Joods monument in Utrecht onthuld

In Utrecht is een monument onthuld ter nagedachtenis van de uit de Domstad weggevoerde Joodse bevolking. Van de 1.400 joden die er in 1941 in Utrecht verbleven is bijna 90 procent omgebracht. Een schrikbarend percentage dat ook veel hoger ligt dan voor de totale Joodse bevolking van Nederland. Desondanks is Utrecht de laatste van de vier grote steden waar nu de Joodse bevolking wordt herdacht. Veel later ook dan in andere grotere, kleinere of vergelijkbare plaatsen. 

Uiteindelijk is het een comité onder leiding van Wim  Rietkerk geweest dat de totstandkoming van het monument heeft doorgezet. “Het werd wel eens tijd”, zei Rietkerk, voorzitter van de Stichting Joods Monument Utrecht bij het welkomstwoord. “Na 70 jaar is er eindelijk een monument voor de vele joodse slachtoffers die Utrecht heeft gekend in de Tweede Wereldoorlog”.

De onthulling vond plaats in aanwezigheid van burgemeester Van Zanen en opperrabbijn Jacobs. De laatste ging in zijn toespraak aan de late en moeizame totstandkoming van het monument niet voorbij. Vorig jaar nog besteedde een van de landelijke actualiteitenprogramma’s aandacht aan het onderwerp. Rabbijn R. Evers van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, verwoordde in de uitzending de bittere gevoelens van de Joodse gemeenschap over de realisatie van het monument. Mede hierdoor kreeg de totstandkoming een impuls.

Het monument bestaat uit drie hoofdelementen: een zeven meter lange gedenkmuur, een Sjofar (bazuin) en een plateau. Het Jeruzalemstenen plateau biedt rond de boom een zithoek voor bezinning. Op de zitbanken gezeten valt het oog nog op het elektriciteitspaaltje rechts van de gedenkmuur, waarop een barcode iedereen met een smartphone uitnodigt om via een mobiele website meer informatie te krijgen over de personen wier namen hier gegraveerd zijn. Het monument is vervaardigd door Amiran Djanashvili, een Joods-Georgische vluchteling die sinds 1991 in Utrecht woont en werkt als beeldend kunstenaar.

Stil staan bij hen die op brute wijze uit hun Utrecht werden weggerukt en die nu toch nog in hun eigen Utrecht zijn vereeuwigd.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs

Meer dan 70 jaar na dato staan we hier dan en aanschouwen de sjofar, de ramshoorn, en het kadiesj gebed, het gebed dat kinderen uitspreken voor hun overleden ouders.

Ik spreek namens de Joodse Gemeente Utrecht en namens het Opperrabbinaat mijn grote dank uit aan allen die met zoveel overgave en strijdlust zich gegeven hebben om allen die hier vereeuwigd zijn, een plekje te geven in hun Utrecht, waar ze allen zo graag gewoon hadden willen sterven om hier in hun Utrecht hun laatste rustplaats te vinden op hun eigen Joodse begraafplaats. Verreweg de meesten hebben geen nabestaanden, omdat de grondigheid van de vernietiging, in nauwe samenwerking met de toenmalige lokale overheid, ook de nabestaanden heeft uitgeroeid. Naar hun namen gaat niemand op zoek.

Meer dan 70 jaar na dato. Is het te laat? Is het nog zinvol? Voor wie doen we het eigenlijk? Voor hen die afgevoerd en afgeslacht zijn omdat ze Joods waren? Hebben zij, die hun rust inmiddels al heel lang hebben gevonden in de nabijheid van G’ds Majesteit, dit indrukwekkende monument nog nodig?

Doen we het misschien voor onszelf?

Niet omdat we verraad hebben gepleegd voor fl. 7,50 p.p. of meegewerkt als gemeenteambtenaar, die gehoorzaam en vlijtig de namen van de Joodse medeburgers doorgaf, of als politieagent, die gezagsgetrouw het bevel stipt opvolgde om de Joden op brute wijze uit hun huizen te slepen, of als een Minister die na de oorlog vlijtige NS medewerkers complimenteert omdat ze hun werk, hoewel het moeilijk was, zo vertelt de Minister, toch hebben voortgezet en zo de vaderlandse economie niet hebben geschaad in die afschuwelijke duistere periode.

