CJO verklaring over excuses-uitspraken Borst, Zalm en Kok

Het Centraal Joods Overleg heeft rond het jaar 2000 aan de onderhandelingstafel gezeten met de Nederlandse regering. De onderhandelingen betroffen de houding van de Nederlandse regering na de Tweede Wereldoorlog.

Het CJO heeft aan het kabinet Kok geen excuses gevraagd voor het optreden van de Nederlandse regering in ballingschap gedurende de oorlogsjaren. Daar gingen de besprekingen toen niet over.

De toenmalige vice-premiers Borst en Zalm geven, in een in De Pers van 4 januari geciteerd interview, een inkijk in de verhouding binnen het kabinet over de vraag of excuses voor het na-oorlogs overheidsoptreden jegens de teruggekeerde joden op zijn plaats was geweest, en de uitspraak die premier Wim Kok hier over uiteindelijk heeft gedaan.
Toenmalig minister-president Kok heeft het hardvochtige handelen na de oorlog erkend, over die periode gingen ook de besprekingen die het CJO voerde.

Onderzoek en een breed levend gevoel binnen de na-oorlogse Joodse gemeenschap is en was: de Nederlandse regering in Londen heeft zich weinig, te laat en weinig krachtig ingezet tegen de deportaties.

Excuses maken, is iets wat uit de regering zelf zou moeten komen. Komen er nu oprechte excuses, dan is dat rijkelijk laat. Niettemin zijn oprechte excuses er om geaccepteerd te worden.
In dat verband vindt het CJO het van belang dat aan de herinnering aan de Sjoa op 4/5 mei en op de dag dat internationaal de Sjoa wordt herdacht, 27 januari, nationale  betekenis wordt toegekend.

In tegenstelling tot het geciteerde in De Pers: het totaal uitgekeerd bedrag was meer dan 800 miljoen gulden, geen 400 miljoen.

Reacties zijn gesloten.