Toe Bisjwat: nu pas begrijp ik waarom de mens zo onberekenbaar is.

Op het nieuwjaarsfeest van de bomen zoek ik mijn persoonlijke boom van kennis van goed en kwaad…

Rabbijn mr. drs. R. Evers, rabbijn van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap


Datum: 15 Sjewat 5776/ zondag 24 ’s avonds/25 overdag januari 2016

Achtergrond: over Toe Bisjwat is in de oude Joodse bronnen bijna niets te vinden. In de Talmoed wordt de 15e Sjewat genoemd als het nieuwjaar voor de bomen met het oog op de afdrachten van de oogst. Zo zijn er afdrachten aan de Kohaniem, de priesterklasse, aan de Levieten en aan de armen.

Toe Bisjwat wordt tegenwoordig voornamelijk gevierd door het eten van zo veel mogelijk vruchten en door het planten van stekjes.

Amandelbloesem (detail) VincentvanGogh 1890


 

Het Nieuwjaar van de bomen, Toe Bisjwat

Mijn zoektocht naar de eerste boom in het paradijs, de boom van kennis van goed en kwaad

Het Nieuwjaar der bomen, Toe Bisjwat, voert mij ieder jaar weer terug naar de allereerste boom in de Joodse geschiedenis, de boom van kennis van goed en kwaad in het Paradijs. Wat voor soort boom was deze `boom van kennis van goed en kwaad’? Dit jaar maak ik de reis naar het Paradijs.

Het heeft mij altijd bevreemd dat in West-Europa de schaduwrijke ‘boom der kennis’, zoals beschreven in het eerste boek van de Tora, klakkeloos als een appelboom wordt neergezet.

 Geen appelboom
In de Talmoed vind je hierover vier meningen. Het bleek in ieder geval geen appelboom:

  1. Volgens de eerste mening was het een vijgenboom, omdat de mens bedekt werd met vijgenbladen na de Zondeval. Met de vrucht waarmee hij gezondigd had, moest hij zich kleden.
  2. Een tweede visie stelt, dat de boom een etrog (citrusvrucht) was, waarmee wij tegenwoordig op het Loofhuttenfeest (Soekot) als één van de vier plantensoorten schudden.
  3. Een derde mening gaat ervan uit dat het de wijnstok was, omdat wijn tot zonde brengt.
  4. Een vierde opvatting stelt, dat de boom van kennis gewoon graan was omdat de mens pas verstand krijgt tegen de tijd dat hij graanproducten begint te eten.

In de middeleeuwse kunst wordt de befaamde boom echter wel als een appelboom wordt voorgesteld. De reden hiervoor is ongetwijfeld dat al sinds de Germanen en Kelten appelen als ‘vruchten van de eeuwige jeugd’ worden beschouwd.

Adam was gewaarschuwd
Adam werd gewaarschuwd lees je in Bereesjiet/Genesis 2:15:

En G’d gebood de mens als volgt: Van alle bomen in deze tuin kunt u vrijelijk eten; van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad zult u echter niet eten. Want op het moment dat u daarvan eet, zult u sterven.

Wat een leven moet Adam hebben gehad! Voordat hij at van de Boom, was Adams geest vrij en kon hij zich volledig wijden aan zijn relatie met G’d. Woning, voedsel en kleding waren geen probleem.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe het nu mis ging in het Paradijs. Het kwaad in het Hof van Eden werd gesymboliseerd door de slang. Het kwaad was geen onderdeel van de menselijke natuur. Het was een kracht van buitenaf die hij kon negeren, vermijden of bevragen.
Kon Adam de verleiding echt niet weerstaan? De eerste mens had maar een enkele opdracht, die overigens slechts van vrijdag drie uur ‘s middags – zijn scheppingsmoment – tot de ingang van de Sjabbat (zaterdag), vrijdagavond omstreeks zes uur, duurde.

Toch kon hij zich niet inhouden. Hij mocht niet eten maar deed het toch. Deze misser heeft ons veel problemen opgeleverd. Zijn falen heeft al zijn kinderen, alle mensen dus, psychisch vreselijk in het nauw gebracht. Gelijk in de paradijselijke Boom goed en kwaad onlosmakelijk met elkaar waren verbonden, zo werd de slechte neiging een deel van onze menselijke ziel die wij nooit meer helemaal zouden kunnen mijden.

Overal waar wij gaan, zouden wij de slechte neiging voortaan met ons meedragen. Zo gezien, begrijp ik nu waarom de mens zo gecompliceerd in elkaar zit en waarom hij zo onberekenbaar is.

Vat vol tegenstrijdigheden
De mens werd een vat vol tegenstrijdigheden, een groot frustrerend conflict. Zijn spiritue­le roeping en zijn animale driften zouden hem verscheuren. Wij mensen verloren onze onsterfe­lijkheid gelijk met onze onschuld. Met de zondeval van de mens verviel ook de hele Schepping tot een lager niveau. Heel de Schepping was nu doortrokken van een mengeling van goed en kwaad.

Maar doorlezend in de Tora, zie je dat er een tweede boom in het Paradijs stond, de Boom van Leven. Dit is volgens mij de Tora (Bijbel), de boom, die ons werkelijk levend houdt. Deze Tora-boom zou ons mensen weer kunnen optillen uit onze zonde-toestand.

Met de Tora ontstond voor ons mensen de gelegenheid om het kwaad te overwinnen, het zelfs om te zetten in goed. De Tora is volgens mij de beste remedie tegen al het kwaad en slechts.

Keuzevrijheid
Was Adams zondeval dan nergens goed voor, vroeg ik me af? Je voelt op je klompen aan, dat dit mengsel van goed en kwaad ook een voordeel heeft (elk nadeel heeft zijn voordeel).

Het waarom van de Schep­ping heeft vele filosofen beziggehouden. G’d heeft de wereld geschapen als een daad van pure naastenliefde, om goed te doen aan het geschapene. De mens als uitverkoren schep­sel moest de ontvanger van dit goede worden. G’d wil ons niets minder dan het allerbeste geven, en dit hoogste is niets minder dan G’d Zelf.

Vrije wil
Om enigszins G’d gelijk te worden, moeten wij een volledig vrije wil hebben. In feite is dit het “beeld van G’d” waarover in Bereesjiet/Gene­sis bericht wordt. G’d is volledig vrij om te doen en te laten wat Hij wil; wanneer de mens een beetje G’d gelijk wil worden, moet hij over een volledig vrije wil beschikken. Maar voor zijn vrije keuze moest er naast de mogelijkheid om goed te doen ook een potentieel voor kwaad bestaan.

Tot de zondeval was de mens een volledig geïntegreerd wezen, zonder interne conflicten. Na de zondeval vertoonde hij een duidelijke innerlijke scheu­ring. Dit interne conflict bepaalt onze keuzevrijheid. En de prijs van deze keuzevrijheid is hoog. We lopen het risico heel slecht te worden. Ik sla de geschiedenisboeken er op na en zie hoe slecht vele mensen waren en kunnen zijn.

Ik blijf optimistisch. De lente komt er aan, de mensheid groeit langzamerhand – met veel vallen en opstaan – zijn volwassenheid tegemoet. Onze keuzevrijheid laat ons ook kiezen voor het goede. En dat blijft onze grootste uitdaging…

Reacties zijn gesloten.