Het eigen denken en kunnen niet tot de voordeur begrenzen

Wij lezen in sefer Beresjiet (15:5) dat Awraham op leeftijd was en ook zijn vrouw niet meer de jongste. G-d kwam toen Awraham vertellen dat zijn kinderen zullen zijn kechochwei hasjamaim larow (als de sterren van de hemel). Als we de tekst precies bekijken, staat er: wajotse oto hachoetsa, G-d nam Awraham naar buiten en zei: “Habet na hasjamaima, kijk naar de hemel! Ko jihje zaracha, zo zullen je kinderen zijn. Rasji verklaart dat de opdracht van G-d om “naar buiten te gaan” niet sloeg op een fysieke verplaatsing van binnen naar buiten maar om uit de grenzen van zijn eigen scepticisme (en de voorspellingen van de sterrenwichelaars) te stappen en te geloven dat meer mogelijk was dan wat hij tot nu toe voor mogelijk hield. Zijn eigen denken en kunnen niet bij de voordeur te begrenzen door wat hij op dat moment als haalbaar dacht.

 De grootste valkuil

Dit was niet alleen een opdracht aan Awraham Awienoe maar een voorspelling van een van de belangrijkste eigenschappen van ons joodse volk. Het besef, dat alles mogelijk is en dat de wetten van de logica niet op ons van toepassing zijn. Dat wij mogen dromen van het “schijnbaar” onmogelijke en dat die dromen ook kunnen uitkomen. Dat wij als volk, maar ook als individuen, ons niet louter “haalbare” of “realistische” doelen moeten of mogen, stellen.

Hier vertelt G-d aan Awraham de grootste valkuil van de mensheid, de belangrijkste factor voor menselijk falen in zijn emotionele ontwikkeling, materiële vooruitgang en zelfs in zijn spirituele groei. De mens heeft zelf zijn eigen kunnen begrensd door vooroordelen, aangenomen premissen of pure onderschatting van zijn eigen kwaliteiten en capaciteiten. Gepokt en gemazeld door de ellende van het leven hebben wij ons eigen gezichtsveld versmald. Als een paard met oogkleppen dat ervan overtuigd is dat de hele wereld geasfalteerd is, omdat hij nooit opzij kon kijken naar de groene grasvelden.    

Allemaal smoezen en premissen

Vaak wordt menselijke falen voorafgegaan door de zinsnede “dat kan ik niet” of “dat is niets voor mij”. Soms zeggen anderen “dat kan je niet” of “dat is niets voor jou”.
Oh ja, ik was bijna vergeten “voor mij is het veel te laat”, “ik ben daar NU veel te oud voor”, of “tja, ik heb de koach er niet meer voor”! Allemaal smoezen, premissen en aangenomen begrenzingen, die ons de talrijke mogelijkheden van het leven ontnemen.
G-d zegt aan Awraham: “tse”, “treedt uit, verbreek …. de ketens van je eigen onderschatting van jezelf”. Het volk dat uit jou zal voortkomen, zal tegen alle natuurwetten blijven bestaan. Ze zullen uit de as van oorlog en verdrijving rijzen en bloeien tegen alle verwachtingen in. Dat is hun kracht, individueel en gemeenschappelijk. 

Durf te geloven

Als wij voor G-d staan bij het aantreden van deze heilige dagen, ontdoen wij onszelf van alle beperkende ketens die wij onszelf door het jaar hebben opgelegd. Of die ons door anderen zijn opgelegd. In de vorm van beloften iets te doen of niet te doen. In de vorm van “haalbare” doelen die wel of niet bereikt zijn. Daarom beginnen wij de heilige dag van Jom Kippoer met Kol Nidrei. Wij gaan gezamenlijk met een andere mind-set deze heilige dagen tegemoet. De mind-set van Tze! Alles is mogelijk! Wij verplaatsen ons, voor zover mogelijk, naar een andere sfeer. Waar we kunnen dromen van meer, waar we kunnen vliegen met de engelen, waar niemand mij gaat vertellen “dat kan je niet”.

En daar zal ik misschien leren dat ik eigenlijk veel meer kan dan ik zelf denk, als ik het maar durf te geloven! Dat ik mijn leven op zoveel manieren kan verrijken als ik het maar durf te dromen! Dat G-d mij in het boek des levens zal inschrijven en verzegelen, als ik het maar durf te vragen.

Veel inspiratie en een ketiewa we’chatima towa gewenst.

Rav Menachem Sebbag

Reacties zijn gesloten.