NIK-voorzitter David Goudsmit: “Ik ben en blijf een optimist”

“Het is een nieuw jaar met nieuwe kansen,” zegt David Goudsmit, voorzitter van het NIK-bestuur, met een opgewekte toon in zijn stem. Al zittend aan zijn keukentafel overpeinst hij de afgelopen jaren. Veel reden tot opgewektheid is er namelijk niet: “Ik ben en blijf een optimist, maar de missie waar we vier jaar geleden mee zijn begonnen, is wel tot een halt geroepen. Daarom is het goed dat er snel een nieuw bestuur komt. En ik wil ze alvast een ding meegeven: leer van onze fouten.”

Frank Kromer

Directer contact

Toen het bestuur aantrad, waren er ambitieuze plannen om de organisatie van orthodox Joods Nederland sterk te vereenvoudigen. De structuur was namelijk nog een voortvloeisel uit het verleden, uit een tijd dat de gemeenschap nog uit veel meer leden en veel meer kehillot (Joodse Gemeenten) bestond. “Wij wilden het NIK veel minder hiërarchisch maken en er moest veel directer contact komen met de kehillot. Het NIK zou dan als een soort dienstverlener kunnen fungeren. Dat was onze intentie.”

Argwaan

Ondanks een voortvarend begin lukte het Goudsmit en de zijnen niet om eensgezindheid te creëren. “Onze fout is geweest dat we het proces te rationeel, bijna bedrijfsmatig, hebben benaderd. Daarmee hebben we de angsten, belangen en krachten van de kehillot onderschat. We hadden veel eerder de dialoog met de kehillot moeten aangaan. En daarmee bedoel ik hun wantrouwen proberen weg te nemen.” Goudsmit doelt op de decennialange argwaan van de kehillot ten opzichte van de Amsterdamse gemeenschap waar meer dan de helft van de Nederlandse Joden woont. En daarbij komen irrationele krachten vrij, zo vindt de voorzitter. “Je hoort wel eens dat Amsterdam op de gelden van de lokale gemeenten uit is. Maar dat kan juridisch niet eens. En ook hier moet ik de hand weer in eigen boezem steken. We hadden veel meer tijd en energie in de relatie met de mediene moeten steken. En ja, misschien zaten we wel teveel in de ivoren toren.” 

Dwarsdoorsnede

Om in de toekomst het wantrouwen tussen de kampen weg te nemen, moet het NIK-bestuur veel meer boven de partijen staan. Zoals een burgemeester boven zijn of haar politieke partij staat, zo zou het bestuur boven de ressorten moeten staan. “Ik vind eigenlijk dat het bestuur in de toekomst samengesteld moet worden op competentie. En niet op politieke kleur. Natuurlijk moet het een dwarsdoorsnede van het NIK zijn. Dus denk aan leeftijd, woonplaats, man of vrouw, vroom of vrij. Echte pluriformiteit, maar opererend als een team met één doel: Joods Nederland gezond en sterk maken voor de toekomst,” aldus Goudsmit die de aanstellingsprocedure van Maror aanhaalt als voorbeeld. “Zij hebben een benoemingscommissie die ver weg blijft van politieke spelletjes en puur kijkt: wat is het beste team?”

Geen doel maar een middel

            Terug naar de herstructurering van het NIK. Want in plaats van een versimpelde structuur heeft het NIK er nu zelfs een extra ressort bij. Het IPOR is namelijk opgegaan in Nederland-Midden en Mediene. “We zijn simpelweg teruggefloten. Dus het is aan het nieuwe bestuur om een handreiking te doen. Maar laat ik daarbij meteen zeggen: de herstructurering van het NIK, haar ressorten en gemeenten is voor ons nooit een doel op zich geweest. Het is een middel om de afstand tussen het NIK en de kehillot te verkleinen. Hoe kleiner de afstand hoe meer wij kunnen helpen als dienstverlener en hoe meer de kehillot er kunnen zijn voor hun leden.”

Streep

            Ondanks de mislukte herstructurering – en de interne politieke strubbelingen en juridische conflicten – ziet Goudsmit toch lichtpuntjes: “We hebben de Brit Mila echt een stuk professioneler gemaakt. Daar ben ik echt trots op. Daarnaast hebben we de financiën weer op orde. En wat de denken van de jeugdkampen van Tikwatenoe. We hebben een super gemotiveerde staf waardoor kinderen weer, in harmonie en met veel plezier, een week vakantie hebben.” Vertrouwen in de toekomst is er daarom zeker bij Goudsmit, zolang we onszelf maar niet laten leiden door angst. “We zijn een te kleine gemeenschap om ruzie te maken. “Daar doen wij niet meer aan mee. We hebben besloten een streep te trekken.

Herkennen

“We concentreren ons alleen nog maar op de opbouw van de Joodse gemeenschap. Dus focussen op zaken die voor de gemeenschap van vitaal belang zijn. Dat betekent dat we door moeten gaan met het opbouwen van een organisatie die opgewassen is tegen de uitdagingen die voor ons staan. En we laten ons niet meer afleiden door interne ruzies, verdachtmakingen en andere disputen,” zo vertelt Goudsmit die benadrukt dat er maar één belang is: een sterk Joods Nederland. “Een gemeenschap die gezond, vitaal en aansprekend is. Iedereen moet zich thuis voelen in Joods Nederland. Want laten we niet vergeten dat het jodendom vooral heel erg leuk is. We hebben schitterende feesten en mooie tradities. Dat mogen we echt veel meer uitdragen. Binnen de pluriformiteit van het NIK kunnen we zoveel bieden. En is er dus zoveel te halen. Ik zou graag zien dat we daarop, op het creëren van die vibe, in het nieuwe Joodse jaar en in een nieuwe bestuursperiode de nadruk leggen. We moeten oude en nieuwe leden, jongeren en jeugd, ook vooral aan het NIK weten te binden. Zo geven we inhoud aan het motto “NIK, mijn jodendom”; een NIK waarin zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen.”

Reacties zijn gesloten.