagavond voor andere mensen? Hoe kan je je religieuze plicht om de Sjabbat in te wijden door anderen laten doen? Dat kan omdat we allemaal voor elkaar verantwoordelijk zijn. Zolang de ander zijn mitsva nog niet heeft vervuld, heb ik ook mijn eigen plicht niet vervuld. Daarom kan ik de kiddoesj voor hem of haar uitspreken.
Deze week lezen we over de kelalot, de vloeken die het Joodse volk zullen treffen.Wanneer zijn wij kwetsbaar? Wanneer wij niet voor elkaar opkomen en ons niet verantwoordelijk voor elkaar voelen.
Stel je voor dat met z’n allen op een boot zit. Een van de passagiers pakt een boor en begint een gat te maken in de bodem van de boot. Iedereen springt op om hem tegen te houden. “Waar bemoeien jullie je mee?”, vraagt de borende passagier aan zijn medereizigers, ”Ik maak alleen maar een gat onder mijn stoel. Dat is niet jullie zaak.”
Hier in Nederland geldt dat iedereen de vrijheid moet hebben om te doen wat hij wil. Dat zou geen effect hebben op de rest van de bevolking. Maar de Tora weet beter. Uiteindelijk zal de hele omgeving erdoor beïnvloed worden. Normen en waarden van een heel volk stijgen en dalen met individueel gedrag. Zodra we voor elkaar verantwoordelijk zijn, voelt de ander ook als eigen.
Wanneer we overschakelen naar de financiële sfeer wordt het duidelijker. Als je iemand een foute investering ziet maken, dan maak je je daar verder niet druk over. Het is zijn geld. Wanneer het geleend geld is, is het veel moeilijker om aan te zien. Toch houden we ons in. Wij bemoeien ons niet met andermans zaken. Maar als wij zelf het geld verstrekt hebben, dat nu dreigt te verdampen, voelen we ons opeens verantwoordelijk voor elkaar. Eigenheid en betrokkenheid maken het verschil.
Eén Jood werd eens beschuldigd van het bloedsprookje. Hij zou een christenjongen hebben vermoord om met zijn bloed matzes te bakken. Het bewijs van de officier van justitie bestond in de Talmoedische uitspraak dat alleen het Joodse volk ‘adam’ (een mens) wordt genoemd en de heidenen niet. Maar de aanklager had de Talmoed verkeerd begrepen. Bedoeld werd, dat het hele volk als één persoon opereert. Wanneer één Jood wordt vervolgd, voelt iedere Jood zich aangevallen. Dit gevoel bestaat niet in de heidense wereld, zelfs niet in geloofsgemeenschappen. Wanneer van een geloofsgemeenschap elders mensen worden aangevallen, ziet men zelden dat gelovigen uit andere landen voor hen in de bres springen.
Het Joodse volk voelt als één geheel. Daarbij moeten we kiezen voor het leven en dat is niet altijd het aardse leven. Rebbe Meir van Rothenberg (13e eeuw) werd vastgezet op Slot Ensisheim vanwege `spionage’. De Joden probeerden hem vrij te kopen. Maar toen Rebbe Meir hiervan hoorde, weigerde hij. Hij was bang dat ook andere Rabbijnen gevangen zouden worden om het losgeld. Rebbe Meir bleef gevangen tot zijn overlijden. Ook daarna wilden de autoriteiten zijn lichaam niet vrijgeven. Suskind Wimpfen lukte het om de cipiers om te kopen. Direct na de begrafenis stierf Suskind.
Niemand begreep dit maar Suskind verscheen een vriend in zijn droom. Hij vertelde dat Rebbe Meir hem in een droom was verschenen om te danken voor zijn begrafenis. Hij liet hem kiezen: of eeuwige rijkdom voor alle komende generaties of samen met Rabbi Meir op hetzelfde niveau in de Wereld der Waarheid zitten. Suskind zei zijn vriend in de droom dat hij gekozen had voor het eeuwige leven en verliet deze aardse wereld nog de volgende dag. Door de dood te kiezen koos hij voor een hogere vorm van leven.
Goi echad ba’arets – wij kunnen alleen stijgen als wij als een eenheid verdergaan.
