Voor het eerst na 11 jaar Chanoeka-dienst in Aalten

Overal in de wereld waar Joden leven worden deze dagen chanoeka-vieringen gehouden. Thuis voor het raam, in sjoel of zelfs op straat. Na elf jaar gebeurde dat op de eerste avond Chanoeka ook weer in Aalten.

De kleine dorpssynagoge liep rond half zeven vol. Niet met hoofdzakelijk Aaltenaren, want zoveel Joden wonen er niet meer in Aalten. Naar schatting zijn er daar nog maar tien.

De mensen die de Chanoeka-viering bijwoonden, kwamen uit de omgeving van Aalten en uit de grotere Joodse gemeenschap in Enschede. Initiatiefnemer voor deze dienst was Aaltenaar Sallo van Gelder die, namens de Stichting Vrienden van de Aaltense Synagoge, met de viering wilde herdenken dat de Aaltense sjoel 25 jaar geleden opnieuw werd ingewijd na een grondige renovatie.

De dienst werd geleid door rabbijn Eliyahoe Philipson uit Enschede, de rabbijn voor het hele JOON-gebied. Hij stak na elf jaar in de sjoel van Aalten weer het eerste licht van Chanoeka aan. Het Maoz Tsoer werd gezamenlijk gezongen en begeleid door twee Joodse inwoners van Aalten: Marc en Samuel Golub.

Daarbij hield rabbijn Philipson de volgende derasja (predikatie):

In het jaar 165 vóór de gewone jaartelling voerden de Makkabeeën strijd tegen de legers van de koning van Syrië, Antiocheus IV (Epiphanes – de doorluchtige). Deze verbood het Joodse volk alles wat niet paste in de Griekse cultuur. Het was verboden de sjabbat te vieren, besnijdenissen uit te voeren en de Tora te onderwijzen.

Joden werden gedwongen te knielen voor de Griekse afgodsbeelden en offers daarvoor te brengen. Daartegen kwam het Joodse volk tenslotte in opstand onder leiding van de Makkabeeën.

Het was een oneven strijd; weinig Joodse soldaten tegenover een groot leger. Ongeoefende soldaten met primitieve wapens tegenover een getrainde legermacht, met strijdwagens en olifanten uitgerust. Toch hadden ze vertrouwen in de overwinning met G’ds hulp, en uiteindelijk wonnen ze, ondanks grote verliezen, de strijd.

Ten tweede:

De Makkabeeën bekroonden hun overwinning op de Syrische bezetters met de her-inwijding van de tempel in Jerusalem, die door de Griekse overheersing ontwijd was. In de tempel stond een Menora, een zeven-armige kandelaar, die dagelijks moest worden ontstoken met de fijnste olijfolie, die daarvoor speciaal werd bereid.

Bij de her-inwijding van de tempel bleek echter, dat er maar één kruik olie van deze speciale kwaliteit aanwezig was. Het bereiden van die olie duurde een week, terwijl de hoeveelheid in die kruik maar voldoende was voor één enkele dag. Wat te doen? In elk geval werd besloten om de éne kruik te gebruiken. En toen gebeurde het wonder, dat er voldoende olie was om de menora acht dagen te laten branden, totdat er nieuwe olie gemaakt was.

Om met onze oosterburen te spreken:“In der Beschränkung zeigt sich der Meister”; of: “in de beperking toont zich de meester” , zoals Goethe het formuleerde. Dus dit is in beknopt bestek de historische en religieuze achtergrond van het Chanoeka-feest.

De genoemde Griekse cultuur, die de godsdienstbelijding van de onderworpen volkeren verbood, was gebaseerd op democratie. Dit woord stamt inderdaad af van de Griekse woorden δῆμος (dèmos), “volk” en κρατέω (krateo), “heersen, regeren” en betekent dus letterlijk “volksheerschappij”. Dit houdt in dat het volk zelf stemt over de wetten, of het volk verkiest vertegenwoordigers die de wetten maken, zoals onder andere in Nederland.

Als resultaat van de keus van het volk worden zo de wetten vastgesteld voor alle onderdanen van dat volk. De bedoeling zou echter [moeten] zijn, dat ook de rechten van de minderheden beschermd moeten worden; dat is althans de hedendaagse opvatting van democratie.

In de tijd van de Makkabeeën had de Joodse bevolking zich min of meer neergelegd bij het feit, dat hun land bezet was door een vreemde mogendheid. Immers, door onderlinge twisten was het volk verdeeld; nu was er tenminste nationale eenheid. Totdat Antiocheus IV aan de macht kwam hadden ze redelijke vrijheid van G’dsdienst en interne rust. Pas toen hun geestelijke vrijheid in opspraak kwam, kwamen ze in opstand. Want toen werden de rechten van de minderheid ontnomen!

De voordelen van de democratie is ook het gevaar van de democratie, of: de kracht van de democratie is juist, dat de minderheid beschermd wordt. Maar wanneer de minderheid door middel van democratie verdrukt wordt, is er alleen nog maar het gevaar van de democratie: het recht van de minderheid wordt als onwettig verklaard. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de übermensch en de untermensch. Hiermee wordt democratie omgevormd tot een onderdrukkende staatsvorm, wat niet in de oorspronkelijke aanleg bedoeld is.

Wanneer een minderheid verboden wordt, zijn praktische godsdienstige voorschriften op te volgen, wanneer hem door de democratisch aangestelde overheid verboden wordt zijn voedsel te bereiden op de door zijn religie voorgeschreven wijze; wanneer een deel van het volk gedwongen wordt het onderwijs aan zijn kinderen inhoud te geven, die in strijd is met zijn leer, dan is die democratie verfoeilijk. Dan kan dit leiden tot opstand, zoals in de tijd van de Makkabeeën.

Zelfs in de 21ste eeuw, in een tijd waarin in democratieën stemmen opgaan en wetten worden voorbereid om minderheden van het volk te beperken in hun godsdienstige beleving, waar koosjer eten en besnijdenis als primitief worden bestempeld, heeft Chanoeka nog niets aan actualiteit ingeboet , en herinnert het ons dat wij waakzaam moeten zijn en voor onze rechten moeten opkomen!

Comments are closed.