Joodse graven in Winschoten ontdekt en grafrust gewaarborgd

In Winschoten zijn de resten van minstens elf Joodse graven gelokaliseerd. De resten kwamen aan het licht bij de aanleg van een riool in de Liefkensstraat in het centrum van Winschoten. Bij de werkzaamheden werd standaard archeologisch onderzoek verricht. Daarbij stuitte men op nog in tact zijnde kisten. Waarschijnlijk door de grondsoort ter plaatse, keileem, is het eikenhout van de kisten goed geconserveerd gebleven.

Het werk aan de riolering is na de vondst onmiddellijk stilgelegd en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap werd op de hoogte gesteld. In verband met halachische (joods-wettelijke) vragen die omtrent de resten aan de orde zijn, werd opperrabbijn Jacobs die voor die gebied verantwoordelijk is, door het NIK ingeschakeld om een rabbinaal oordeel te geven. Op zijn beurt betrok hij archeoloog Leo Smole. Beiden zijn vandaag de hele dag bezig geweest op locatie.

winschoten-liefkensstraat-2016

Opperrabbijn Jacobs en archeoloog Smole in het terrein aan de Liefkensstraat in Winschoten waar de resten van de oude Joodse begraafplaats zijn aangetroffen.

Het gebied wordt heringericht als park. Om het gedeelte waar de oude begraafplaats is geweest en dus nog steeds is, komt een afrastering die het terrein van de Joodse begraafplaats markeert.

Buiten de bebouwde kom
De begraafplaats lag midden in het centrum van Winschoten. In de negentiende eeuw was dit niet wenselijk meer, met het oog op de volksgezondheid en met name de angst voor besmettelijke ziekten. Begraafplaatsen moesten voortaan buiten de bebouwde kom liggen. Dus werd deze begraafplaats gesloten. Joodse overledenen werden hierna begraven op de nieuwe begraafplaats in het ‘Achteruit’, het huidige St. Vitusholt. 66 Jaar na de laatste begraving, in 1894, werd  een monument geplaatst op de voormalige begraafplaats. Het vermeldt dat dit terrein een Joodse begraafplaats was en eigendom van de Joodse Gemeente Winschoten. De herdenkingssteen die eerst ter plaatse was neergezet maar later naar de andere, nieuwe, begraafplaats in Winschoten is overgebracht keert terug naar het terrein in de Liefkensstraat.

In ruste
De resten werden gevonden onder een Joods werkhuis voor armlastige mensen, die in 1823 aan de rand van de oude begraafplaats in Winschoten was gebouwd. Deze diende van 1786 tot en met 1828 als dodenakker. Het grootste deel van de begraafplaats bleef anderhalve eeuw in ruste. De houten grafzerken verteerden. De stoffelijke resten van 54 mensen van de begraafplaats werden in 1969 herbegraven op de nieuwe Joodse begraafplaats aan de Sint Vitusholt in Winschoten. De vorige week gevonden resten bleven toen op hun plaats. Waarschijnlijk was niet bekend dat er nog graven onder lagen. Men was tot voor kort in de veronderstelling dat alle menselijke resten in 1969 zijn herbegraven op de nieuwe begraafplaats aan de St. Vitusholt. De huidige graafwerkzaamheden ten behoeve van een nieuw riool voor hemelwaterafvoer, die archeologisch worden begeleid door drs. André Plesynski, hebben aangetoond dat dat toch niet het geval is. Archeoloog Smole: “Er zijn namelijk restanten van eikenhouten kisten aangetroffen met het stoffelijk overschot van ten minste elf Joodse Winschoters. Hun grafrust is echter nooit verstoord. De grond is nooit geroerd, er is ook niet geheid op het terrein waar de graven lagen, liggen en dus zullen blijven liggen.”
Nadat deze resten zijn aangetroffen zijn de graafwerkzaamheden ten behoeve van het riool stilgelegd. Er is contact gezocht met het NIK en het IPOR. Vervolgens zijn er afspraken gemaakt over de te volgen stappen. De contouren van de kisten van de overledenen zijn in kaart gebracht en onder een laag plastic overdekt met schoonzand. Tot er over kon worden gegaan tot herbegraving.