HET JOODSE HUWELIJK
“Vervloekt is hij, die er allerlei verboden relaties op na houdt” (27:20-23). Evenals vorige week in Ki Teetsee is er ook deze week weer aandacht voor relaties. Het Joodse huwelijk blijft voor velen een probleem. Wat is het nut van het huwelijk in het algemeen en van de choepa in het bijzonder? Velen vinden het ouderwets om te trouwen. Je kan immers toch gewoon samenwonen? Wat missen we als we er voor kiezen om niet te trouwen? Rav A. Moss stelt, dat het huwelijk vandaag de dag relevanter is dan ooit. Vroeger was samenwonen geen optie. Out of question! Maar nu is het een keuze. Nu alle klassieke redenen om te trouwen uit de mode zijn geraakt, blijft er maar één echte reden over om te trouwen en kan men eindelijk om de juiste reden in het huwelijksbootje stappen.
De redenen die vroeger aangedragen werden om voor het huwelijk te kiezen zijn allang achterhaald, aldus Rabbijn Moss. Zo is het taboe op ongehuwd samenwonen verleden tijd en is samenleven geen reden meer om te moeten trouwen. Ook het krijgen van kinderen is tegenwoordig niet meer iets dat enkel binnen een huwelijk plaatsvindt. Vroeger trouwde men nog wel eens om de relatie te stabiliseren. Ik vind dit een vreemd argument. Het lijkt eerder een voorzorgsmaatregel tegen het vertrek van de partner. Tot slot citeert Rav Moss de veelgehoorde reden dat het huwelijk de relatie “officieel” maakt. Is hier een receptie voor nodig? Je kunt natuurlijk ook een advertentie in de krant zetten waarin je je prille geluk officieel aankondigt.
Je kan het (huwelijkse) samenzijn op vier niveau’s bekijken: het lichamelijke, het individuele, het maatschappelijke en het religieuze. Voor de individuele behoeftebevrediging is slechts een individuele beslissing nodig. Maimonides verwoordt dit treffend in zijn codex: ”Vroeger was het zo, dat men ging samenwonen wanneer men elkaar aardig vond”. Wanneer een huwelijk maatschappelijk beklonken wordt op het stadhuis, geeft men aan te beseffen, dat samenzijn niet alleen een individuele aangelegenheid is maar ook maatschappelijke gevolgen heeft. Maar het Jodendom geeft een huwelijk meerwaarde. Zonder choepa bestaat er zeker liefde en commitment. Je kunt een gezin stichten. Maar er ontbreekt een aspect. Je relatie is niet heilig. Alleen door te trouwen volgens de traditie maak je je relatie heilig. Je voorziet je liefde van het G’ddelijk stempel.
Stel, dat je niet wil trouwen om individuele of maatschappelijke redenen. Wat blijft er dan nog over? Maar één reden. Jodendom is gericht op kedoesja, heiligheid. Het Joodse huwelijk maakt een relatie heilig: ”Trouwen betekent dat er Iets is dat groter is dan jullie allebei dat jullie samenbrengt”. G’d wordt deel van je relatie. Dat kan je op geen enkele andere manier bereiken. Rabbijn Moss stelt, dat een choepa de verbintenis boven de menselijke beperkingen verheft. De zegeningen die onder de choepa uitgesproken worden, maken G’d als het ware tot derde partner in het huwelijk. Je trouwt niet alleen omdat je er zelf voor hebt gekozen. Je trouwt omdat G’d het zo heeft gewild.
De Tora bevat 613 mitsvot (248 ge- en 365 verboden). Er zijn 248 geboden, die overeenkomen met de 248 onderdelen van het lichaam van de mens. De 365 verboden corresponderen met de 365 dagen van het zonnejaar. Het Jodendom geeft diepere inhoud aan ons leven en aan onze tijd. In Kabbalistische bronnen wordt ook een verband gelegd met de Tselem Elokiem, het G’ddelijk beeld, waarnaar de mens geschapen is. Hoewel wij G’d geen lichaam of vorm toedichten, spreekt de Zohar niettemin in `menselijke’ termen over het G’ddelijk principe – manifestatie of uitstraling, dat deze wereld bestuurt.
Iedere mitsva is verbonden met een deel van het menselijke lichaam maar heeft ook een aanhechtingspunt in de Hemel. Trouwen kan puur fysiek beschreven worden. Het huwelijk kan ook als spirituele verbintenis van twee individuen gezien worden: een intens gelukkig gezinnetje. Men kan het ook als sociaal gebeuren beschrijven. De gemeenschap is weer een Joods huis rijker en daardoor krachtiger. Er wordt weer een schakel toegevoegd aan de keten van generaties. De choepa voegt nog een dimensie toe: het G’ddelijke aspect in de relatie tussen man en vrouw, dat het Joodse huwelijk zijn kedoesja geeft.
