NIK-voorzitter David Goudsmit: waken voor tweespalt in Joods Nederland

Het NIK kan de afgelopen weken rekenen op veel belangstelling, onder meer in Joodse media. Dit geeft de indruk van een hoogoplopende ruzie binnen orthodox Joods Nederland. De werkelijkheid ligt gelukkig anders. Vandaar hieronder enig perspectief en wat zicht op de werkelijke issues.

Allereerst een aantal concrete door het NIK voor onze leden in gang gezette zaken. Zoals de aankondiging dat de Permanente Commissie een kehillot-conferentie gaat organiseren om over de inhoudelijke zaken en nu eens niet over interbestuurlijk gehakketak met elkaar te spreken, en vooral van en met elkaar te leren.
Een ander punt is het fantastische Tikwatenoe-machanee dat we net achter de rug hebben. Deelnemers, madrichiem en stafleden van het door het NIK georganiseerde machanee waren het na afloop over één ding roerend met elkaar eens: vijftig kinderen op machanee, we moeten ervoor zorgen dat volgende keer nog veel meer Joodse kinderen zo’n geweldige week beleven.

Tot zover de inhoud. Nu de beeldvorming van ruzie. De volgende feiten zijn daarbij van belang want beeldvorming is alles, maar beeldvorming zoals hier op basis van onterechte beschuldigingen is voor ons onacceptabel.

1. Christenen voor Israël beschuldigt het NIK ervan gegevens over IPOR-opperrabbijn Jacobs te hebben aangedragen voor een artikel in De Telegraaf van 12 januari en dat voor opperrabbijn Jacobs beschadigende beschuldigingen tot antisemitisme zou kunnen leiden. Een brief van die strekking is openbaar geworden door deze naar de Centrale Commissie van het NIK te sturen. Het eerste is pertinent onwaar, wij hebben als NIK niets met het Telegraaf artikel van doen. Het tweede is een oordeel dat het NIK ver van zich werpt. Helaas heeft deze beschuldiging bij een enkel lid van de Permanente Commissie tot hoogopgelopen emoties en onwenselijke uitspraken geleid. Zowel door betrokkene als door mij als voorzitter van het NIK is hiervoor schriftelijk excuses aangeboden. Christenen voor Israël heeft daar niet meer op gereageerd.

2. Het NIW stelt, op basis van een brief van het Cheider aan het NIK, dat het NIK en de PIG onderzoek gedaan hebben naar een rabbinaal medewerker van de PIG. Dit is een feitelijke onjuistheid. Niet het NIK maar NIHS Amsterdam heeft tezamen met de PIG dit onderzoek uitgevoerd. Het NIK is hierbij nimmer betrokken geweest. Het NIW factcheckte het aan Cheider toegeschreven citaat niet. Slordig en de suggestie daarmee als waarheid presenterend. Nu moet het NIW weer een correctie er tegenaan gooien. Wie leest dat en wie leest de context?

3. Columnisten zijn natuurlijk vrij om hun mening te geven. Maar ook daar geldt: zo je feiten brengt, laten het dan feiten zijn die kloppen. Columnisten in het afgelopen NIW nemen alle ruimte om de meest klinkklare nonsens over het NIK te schrijven. Of proberen hun gelijk te halen door te grijpen naar de rabbinaal-wetenschappelijke opperrabbijn Joel Vredenburg. Wie diens capaciteiten kent en weet te beoordelen, realiseert zich hoe misplaatst dat is.

4. Inzake het onderzoek naar de Nijmeegse rabbijn wordt het NIK beschuldigd van ‘karaktermoord‘. Ook dit werpen wij verre van ons. Het NIK en de NIG Nijmegen hebben van meet af aan aangedrongen op een onafhankelijk onderzoek naar alle aantijgingen aan het adres van de rabbinaal medewerker, zowel de eerder door IPOR onderzochte als de recenter gedane aantijgingen. Het IPOR drong tegelijkertijd aan op uitsluiting naar de eerder door haar opperrabbijn onderzochte aantijgingen. Het NIK verleent slechts op morele gronden haar diensten om onafhankelijke deskundigen snel en inzichtelijk met een oordeel te laten komen.

Op 19 januari verzoekt het IPOR aan het NIK om een gemeenschappelijke persverklaring naar buiten te brengen. De Permanente Commissie van het NIK is van mening dat de distantiërende houding van de IPOR-opperrabbijn, blijkens diens interview in het NIW van 19 januari, het onmogelijk maakt tot deze gemeenschappelijke verklaring te komen.

Op 29 januari is in opdracht van het NIK en de NIG Nijmegen (IPOR was inmiddels afgehaakt) een onafhankelijke onderzoekscommissie, bestaande uit mr. dr. Edwin Rabbie (voorzitter) en mr. Hester Uhlenbroek, met haar werkzaamheden begonnen.

5. Ik en velen met mij waken voor tweespalt in Joods Nederland. Voor tweespalt is geen aanleiding en daarvan hoeft geen sprake van te zijn. Wij zetten ons in voor de gemeenschap, voor het collectieve belang en voor de plek die iedere individuele Jood die lid is of lid kan zijn van ons kerkgenootschap daarbinnen verdient. In die lijn heeft het NIK de opzet aangekondigd van een meldpunt en vertrouwensfunctie voor Joods Nederland. Het gaat om een onafhankelijk meldpunt. Kernbegrippen zijn: vertrouwen, veiligheid, geborgenheid, expertise, en professionaliteit. Ons morele kompas gebiedt ons om ons in te zetten als er sprake is van misbruik en misstanden. We maken ons terecht zorgen over externe veiligheid en hangen camera’s rond Joodse gebouwen; maar leden van de Joodse gemeenschap moeten zich ook binnen veilig weten, een meldpunt kan hier aan bijdragen. Door de NIHS Amsterdam is inmiddels actieve steun voor dit initiatief aangeboden.

6. In de lijn van het belang voor de Joodse gemeenschap luidt ook de opdracht aan het zittende IPOR-bestuur in een onlangs met 21 voor en 9 stemmen tegen aanvaardde motie in een buitengewone IPOR-Raadsvergadering. Een belangrijke verbindende oproep. Berichtgeving over dergelijk goed nieuws door IPOR zelf of de Joodse pers daarover heeft tot nu toe ontbroken.

Ik vertrouw er op met deze toelichting e.e.a. in context te hebben kunnen plaatsen en we ons naar de toekomst kunnen richten op de verdere versterking van onze gemeenschap.

David Goudsmit
Voorzitter Permanente Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap

Reacties zijn gesloten.