De onopgeefbare verbondenheid van de kerk met de Israëlietische looverhut

Ooit, veertig jaar geleden, ontstonden de wortels van het OJEC, Overlegorgaan Joden en Christenen, in een loofhut. De oprichters van het OJEC kwamen voor het eerst bijeen op Soekot en daar in de Soeka werd het overlegorgaan geboren.

Ruben Vis

Ik zit in mijn loofhut, onder de gammele beschutting van het rieten dak en lees met een mengeling van interesse en verbazing dat ds. Jan Offringa en een groep gelijkgestemde predikanten de in de kerkorde verankerde onopgeefbare band met Israel … op wil geven. Is die relatie dan net zo fragiel als het dak van de loofhut? Want de kerk kan prima zonder Israëltheologie zegt Offringa en zijn groep.

Ongemakkelijke bijzondere verhouding
Heeft Offringa gelijk, ongelijk of zou hij er beter aan doen blanco te stemmen? Misschien was het laatste wel het beste geweest. Dan stond het christendom niet in een ongemakkelijke bijzondere verhouding tot het jodendom. Maar zo is het niet en zo zal het nooit zijn, nooit zolang het christendom erkent dat de grondlegger van hun geloof een joodse man was. Maar misschien is dat de band die Offringa wil verbreken, om hem in te ruilen voor een band met de Palestijnen zodat de man die coryfee van hun geloof is als Palestijn en niet als Jood kan worden gekenschetst.

Ter discussie

Offringa geeft de lezer een inkijkje in de boezem van de Protestantse Kerk. Binnen de Protestantse Kerk in Nederland is de relatie tot Israël een onderwerp dat volop ter discussie staat, meldt Offringa zijn lezer. “Er zijn groepen die zich sterk verbonden weten met het ‘uitverkoren volk’, terwijl anderen juist meer afstand bepleiten.” Het tekent de worsteling binnen de Protestantse Kerk met de omgang met Israel, met het Joodse volk en haar religie, met haar zijn. Daarin schuilt het probleem. Want ontegenzeggelijk snijdt Offringa een probleem aan. Niet mijn probleem! zou mijn 10-jarige pleegkind zeggen. Maar de consequenties van het dilemma mag ik, wij, het Joodse volk, wel opvangen.

Worsteling

Al wat Offringa aansnijdt, is een expressie van de worsteling die het christendom al twee millenia doormaakt. Ja, dus sinds de start, sinds de oprichting. Het christendom heeft een missionaire taak, de hele wereld zou christen moeten worden. Laat nou net die groep waar je grondlegger uit voortkwam, daar niets voor voelen. Het maakt je marketingverhaal een stuk minder geloofwaardig en succesvol.
Misschien, lijkt Offringa te denken, is die onopgeefbare verbondenheid een blok aan ons been. Laten we ons losmaken van die balast die Joodse volk heet. Zoals de generatie van de Toren van Babel zich een toren naar de hemel dacht te bouwen.
Offringa predikt rebranding zoals je dat in marketingtermen zou noemen. Maar wie de Bijbel leest of zelfs maar ter hand neemt, ziet dat die voor minstens tweederde uit het Oude Testament bestaat en maar een heel klein deel niet over Joden gaat. Hoe zeer Offringa het ook zou willen, als hij oprecht wil geloven in het Bijbels woord, dan komt hij nooit van de Joden af. Uw boek, dominee Offringa, is ons boek. Uw Jeruzalem is ons Jeruzalem, de plaats waar de Joodse tempel stond. De plaats waar volgens uw overtuiging de ouders van Maria hun kind aan de Joodse priester, de Kohen, afstonden om haar op te voeden. Uw verbondenheid met het Joodse volk en met het jodendom zit in het DNA van uw geloof. Ik kan het niet helpen, maar die verbondenheid is zo onopgeefbaar als de genen in uw lichaam.

Veralgemenisering
Offringa bepleit dat de kerk zich maar beter kan verbinden aan een onopgeefbare strijd tegen antisemitisme en elke vorm van discriminatie op grond van ras en geloof. Obligaat Offringa, vooral die veralgemenisering van antisemitisme in elke vorm van discriminatie. Zelfs het door of vanwege de kerk veroorzaakte antisemitisme wordt in een grote doorhaling, veralgemeniseerd en weggemanaged.
En de Joden? We hebben u graag als vriend, als mede-religieuze, als medegrondvesters van deze van oorsprong judeo-christelijke samenleving. Voor de hygiëne tussen uw en ons kerkgenootschap is schrapping van dit kerkordelijk artikel niet een heel goede stap, in tegendeel.

Glorieuze wolken

Het gammele dak van mijn loofhut symboliseert hoe de Israëlieten in hutten woonden gedurende hun tocht door de woestijn onder leiding van Mozes en het symboliseert de glorieuze wolken die boven hen meetrokken veertig jaar lang. Ondanks bittere aanvallen, vervolgingen, uitsluitingen, stigmatiseringen en tegenslagen geloven, hopen en bidden Joden dat die wolken ons dag in dag uit, op het Soekot-feest en gedurende het jaar, jaar na jaar, eeuw na eeuw, blijven begeleiden.

Lovertent

Aan de wand van mijn loofhut hangt De Israëlietische Looverhut, een gedicht van de vroeg 19e-eeuwse dichter A.C.W. Staring.

Wie smalend tot uw hutje kwam
Niet ik, gij kind van Abraham
Ik schenk uit een oprecht gemoed
Den drempel mijnen vredegroet!

In schaduw van uw lovertent
Als Mozes u heeft ingeprent.
Judea’s wijnstok groent hier niet
Olijf noch vijg teelt ons gebied.

Uw feesthut staat bij ons geplant
Als eens in ’t Palestijnsche land.
Drieduizend malen kwam de zon
Terug, waar zij uw jaar begon.
En nog bouwt gij uw lovertent
Als Mozes u heeft ingeprent.

Reacties zijn gesloten.