‘Dan zullen alle volken van de aarde zien, dat de naam van G-d over u wordt uitgeroepen, ze zullen ontzag voor u hebben (28:10)’.
Wanneer wij ons goed en oprecht gedragen, wordt de naam van G-d aan ons verbonden. Van heinde en verre moet men kunnen zien dat hier een `bijzonder’ mens loopt.
De laatste tijd merken we weinig van ontzag vanuit onze omgeving. Heeft dit te maken met het feit dat wij ons toch niet optimaal gedragen in het intermenselijke verkeer? Schieten we tekort in hun verwachtingspatroon? Maar is dit wel aan ons te wijten? Aan het begin van Ki Tavo staat de mitsva, het gebod van bikkoeriem, eerstelingen. De eerste vruchten moesten naar de Tempel worden gebracht. De boer moet verklaren dat G-d hem de oogst gaf. Mosje voorzag dat de Tempel eens verwoest zou worden. Daarom heeft hij toen voor de toekomst de drie dagelijkse gebeden ingesteld tegenover de drie dagelijkse maaltijden. Door te davvenen tonen wij te geloven dat G-d in al onze behoeften voorziet.
Terug naar de vraag waarom het Joodse volk niet meer van zo’n opvallend hoog moreel gehalte lijkt te zijn. Een antwoord hierop staat in het stukje (26:5-10), dat de boer moet zeggen bij de aanbieding van zijn bikoeriem, eerstelingen. Hij gaat terug naar de prille oorsprong van het joodse volk: ‘een zwervende Arameeër was mijn vader; hij trok met weinig mannen naar Egypte en verbleef daar als vreemdeling’, een stukje tekst, dat we ook op Seideravond zeggen.
Iets verder in de verklaring staat dat de Egyptenaren ons kwaad deden, `vajare’oe otanoe hamitsriem’: de Egyptenaren veroorzaakten veel tsarot. Maar grammaticaal klopt dit niet, zegt de Alsjiech: er had moeten staan: lanoe, ‘aan ons’. Vajare’oe otanoe hamitsriem betekent letterlijk vertaald: de Egyptenaren hebben ons slecht gemaakt. Wanneer men in een slechte omgeving woont zonder deugden, normen en waarden, heeft dit ook invloed op het joodse bevolkingsdeel. In Egypte werden we slecht door de decadente maatschappij.
Tegenwoordig worden we in Israël doorlopend tot gewelddadigheden gedwongen. We zijn eigenlijk het volk van het Boek maar door al dat wapengekletter zijn we nauwelijks in staat om onze volksopdracht te vervullen. We worden hard. Dat komt niet zozeer door ons maar meer door onze omgeving.
Buiten Israël lijden we aan een ander omgevingseuvel. In de vloeken en zegeningen op de bergen Geriziem en Eval (27:11-26) zijn alle verzen van elkaar gescheiden door de letter samech, die een opening in de Toratekst aangeeft. Alleen tussen vers 19 ‘Vervloekt is hij, die het recht van de vreemdeling, wees en weduwe buigt’ en vers 20 ‘Vervloekt is hij, die gemeenschap heeft met de vrouw van zijn vader’ staat geen scheidende samech.
Sociale geboden lopen over in seksuele verboden. De samech ontbreekt om ons duidelijk te maken dat er geen scheiding bestaat tussen sociaal gedrag en ons morele gedrag in de persoonlijke sfeer. Er wordt nog al eens beweerd dat seksuele perversies geen misdaden tegen de maatschappij zijn. Wie kan het wat schelen wat de ander in de slaapkamer doet? Het zou geen invloed hebben op de maatschappelijke moraal. De Tora denkt daar anders over: er is wel degelijk een wederzijdse beïnvloeding.
Ook het omgekeerde geldt. Vaak ziet men dat men gaarne aan strikte halachische eisen voldoet, netjes naar de wekelijkse sjioer van de rabbijn gaat, kosjere melk drinkt en naar het mikve gaat, en denkt dat daarmee alles wel o.k. is. Maar ook daar geldt dat de relatie tussen G-d en mens niet los kan worden gezien van de relatie tussen mensen onderling. Het leven vormt een geheel. Op alle terreinen moeten wij moreel voorbeeldig zijn.