Op gezette tijden een boom opzetten

Het is met opzet dat ik voor de opzet van dit stuk wil laten zien dat een woord meerdere betekenissen kan hebben :-). Daartoe vormt Toe Bisjvat de aanleiding. Toe Bisjvat is de 15e dag van deze joodse maand, de maand Sjvat wat dit jaar samenvalt met dinsdagavond 30 januari en woensdag 31 januari. Op die dag is het op de Joodse kalender nieuwjaar. Joods nieuwjaar? Alweer?

Ruben Vis

Ja. Het is een van de zelfs vier dagen in het jaar dat het nieuwjaar is. Op 1 Tisjri is het nieuwjaar dat we als Rosj Hasjana kennen, compleet met de sjofar en de appel met honing. Toe Bisjvat is het nieuwjaar voor de bomen en dan zijn er nog twee dagen die ieder voor een specifieke reden nieuwjaar zijn. Iedere Rosj Hasjana heeft een eigen betekenis. De Rosj Hasjana voor de bomen heeft de functie van fatale datumgrens, los van welk menselijk handelen dan ook. Het Rosj Hasjana van de appel met honing en de sjofar heeft juist alles met menselijk handelen te maken want dat wordt op die dag beoordeeld. Toe Bisjvat is de datumgrens voor de vruchten. Vruchten die voor Toe Bisjvat van een jaar gegroeid zijn, hebben een andere status dan de vruchten die na deze dag zijn gegroeid. Een van de nog steeds gehanteerde regels is Orlah. Fruit dat rijp is geworden op een boom die drie jaar oud is, voor Toe Bisjvat mag niet worden gegeten. Maar fruit dat rijp is geworden op of na Toe Bisjvat van een boom die drie jaar oud is, mag wel worden gegeten. In de driejaar-telling is de dag van Toe Bisjvat dus een fatale datum.

Rosj Hasjana gaat over beoordelen. Op de appel-met-honing Rosj Hasjana staan we zelf voor de G’ddelijke rechter om te worden beoordeeld. Het oordeel of fruit wel of niet mag worden gegeten wordt bepaald op Toe Bisjvat, het nieuwjaar van de bomen. Dat we zelf beoordeeld worden, daar zijn boeken over volgeschreven en ieder jaar weer doet het ons beseffen dat we ook maar schepselen zijn over wie een hemels oordeel wordt geveld. Dat de G’ddelijke dimensie ook van betekenis is voor het fruit, voor de vruchten aan de bomen, daar staan we minder vaak bij stil en is in onze hedendaagse samenleving eigenlijk naar de achtergrond geraakt. Toch is het zo. Het Jodendom vraagt van ons: besef. Besef van het idee dat er een hoger iets is, een G’ddelijke macht die over alles oordeelt. Over onszelf, uiteraard, daar kennen we Rosj Hasjana van. Maar ook over de veel nietiger levende wezens op deze aarde. In onze samenleving staan we er maar nauwelijks bij stil dat wat we consumeren uiteindelijk iets is dat leeft, groeit en zich ontwikkelt, dat niet zomaar vanzelf in het schap in de supermarkt terecht komt, in de koelkast of op de fruitschaal.

Een Midrasj vertelt dat nadat G’d Adam had geschapen, Hij hem rondleidde in Gan-eden – het paradijs. ‘Aanschouw Mijn werken’, zei Hij, ‘Zie hoe fraai alles is!’. Die opdracht aan de Adam, de mens, aan ons mensenkinderen, geldt nog steeds. Toe Bisjvat doet ons dat jaarlijks beseffen.

Reacties zijn gesloten.