Het Omertellen – de kwaliteit van tijd

Rabbijn mr drs. R. Evers

Enkele achtergronden van het Omertellen
Volgens Sefer HaChinoeg tellen wij de Omer omdat G’d ons bevrijdde uit Egypte, opdat wij Zijn Tora zouden ontvangen. De Tora is de hele raison d’être en bestaansgrond van het Joodse volk. Bij het tellen van de dagen van Pesach tot Sjawoe’ot geven wij aan hoe sterk we verlangen naar de herbeleving van de Torawetgeving. Maar er is meer. Op Sjawoe’ot belooft het Joodse volk eeuwige trouw aan G’d. Rabbi Chajiem Ibn Atar (1696-1743) meent daarom ook, dat het Wetgevingsfeest in plaats van Sjawoe’ot (wekenfeest) eigenlijk Sjewoe’ot (feest van de geloften) zou moeten heten, omdat G’d en het Joodse volk elkaar als het ware eeuwige trouw beloofden.

Oogsttijd – geen vaste datum
De periode tussen Pesach en Sjawoe’ot is de oogsttijd. De meeste mensen waren vroeger buiten op het veld aan het werk en hadden geen contact meer met de rest van het volk. Zou Sjawoe’ot gebonden zijn aan een kalenderdatum, dan zou men zich niet volledig bewust zijn van de feestdatum, omdat de Hebreeuwse maanden 29 of 30 dagen tellen, afhankelijke van de beslissing van het Sanhedrien (vroeger kende men nog geen vaste kalender. Iedere maand moest opnieuw beslist worden of deze 29 of 30 dagen zou duren). De mensen op het veld zouden dus niet exact weten wanneer ze terug naar huis zouden moeten voor Sjawoe’ot omdat ze niet precies wisten hoe lang de maanden Niesan en Ijar duurden.
Daarom verbindt de Tora Pesach met Sjawoe’ot, door het tellen van de Omer, zodat iedereen die na Pesach van huis vertrokken was en de Omer telde exact wist wanneer hij van het veld moest terugkeren om op tijd thuis te zijn voor Sjawoe’ot. (Pa’anach Raza)

Zelfwerkzaamheid
De Omerperiode is een tijd van zelfwerkzaamheid. Met dit begrip ‘zelfwerkzaamheid’ kunnen we een moeilijk halachisch aspect van het Omertellen begrijpen. Door het horen van bijvoorbeeld het kiddoesj-maken van een ander vervult iedereen zijn plicht. Ik hoef niet zelf de kiddoesj uit te spreken. Maar met de Omertelling van een ander vervul ik mijn mitswa niet. Dit komt omdat de Omertelling een zeer persoonlijke plicht is, die ik niet kan overlaten of overdragen aan een ander. De Omertelling – in feite bedoeld als geestelijke groei door de 49 poorten van reinheid en wijsheid – benadrukt de eigen inspanning, die een ieder zich moet getroosten wil hij spiritueel volwassen worden.

Het Omertellen benadrukt de waarde van tijd niet zozeer in de zin van “time is money” (kwantiteit) maar meer in kwalitatieve zin, “time is spirit”. Binnen sommige Chassidische groeperingen is het gebruikelijk voor het slapen gaan een balans op te maken van de spirituele verworvenheden van de afgelopen dag. Evenals een zakenman met sluitingstijd de balans van zijn kas opmaakt, maakt de Jood balans op van de wijze, waarop hij de afgelopen vierentwintig uur heeft besteed. Daarom staat er ook “u moet voor uzelf tellen”: het Omertellen is een individuele aangelegenheid. Iedereen moet proberen voor zich tot een positief resultaat te komen aan het einde van iedere tijdseenheid. Een belangrijk gegeven in een tijd, waarin velen de persoonlijke verantwoordelijkheid van zich afschuiven en de schuld van ieder persoonlijk falen toeschrijven aan de regering, de maatschappij, het systeem of andere ongrijpbare grootheden.

Persoonlijke verantwoordelijkheden
Het terugwerpen van het individu op zichzelf wordt met name tegenwoordig als onaangenaam ervaren. De Omertijd confronteert ons met onze persoonlijke verantwoordelijkheden in de intermenselijke situatie. Volgens de traditie is de reden van de rouwstemming gedurende de Omertijd het overlijden van de 24.000 leerlingen van Rabbi Akiwa, die leefden in de tweede eeuw. Vreemd; omdat er ongeveer 1800 jaar geleden 24.000 leerlingen van Rabbi Akiwa – nota bene door hun eigen schuld, zoals de Talmoed aangeeft – overleden, moeten wij tegenwoordig nog rouwgebruiken in acht nemen?!
Maar helaas is er sinds de tweede eeuw niet veel veranderd. Ook nu nog gaat het Joodse volk gebukt onder verdeeldheid en onverdraagzaamheid. Er is geen reden meer om te treuren? Ik zou haast willen zeggen, dat er juist tegenwoordig reden te over is om te treuren, daar wij nog steeds niet geleerd hebben elkander eervol en positief te bejegenen. De Omertijd is de tijd van het verbeteren van de relatie met de medemens, een tijd van bezinning over de “zondeval” van het Joodse volk, juist in onze dagen.

Reacties zijn gesloten.