Oetesjoewa oetefilla oetsedaka – inkeer, gebed en liefdadigheid, zijn de belangrijkste ingrediënten van de Jamiem Nora’iem, de Hoge Feestdagen.

Rosj Hasjana en Tsedaka

Tsedaka staat voor liefdadigheid. In feite is tsedaka de test van tesjoewa en tefilla. Iets breder getrokken betekent dit, dat de kwaliteit van onze relatie met onze medemensen aangeeft hoe onze relatie met het Opperwezen is. Wie van de Vader houdt, heeft Zijn kinderen intens lief.

Liefde en tsedaka stellen ons in staat ons egocentrische dagelijkse werk te verheffen boven het niveau van een zinloos bestaan. Volgens de joodse traditie werd de mens geschapen met het doel om goed te zijn voor zijn medemens. Als wij aan dit scheppingsdoel beantwoorden, maken we een betere wereld en blijven ons daardoor psychische en sociale problemen bespaard.

G’d komt van het woord goed. Wij volgen G’ds wegen. Wij imiteren G´d door het uitvoeren van goede daden en liefdewerken. Het helpen van je medemens is ook een opdracht van G’d en een belangrijk element in onze religie. Het ondersteunen van behoeftigen is niet alleen de vervulling van het idee dat wij de liefde van G´d moeten nadoen. Het wordt soms zelfs vergeleken met het helpen van G´d zelf. G´d is betrokken in het intermenselijke verkeer. Als wij geld geven aan arme mensen is dat niet alleen goed voor onze relatie met een zielig medemens maar ook in onze relatie tot G´d. G´d is de uiteindelijke Eigenaar van alles in de wereld en de uiteindelijke Ontvanger van de geschenken aan de armen.

G’d is betrokken in de relaties tussen de mensen. Dit is ook de religieuze basis van onze houding tegenover behoeftige medemensen. Alle mensen zijn broeders omdat alle mensen kinderen zijn van G’d. In deze hoedanigheid zijn alle mensen in de ogen van G’d gelijk. De onderlinge verhoudingen tussen de mensen en het Vaderschap van G’d kunnen niet los van elkaar gezien worden.

Ieder systeem, dat de gemeenschappelijke oorsprong van alle mensen in G’d ontkent, verwerpt het idee van broederschap en de wezenlijke gelijkheid tussen mensen. De lijnen in de menselijke maatschappij lopen zowel horizontaal als verticaal. Elk mens heeft een `lijntje’ naar Boven. Beide lijnen – die tussen mens en medemens en die tussen mens en G’d – scheppen een band, die uiteindelijk moet resulteren in gevoelens van respect voor elkaar en wederzijdse verantwoordelijkheid.

Sjana tova oemetoeka!

Rabbijn mr drs. Raphael Evers

Comments are closed.