Oplossingsgericht
Vandaag zijn opperrabbijn Binyomin Jacobs en drs. Leo Smole, archeologisch adviseur van het IPOR, gezamenlijk naar Winschoten afgereisd om ter plaatse de situatie te bekijken en te komen tot een goede oplossing in samenspraak met de wethouder en medewerkers van de gemeente Oldambt. In overleg met de oplossingsgerichte gemeente Oldambt kwam het idee tot stand om de resten niet her te begraven op de nieuwe begraafplaats St. Vitusholt, maar te herplaatsen op dezelfde locatie. Ter plaatse van het riooltracé zijn de restanten van de begravingen verwijderd en net buiten het tracé in een nieuwe kist opnieuw begraven. Er zijn elf kisten gevonden.
Archeoloog Smole die heeft toegezien op en heeft meegeholpen met de archeologen bij het feitelijk ontgraven van de resten: “De één was veel groter dan de ander. Dit duidt op de aanwezigheid van kindergrafjes. De houtresten waren goed herkenbaar. De archeologen deden hun werk onder leiding van archeologe drs. Elma Schrijer en de samenwerking verliep naar volle tevredenheid.” Daarna heeft Smole de lege grafkuilen geïnspecteerd op eventueel achtergebleven resten. De inhoud van de kisten is zorgvuldig overgezet in de nieuwe kisten. Smole: “Omdat Joden in principe het liefst hun eigen doden begraven, heeft opperrabbijn Jacobs de graafmachine bediend en zo de resten toegedekt.”

Ongemoeid
De in 1969 geruimde Joodse begraafplaats zal als geheel worden gemarkeerd door middel van een begrenzing in het straatwerk. Bij het hekwerk zal een educatief bord geplaatst worden. Smole: “De stoffelijke overschotten van overige begravingen, die zich ongetwijfeld nog in de directe nabijheid van het tracé bevinden, blijven ongemoeid. Hun rust wordt gewaarborgd doordat de gemeente een hek wil plaatsen rond de herontdekte begraafplaats. De begraafplaats zelf zal als park worden ingericht in stijl met de omgeving.”

Elf procent van de bevolking
De eerste Joden vestigden zich eind 17e eeuw in Winschoten. Rond 1710 waren er een stuk of vier Joodse gezinnen. Pas in tweede helft van de 18e eeuw is er sprake van een groei van het aantal Joodse inwoners. Vooral in de 19e eeuw groeide de Joodse bevolking sterk. In 1814 telde de Joodse Gemeente Winschoten 197 leden, waarvan 170 in Winschoten zelf. In 1773 is er voor het eerst sprake van bestuurders of parnassim van een Joodse Gemeente Winschoten. De begraafplaats aan de Liefkensstraat dateert van 1786. In 1859 woonden er 548 joden in Winschoten, dat was 11% van de bevolking. Op Amsterdam na het hoogste percentage ooit in Nederland. Bij het uitbreken van de oorlog telde Winschoten een grote Joodse gemeenschap, van ruim 500 mensen. Van hen keerden er na de oorlog slechts twintig terug. Meerdere monumenten herinneren hieraan. Jaarlijks wordt er een herdenking gehouden op de datum waarop de laatste Joden uit Winschoten zijn gedeporteerd.

Hartverwarmend
Terugkijkend op de plotseling ontstane en pijlsnel uitgevoerde operatie zegt Smole: “De hoeveelheid positieve aandacht die er was vanuit de voorbijgangers, de pers en vooral gemeenteambtenaren, wethouder Laura Broekhuizen en burgemeester Pieter Smit is hartverwarmend. Ik ben onder de indruk van de bereidheid van de gemeente om zo respectvol met Joodse graven om te gaan. De wijze waarop de archeologen en veldmedewerkers hebben bijgedragen aan deze operatie is ook voorbeeldig. Als zij niet aan de bel hadden getrokken was het allemaal niet op zo’n goede wijze gebeurd.”

Reacties zijn gesloten.