Tora van de week

Parsja Emor 5778

Wajikra/Leviticus 21:1-24:23 Kohaniem mogen geen contact met doden hebben, niet met een gescheiden vrouw huwen en niet onrein of met bepaalde gebreken dienst in de Tempel doen. Alleen kohaniem mogen van geheiligd voedsel eten. Een dier dat geofferd wordt mag … Lees verder

Parsja Acharee Mot – Kedosjiem  5778

Wajikra/Leviticus 16:1-18:30 Op Jom Kippoer, als de Hogepriester het Allerheiligste betreedt, moet hij speciale kleding aantrekken. De offers worden beschreven, waaronder 2 gelijke bokken, waarvan de ene geofferd wordt en de andere, met de zonden van het volk beladen, de … Lees verder

Parsja Tazria – Metsora 5778

Wajikra/Leviticus 12:1-15:33 Koheen 12:1-13:23. Een vrouw wordt ritueel onrein gedurende een week na de geboorte van een jongen en gedurende twee weken na de geboorte van een meisje. Daarna volgt een wachttijd. Een kraamvrouw brengt offers. ► Een aspect van … Lees verder

Parsja Sjemini 5778

Wajikra/Leviticus 9:1-11:47 Samenvatting Op de achtste dag (na de zeven dagen van voorbereiding) brengen Aharon en zijn zonen hun eigen offer en het offer van het volk, waarna Aharon en Mosjee het volk zegenen. G’ds Majesteit verschijnt aan het volk. … Lees verder

Parsja Tsav 5778

Wajikra/Leviticus 6:1-8:36 Samenvatting Aharon krijgt nadere instructies voor de offers: wat, waar en hoe van de offers gegeten mag worden. Het vuur op het altaar moest altijd blijven branden. Ook dankbaarheids- en vrijwillige offers komen aan de orde. Bloed en … Lees verder

Parsja Wajikra 5778

Wajikra/Leviticus 1:1-5:26 Wajikra is het derde boek van de Tora; men noemt dit boek ook wel de Leer van de Priesters, omdat een groot deel gewijd is aan de taak van de priesters, de kohaniem, in het (draagbare) Heiligdom. Daar … Lees verder

Parsja Wajakheel-Pekoedee 5778

Sjemot/Exodus 35:1-40:38 Wajakheel En Mosjé sprak tot de hele vergadering van de kinderen Israëls als volgt:  Dit is het gebod dat G’d gegeven heeft:  “Neem van Uw bezit een heffing voor G’d; goud, zilver, koper, blauw purper, rood purper, scharlaken, … Lees verder

Parsja Kie Tisa 5778

Sjemot/Exodus 30:11-34:35 Koheen, 30:11-31:17. Het volk wordt geteld. Het wasbekken wordt beschreven, de zalfolie, het ketoret (reukwerk). Betsaleel wordt  architect van het Misjkan.      Waarom moesten de Joden geteld worden in het eerste jaar na de Exodus; G’d kende het getal … Lees verder

Parsja Tetsawee 5778

TETSAWE (beveel): Sjemot/ Exodus 27:20 – 30:10. 24e parsja. Mosjee krijgt de opdracht ervoor te zorgen dat de Menora brandend gehouden wordt en Aharon en zijn zonen aan te stellen als priesters (kohaniem). Ook moeten er kleren voor hen geweven … Lees verder

Parsja Teroema 5778

Sjemot/Exodus 25:1-27:19 Eerste Alija (Koheen, Sjemot 25:1-16) Inhoud: de Bnee Jisraëel moesten een heffing inzamelen: goud, zilver, koper, blauw purper, rood purper, scharlaken, fijn linnen, geitenhaar, rood geverfde ramsvellen, tachasj-vellen en acaciahout, olie voor het licht, specerijen voor de zalfolie … Lees verder

Parsja Misjpatiem 5778

Sjemot/Exodus 21:1-24:18 “Dit zijn de voorschriften die je hen zult voorleggen” (Sjemot 21:1) Misjpatiem betekent civiel recht en dit vormt de hoofdinhoud van de sidra. Hoewel de andere volken volgens Maimonides (Rambam) hun eigen rechtssysteem mogen creëren – zolang ze … Lees verder

Parsja Jitro 5778

Sjemot/Exodus 18:1-20:23 “En Jitro, de priester van Midjan, Mosje’s schoonvader” (18:1) Jitro, de schoonvader van Mosjé, was een man, die “alles had uitgeprobeerd”. Alle afgoden had hij gediend.  Jitro zocht overal de waarheid: “The truth and nothing but the truth”.  … Lees verder

Parsja Besjalach 5778

Sjemot/Exodus 13:17-17:16 “Wajehie besjallach…Toen Pharao het volk had laten gaan” (13:17) De Sidra van deze week begint met het woord “Wajehie” (en het was), een uitdrukking, die volgens de Talmoed (B.T. Megilla 10) altijd een trieste episode inluidt. Om dit … Lees verder

Parsja Bo 5778

Sjemot/Exodus 10:1-13:16 “Spreekt alsjeblieft in de oren van het volk en laat iedereen lenen van zijn buur en elke vrouw van haar buurvrouw voorwerpen van zilver en voorwerpen van goud” (Sjemot 11:2) Reeds in het begin van Sjemot (3:21) informeert … Lees verder

Parsja Wa’eera 5778

Sjemot/Exodus 6:2-9:35 “Ik zal Mijn tekenen en wonderen talrijk maken in het land Egypte” (Sjemot 7:3) Bij de Schepping van de wereld deed G’d tien uitspraken waarmee het universum tot stand kwam. Volgens Rabbi Jitschak Meïr, de Gerer Rebbe, moesten … Lees verder

Parsja Sjemot 5778

Sjemot/Exodus 1:1-6:1 Het Hebreeuws: soorten, uitspraken en uitholling De Joden behielden hun eigen taal in Egypte en daarmee ook hun eigen identiteit als volk. Taal als uiting van onze religieuze gevoelens en expressievorm van ons G’dsdienstig erfgoed bleek in de … Lees verder

Parsja Wajechi 5778

Bereesjiet/Genesis 47:28-50:26 “Begraaf mij niet in Egypte” (Bereesjiet 47:29)  Volgens Rasjie had Ja’akov voor dit verzoek verschillende redenen. Allereerst meende hij, dat zijn lichaam zou lijden onder de latere plaag ‘luizen’, die Egypte zou treffen. Bovendien moeten de doden van … Lees verder

Parsja Wajigasj 5778

Bereesjiet/Genesis 44:18-47:27 “Hierop deed Joseef zijn broers uitgeleide en zei tegen hen: ’Vertoornt u niet op de weg’.” (Bereesjiet 45:23). Rasjie geeft op de laatste woorden – “Vertoornt u niet op de weg” – drie verklaringen: Houdt jullie niet bezig … Lees verder

Parsja Mikeets 5778 – Chanoeka

Chanoeka, meer dan een wonder Jaarlijks steken we op Chanoeka de lichtjes aan en vertellen daarmee aan onze huisgenoten en elkaar over het wonder van Chanoeka. Over hoe een voorraadje lampolie genoeg voor een dag liefst acht dagen bleef branden. … Lees verder

Parsja Wajeesjew 5778

Bereesjiet/Genesis 37:1-40:23 “En Joseef bracht kwaad gerucht over hen aan hun vader over” (Bereesjiet 37:2). Onze Aartsvaders en hun kinderen stonden – volgens de Lubavitscher Rebbe – eigenlijk tussen het Noachidische en Tora-systeem in. Met deze beide systemen in het … Lees verder