Neen, zij die daadwerkelijk zwaar of minder zwaar de fout zijn ingegaan wilden liever geen monument, geen herinnering aan het toen…..voor hen gold slechts: de verstikkende doofpot, vooral geen monument!

Hebben wij dit indrukwekkende monument complex dan in het leven geroepen om op deze manier hulde te brengen aan het Utrechtse Studentenverzet dat zo ongelofelijk veel heldenmoed heeft getoond en relatief nog vele Joden uit de klauwen van de onbarmhartige moordenaars heeft weten te redden?

Zijn wij hier bijeen om te memoreren dat aan de Maliebaan de chique kantoren van de SS-ers stonden en dat in het Maliebaan Station efficiënt de SS opdrachten werden uitgevoerd?

Staan we hier om als huidige Utrechtse samenleving vol respect te kijken naar de zusters Kohlbrugge, waarvan nog een in leven is, die in een korte zijstraat van de Maliebaan geheel belangeloos met gevaar voor eigen leven diep in het verzet zaten?

Of zijn wij hier bijeen om al die koeriers te gedenken die door Nederland reisden met voedselbonnen en valse identiteitskaarten?

Als ik de 1239 namen zie, besef ik dat zonder de hulp van het verzet, de lijst nog langer zou zijn geweest.

Het is wel erg laat. Velen zagen de herinnering graag vervagen. Maar is het te laat? Of is het nu juist het geijkte moment vanwege het opkomend antisemitisme en andere vormen van discriminatie?

Afgelopen sjabbat lazen we in de synagoge uit de Thora hoe de Eeuwige tegen  Aartsvader Abraham, zei: Trek weg uit je geboorteland, uit je geboorteplaats en uit je ouderlijk huis en ga naar het land dat IK je zal tonen. De Bijbel geldt voor ieder mens, in ieder tijd en in iedere situatie en komt ons hier een belangrijke les leren: de mens wordt gevormd, vaak onbewust, door waarden en normen die het regime van zijn land hem opleggen, zijn geboorteland. Maar nog meer wordt hij beïnvloedt door zijn naaste en directe omgeving, zijn geboorteplaats. En het ouderlijk huis, de opvoeding die hij ontvangt in zijn jonge jaren, is het meest bepalend voor zijn latere levensvisie. Abraham kreeg de opdracht om de corrupte samenleving uit zijn verleden achter zich te laten en een nieuwe start te maken, een nieuw begin.

In ons land worden we geconfronteerd met vluchtelingen die voor een zeer groot percentage gevormd zijn door een regime, een entourage en een opvoeding die niet past binnen onze Nederlandse samenleving, waar wederzijds begrip en tolerantie naar andersdenkenden hoog in het democratische vaandel staan. Nederland moet onvoorwaardelijk openstaan voor ieder medemens in nood. Maar wij zijn verplicht om vanaf dag één, hen de richting aan te geven zoals G’d dat ook heeft gedaan aan onze Aartsvader Abraham.

En als we dat niet doen? Kijk naar de namenwand en zie het resultaat van het niet tolereren van een bepaalde groep medeburgers.

Misschien moest, om deze les beter te beseffen vanwege zijn actualiteit, het indrukwekkende monument daarom pas nu onthuld worden……

Maar ik dwaal af en de indringende klanken van de sjofar, de ramshoorn, schrikken mij wakker: laten we ons samenzijn niet degraderen tot een educatief project, zodat we zouden kunnen denken, dat wat nooit had mogen geschieden toch nog enige nut had, om herhaling te voorkomen voor nu en in de toekomst….

Wij zijn hier uitsluitend bijeen om stil te staan bij hen die op brute wijze uit hun Utrecht werden weggerukt en die nu toch nog in hun eigen Utrecht zijn vereeuwigd. Onze gedachten zijn bij hen, en dan ook en juist bij hen die volledig werden uitgeroeid met hun nazaten. Niemand kent ze meer, niemand denkt nog aan ze… alleen wij, dankzij dit monument, een paar doodstille minuten.

Reacties zijn gesloten.