Kop in het zand op het strand

Door: Binyomin Jacobs, opperrabbijn

Ik vraag mijzelf weleens in alle bescheidenheid af of ik een profeet ben of dat de mij omringende samenleving lijdt aan een chronische vorm van naïviteit. Laat ik iets duidelijker zijn: een slordige vijftig jaar geleden werd er alom aangeprezen om toch vooral niet teveel kinderen te krijgen. Een jongen en een meisje of slechts een kind was echt wel voldoende. Gezien ik toen al had leren optellen, vroeg ik mijzelf af of er op een gegeven moment wellicht een probleem zou kunnen ontstaan vanwege, wat we nu noemen, vergrijzing. Maar kennelijk was ik een van de zeer weinigen die dat eenvoudige optelsommetje vooruit kon denken!?
In deze periode van de Joodse kalender bevinden wij ons in de zogenaamde drie weken. De drie weken die dit jaar zondag jl. begonnen en eindigen op de Negen Aw, de dag waarop de Tempel in Jeruzalem werd verwoest en de diaspora een triest feit was geworden. De pogroms en vervolgingen worden in deze periode herdacht. Door de eeuwen heen wordt deze periode gekenmerkt door narigheid en misère. Zo is de Eerste Wereldoorlog op Negen Aw begonnen en is er een betreurenswaardig lange lijst van vervolgingen juist in deze periode van het jaar. Maar ga ik nu uitsluitend terugblikken? Staat in deze periode het historisch besef centraal? Het antwoord is een schreeuwend ‘neen’! En toch staan wij stil bij een verleden, maar dan uitsluitend omwille van het heden en omwille van het morgen. Lessen tot ons nemen. Kijken waarom het toen fout ging. Erop toezien dat de geschiedenis zich niet gaat herhalen.
Allereerst natuurlijk hand in eigen boezem: de voornaamste reden van de verwoesting van de Tempel was het gebrek aan onderling respect. Er heerste veel onderlinge jaloezie en afgunst. En dus is het aan ons, de huidige samenleving, om keihard te werken aan wederzijdse tolerantie. Makkelijk aan het digitale papier toevertrouwt, maar in praktijk een gigantisch en ogenschijnlijk onhaalbaar project. En toch is dit de enige oplossing om de crisis waarin de wereld zich bevindt, het hoofd te bieden.
Maar helaas wordt aan dit project van naastenliefde geen tijd en geld besteed. Het zou op zichzelf een prima investering zijn. Maar stel je voor: geen moord en doodslag, geen oorlog? Het zou de doodsklap betekenen voor de bloeiende wapenindustrie. En uiteindelijk moet het economisch belang de weegschaal naar de verkeerde kant doen doorslaan.
Maar, om terug te gaan naar het begin van deze column, kunnen wij mensen van nu dan niet vooruit kijken? Zijn wij dan blind voor de trieste realiteit dat er kapitalen wordt gestoken in wapenhandel en dat er tegelijkertijd geen geld is om te investeren in een juiste opvoeding? Snappen wij dan niet dat zolang er haat wordt gekweekt in miljoenen schoolboeken tegen christenen, Joden en andersdenkenden, er nooit echte sjalom kan komen?
Neen, wij zien dat er onschuldige medemensen worden vermoord om ons heen. In België, in Frankrijk, in Duitsland. Maar wij zitten te genieten aan het strand en luisteren naar het kabbelende gezang van de golven. Het is allemaal erg ver weg, denken wij, terwijl wij ons bezwete hoofd demonstratief en vooral diep in het zand steken. Ik bid tot G’d en smeek Hem om mijn kwalijke profetische gedachten niet te bewaarlijken.

Reacties zijn gesloten.