Gedenksteen voormalig barakkenkamp De Bruine Enk onthuld

Opperrabbijn Binyomin Jacobs en burgemeester Breunis van de Weerd van de gemeente Nunspeet hebben, onder grote belangstelling, op de hoek van de Hullerweg en de Waterweg een gedenksteen geplaatst ter nagedachtenis aan het voormalige barakkenkamp De Bruine Enk dat hier was gevestigd.
De gedenksteen is een initiatief van de heemkundige vereniging Nuwenspete. Bedoeld om de geschiedenis van het kamp niet te vergeten. Het monument bevat een stenen Davidster met daarop een grote kei met een foto van de kampen van de Bruine Enk.

Voordat het Joods monument aan de Hullerweg in Nunspeet werd onthuld waren veel genodigden verzameld in de kantine van de Landelijke Eenheid Politie. Initiatiefnemers Ad Sulman en Maarten Schouten van de Heemkundige Vereniging Nuwenspete waren verrast zoveel gasten te mogen begroeten. De genodigden konden luisteren naar een indrukwekkend verhaal van mevrouw Sara de Vries uit Diemen. Zij is één van de nabestaanden van twee mannen die in het kamp hebben gezeten. Ook onder de gasten nog enkele onderduikers en familieleden van mensen die in Nunspeet mensen onderdak hebben geboden.

Ad Sulman dankte de vele mensen die het mogelijk hebben gemaakt om nu dit monument in Nunspeet te kunnen onthullen. De steen is geplaatst op een stuk grond dicht bij de ingang van het gebouw van het Korps Levende Have van de politie. De kosten van de gedenksteen zijn gedekt door bijdragen van Commissie Kerk & Israël van de Hervormde Gemeente te Nunspeet, Chr. Geref. Gemeente ‘Ichthus’ en de Rabobank.

INDRUKWEKKEND
Indrukwekkend was het verhaal van Sara de Vries. Zij noemde deze plek aan de Hullerweg één van de voormalige poorten naar de hel. Uit het kamp De Bruine Enk werden de mannen vanuit dit werkkamp op 2 en 3 oktober 1942 naar Westerbork gevoerd en vervolgens naar de vernietigingskampen in Oost Europa gedeporteerd. Geen van deze mannen heeft dit overleefd. Een oom en neef van haar waren twee van hen. Alle familieleden van mevrouw de Vries zijn omgekomen tijdens Wereldoorlog ll. Haar gedetailleerde verhaal maakte diepe indruk.

Burgemeester van de Weerd hield een korte toespraak, waarin hij het initiatief prees en blij was met de draagkracht in de Nunspeetse gemeenschap.
Maarten Schouten gaf aan dat na contact met Drees Bouw van de Waterweg, die als kind in deze omgeving speelde, het initiatief tot dit monument is ontstaan. ,,Ik ben dankbaar dat ik samen met jullie de onthulling van deze gedenksteen mag meemaken”.
Tussendoor was er een muzikaal intermezzo van de heren Govers (viool) en Van Steenwijk (piano). Zij speelden het thema uit de film Schindlers List.

ONTHULLING
Het gezelschap begaf zich daarna naar het monument, dat door burgemeester Van de Weerd en Opperrabbijn Jacobs werd onthuld door het verwijderen van het doek. Opperrabbijn Jacobs hield daarop een indrukwekkende toespraak, waarin hij onder meer waarschuwde voor de hernieuwde opkomst van het antisemitisme, ook in Nederland. Ook legde hij de vinger bij de rol van de Nederlandse politiemensen, die de mensen uit huis haalden. ,,Het waren niet alleen de Duitsers. Weinige mensen waren echt fout, maar ook weinigen waren erg goed. De meute liet het gebeuren”. Schrijnend was ook in het verhaal dat mensen die de kampen hadden overleefd een kaartje voor de trein moesten kopen om naar huis terug te keren en dat niet konden betalen. ,,Ze mochten gratis ,reizen’ naar de vernietigingskampen, maar betalen om terug te keren…”. Hij sloot zijn toespraak af met een Joods gebed en een minuut stilte.

WERKKAMP
De Bruine Enk was een van de werkkampen in het kader van de werkverschaffing door de Rijksdienst voor de Werkverruiming, die in de oorlog in zijn gezet om er Joodse mannen te interneren. De bouw van de barakken werd rond september 1940 voltooid. Voor zover bekend is het kamp in ieder geval vanaf november 1940 bewoond. Er was in 1941 woonruimte voor 120 bewoners. Die werden tewerkgesteld bij projecten van de Heidemij, onder meer in Vierhouten.
De eerste schriftelijke bewijzen voor het gebruik van het kamp voor het interneren van Joden dateren uit september 1942. Het kamp vormde een buffer voor concentratiekamp Westerbork. Joodse mannen moesten dwangarbeid verrichten voor de Heidemij. Volgens historicus Hendrik van Heerde ging het in Nunspeet om zo’n zestig Joodse dwangarbeiders. Van Heerde schreef in zijn dagboek dat de inwoners van Nunspeet via het gemeenteblaadje werden gewaarschuwd geen voedsel en andere zaken aan Joden te verstrekken in het kamp.

WEGGEVOERD
Alle Joodse mannen werden in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 uit de werkkampen weggevoerd naar Westerbork. De kampbewoners kwamen en vertrokken via Station Nunspeet. Over het gebruik van het kamp na het vertrek van de Joden is weinig tot niets bekend. Wat bekend was komt veelal uit de gegevens die Van Heerde heeft nagelaten.

Het monument is geadopteerd door groep 8 van de basisschool de Bron. Alle leerlingen legden steentjes op het monument, gevolgd door alle aanwezige genodigden.

Reacties zijn gesloten.