Amersfoortse rabbijnenkindertjes vertellen over Chanoeka

De Stad Amersfoort.nl had een vraaggesprek met de twee jongste zonen van rabbijn Shimon Evers uit Amersfoort.

AMERSFOORT – Zondag 5 december wordt opnieuw ter gelegenheid van Chanoeka de grote menora in de tuin van de synagoge in de Drieringensteeg in Amersfoort aangestoken. De initiatiefneemster is, net als vorig jaar, Gilah Evers, de vrouw van de Amersfoortse rabbijn. Vorig jaar had ik een uitgebreid interview met haar in deze krant en toen vroegen haar zoontjes van 9 en 7 of ik hen ook eens wilde interviewen. Daarom ging ik opnieuw met mijn opname apparaat en camera naar Schuilenburg, nieuwsgierig wat de jongetjes te vertellen hadden. Ze hadden zich voor de gelegenheid prachtig aangekleed in de kleren die ze op sjabbatochtend dragen als ze naar de synagoge gaan.

De jongste Evers, Jehuda, door zijn ouders ook wel liefdevol Joedele genoemd, nam het eerst het woord en daarna spelde de oudste van 9 zijn naam, Osher Levy. In hun eigen woorden vertelden ze over de achtarmige kandelaar die wordt aangestoken met het chanoekafeest, omdat we (het joodse volk) zijn bevrijd van de Grieken. De Grieken deden hele slechte dingen. Op mijn vraag waarom er acht kaarsjes worden aangestoken in plaats van de zeven die in de Tempel werden aangestoken, moest Osher Levy het antwoord even schuldig blijven, maar samen kwamen de broertjes er wel uit.

,,De Grieken hadden in de Tempel in Jeruzalem hun heidense godsdienst uitgeoefend en daarbij de kosjere olie die in de voorraadkamer lag, verontreinigd. Bij de herovering van de Tempel door de Maccabeeën werd er toch nog één kruikje reine olie met het stempel van de Hogepriester gevonden. Daarmee kon de zevenarmige menora worden aangestoken. Helaas was die olie slechts genoeg voor 1 dag, maar ze hadden olie nodig voor 7 dagen en het duurde 8 dagen om nieuwe olie te maken. Toen gebeurde er een wonder. Het ene kruikje olie bleef acht dagen branden.” De jongens wisten ook wat voor een soort olie er nu gebruikt wordt. Dat is olijfolie, want dat brandt het mooist.
Ik vertelde hen dat ikzelf ook iets met olijfolie beleefd had, want toen ik vorig jaar voor chanoeka olijfolie wilde kopen bij supermarkt Hoogvliet, zag ik hun vader met flessen olijfolie naar de kassa gaan. Er stond niet 1 fles meer in het schap. Heel Amersfoort moest ik door om voor mijn menora olijfolie te vinden.
Na dit intermezzo ging het weer over de chanoekia, zoals de achtarmige kandelaar ook wordt genoemd. Het chanoekafeest begint dit jaar op woensdagavond 1 december, naar de joodse datum 25 kislew 5771. Jehuda legde uit dat dan ’s avonds het 1e kaarsje wordt aangestoken, maar dat er eigenlijk nog een kaarsje wordt aangestoken. Dat wordt sjammasj, de helper genoemd. Osher Levy vulde aan dat het extra kaarsje ook alle 8 dagen van het Chanoekafeest wordt aangestoken, want je mag het licht van de chanoekia niet gebruiken als verlichting.
Ikzelf logeer, als ik naar mijn zoon en zijn gezin in Israel ga, in de buurt waar de Maccabeeën, die het joodse volk van de Grieken en hun godsdienstdwang hebben bevrijd, gewoond hebben. In het bos daar is een hele grote menora neergezet. De omliggende dorpen zijn genoemd naar de hoofdfiguren uit het chanoeka verhaal. De Maccabeeën streden met een klein legertje vanuit hun woonplaats Modiin tegen de Grieken en hun goed geoefende huurlegers. Het was een guerilla oorlog die gevoerd werd vanuit de dalen en kloven en daar waren de zwaar bepantserde huurlegers niet tegen bestand.
27 jaar lang hebben de Maccabeeën met heel hun inzet voor godsdienstvrijheid gevochten. De enige keer dat ze echt verslagen werden, was toen er een legertje olifanten op hen werd afgestuurd. De dikke huid van de olifanten was bestand tegen de scherpe dunne pijlen waarmee de joden vochten. Een van de zonen van Mattitjahoe, ook Mattattijas genoemd, kwam onder een olifant terecht en werd er door vertrapt. Jehuda Evers wist natuurlijk precies wie Juda de Maccabeeër was. Diens vader, de priester Mattitjahoe begon in zijn woonplaats Modiin de opstand en nadat hij gestorven was, namen zijn 5 zonen het leiderschap op zich. De namen van die zonen waren Jochanan (Johannes), Simon (zoals vader Evers), Juda, Eleazar, die gedood werd door een olifant en Jonathan. Het was nog een hele kluif om de namen boven tafel te krijgen. Juda kreeg de bijnaam Maccabi. Jehuda Evers snapte waarom er olifanten werden gebruikt en geen tanks; ,,ze hadden geen benzine.” Osher Levy vult aan: ,,Ze hadden wel benzine, maar dat zat nog in de grond en dat wisten ze niet.” Toen ik de broertjes vroeg waar die olifanten vandaan waren gekomen, vertelden ze dat de Griekse soldaten die gehuurd hadden.

Ze vertelden ook waarom de menora buiten wordt aangestoken, want zo kan iedereen iets van het wonder van chanoeka meebeleven. En niet onbelangrijk ‘omdat het buiten koud is, maakt hun moeder lekkere soep zodat de mensen weer warm worden’. Na het aansteken van de menora wordt een speciaal lied gezongen, maoz tsoer. Spontaan begint Osher Levy dat te zingen en Jehuda valt hem bij. De vertaling van het lied, waarvan de woorden in het Hebreeuws zijn, hebben ze op school geleerd. Deze school, het Cheider staat in Amsterdam. Ze gaan er iedere dag met de auto naar toe. Naast regulier onderwijs wordt er veel joodse cultuur geleerd en de Hebreeuwse taal. Ze maken dus hele lange dagen, want er moet ’s avonds ook nog huiswerk gemaakt worden. Daarom besloten ze zelf om het interview hiermee te beëindigen.

De grote menora wordt aangestoken om 17.00 uur en iedereen is welkom.

Reacties zijn gesloten.