Restauratie Joodse begraafplaats Overveen “Uw asch zal uw nakroost eerbiedigen”

Op dinsdagmiddag 3 september wordt op een van de meest bijzondere Joodse dodenakkers in Nederland een openbare bijeenkomst gehouden ter afronding van de restauratie van het op de begraafplaats gelegen metaheerhuis. Dan wordt een muurbord onthuld op de muur van het huisje op de joodse begraafplaats Overveen.
De getroffen maatregelen aan de begraafplaats zijn er gekomen dankzij de inspanningen van de stichting tot instandhouding van de Joodse Begraafplaats te Overveen, waarvan het bestuur en de donateurs zich zo’n twintig jaar geleden het lot aantrokken.

Het bijzondere aan de begraafplaats is de totstandkoming er van en ook de daarmee samenhangende begravingen. De begraafplaats is gesticht door een groep Amsterdamse Joden die zich van de oorspronkelijke Joodse Gemeente had afgescheiden, de zgn. Neie Kille. De leden van deze Neie Kille, die de naam droeg Adat Jessurun, streefden naar vernieuwing in de eredienst die het Rabbinaat en de destijds almachtige Parnassijns niet bereid waren door te voeren, en naar emancipatie van en gelijke rechten voor de Joden. Het waren dan ook door de verlichting gegrepen Joodse Amsterdammers die de nieuwe Gemeente op hadden opgericht. Van de naar schatting circa 20.000 Amsterdamse Joden zou maar een minieme fractie zich bij de nieuwe Kille aansluiten.
De nieuwe gemeente deed verwoede doch tevergeefse pogingen meer Joden aan zich te binden. In een publicatie uit 1798 luidde het:

Laat u niet misleiden door helse afgezanten van de schurken van Parnassims (bestuursleden van de oorspronkelijke Joodse Gemeente).

De oproep eindigend:

Nogmaals, broeders Bataven, volg mijn raad, … uw as zal uw nakroost eerbiedigen, en de oneindige zal uw wijs besluit bekronen.

Deze Neie Kille Adath Jessurun bestond van 1797 tot 1808 en had een synagoge in de Rapenburgerstraat 173. De Gemeente Adath Jessurun moest uiteindelijk, door de overheid bevolen en door Jonas Daniel Meijer geregisseerd, weer onder de vleugels van de Hoogduitse Joodse Gemeente komen. De Adath Jessurun sjoel werd later – o ironie! – de zetel van de Opperrabbijn.
De begraafplaats ging in eigendom ook over naar de Joodse Gemeente. Sindsdien is er nog sporadisch op begraven. Vooral nazaten van de kleine groep liberaal-verlichte Adath Jessurun-leden vonden er hun rustplaats.

Van de in de 20e eeuw begravenen is de Haagse jurist mr. dr. Lodewijk Visser het bekendste. Visser was president van de Hoge Raad maar werd evenals alle andere Joodse ambtenaren uit zijn ambt gezet door de Duitse bezetter. Visser was een actief lid van de Joodse Gemeente in Den Haag. Andere beroemdheden op Overveen zijn A.C. Wertheim en telgen uit de juristen-familie Asser. Carel Asser was een van de oprichters van de Neie Kille. In totaal zijn er circa 100 mensen op de Joodse begraafplaats in Overveen begraven gedurende de Neie Kille-periode en nog eens ruim honderd in de ruim 200 jaar daar na.

Nadat in 1805 er vernielingen waren aangericht op de begraafplaats, werd er een muur om de dodenakker gebouwd; die staat er nog steeds.

In 2008 kreeg de stichting in het kader van het jaar van het Religieus Erfgoed een subsidie van de provincie Noord-Holland. Met dat geld en bijdragen van onder meer de gemeente Bloemendaal kon men beginnen met het herstel van de ommuring. Eerst werd de toegangspoort hersteld. In 2010 was de rest van de gerestaureerde muur klaar. Nu toont zich ook het metaheerhuis weer in zijn volle glorie.

Bij de bijeenkomst voert David Simon het woord. Hij is oud-bestuursvoorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam en vandaar uit in het bestuur van de instandhoudingsstichting van de begraafplaats gekomen, waar hij de functie van penningmeester vervult. Rabbijn Katz van de Joodse Gemeente zal enige uitleg over Joods begraven verstrekken. Stichtingsvoorzitter Piet van der Ham onthult de plaquette met de ontwerper er van, Frederick van de Bunt.

Reacties zijn gesloten.