Levensloop

Korte uiteenzettingen over een aantal belangrijke en bijzondere momenten gedurende de Joodse levensloop.

Briet Mila

Joodse jongetjes worden op de achtste dag, gerekend vanaf de dag van de geboorte, besneden. Door deze Mila worden zij opgenomen in het verbond (Briet). Omdat een week een korte tijdspanne is, is het van het grootste belang zo snel mogelijk na de geboorte contact op te nemen om een afspraak met een Moheel te maken voor het uitvoeren van de Briet Mila.

De dag van de geboorte telt als eerste van de acht dagen. Omdat in het Jodendom de dag van zonsondergang tot zonsondergang loopt, is het exacte moment van geboorte belangrijk. In januari is het bijvoorbeeld om 22.00 uur al lang donker en dus is een nieuwe dag al aangebroken. In juni is om bijvoorbeeld 22.00 uur de nieuwe dag nog niet aangebroken.

De oorsprong van de briet mila vinden we in Bereesjiet (Genesis) 17:12, het eerste boek van de Tora. Daar staat: “En G-d sprak tot Abraham en zei hem: Dit is mijn verbond dat je tussen Mij en jou zult houden, en je nakomelingen na jou. Ieder mannelijk kind zal besneden worden.”

Gedurende 3500 jaar sinds de tijd van onze aartsvader Abraham, heeft het Joodse volk deze opdracht, om het kind op de achtste dag te besnijden, uitgevoerd en deze traditie doorgegeven. Het vormt een teken van het verbond dat G-d met het Joodse volk heeft gesloten. Meer dan enig ander Joods gebruik, is de briet mila de ultieme bevestiging van de Joodse identiteit.

Pidjon habèn – lossing van de eerstgeborene

Het is een verplichting van de vader om de eerstgeborene van een moeder, als dit een zoon is, te lossen bij een koheen (priester). De lossing van de zoon gebeurt in een feestelijke ceremonie op de eenendertigste dag van de geboorte. De lossingsceremonie is beschreven op pagina 338-339 van de siddoer (gebedenboek) met Nederlandse vertaling van I. Dasberg, uitgave Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.

Het voorschrift om de pidjon habèn uit te voeren is gebaseerd op de gedachte het eerste van hetgeen iemand verwerft te bestemmen voor G-d. Dit geldt voor de eerste opbrengst van het land en het vee, en dus ook van de eerstgeboren man. Nadat de Joden zich in de woestijn hadden bezondigd aan het Gouden Kalf, besloot G-d dat leden van de stam Levi en niet meer de eerstgeborenen, zich aan Zijn dienst zouden wijden. Door de lossing van iedere eerstgeborene wordt dit gerealiseerd.

Het lossingsvoorschrift geldt niet voor eerstgeborene zonen van een vader of moeder die zelf (bat) koheen of (bat) levi is en ook niet voor een zoon die op niet-natuurlijke wijze (keizersnee) ter wereld is gebracht. Ook wanneer zich voor de geboorte van de eerste zoon er onverhoopt een miskraam van meer dan veertig dagen heeft plaatsgevonden, kan dit betekenen dat de pidjon habèn niet plaatsvindt.

De lossing geschiedt met (het equivalent van) vijf zilveren shekels. Er zijn speciale munten voor die het rabbinaat ter uitleen beschikbaar stelt. De vader geeft de munten in een ceremonie aan de koheen. Omdat deze de munten weer zal retourneren aan het rabbinaat is het de bedoeling de koheen ook werkelijk de waarde van de vijf zilveren munten (de dagwaarde van 100 gram zilver) te geven. Voor de overdracht vindt er een vraagantwoord procedure plaats tussen vader en koheen. Na de overdracht geeft de koheen het kind de priesterzegen. Na de pidjon habèn vindt een feestelijke maaltijd plaats of worden consumpties genuttigd.

Trouwen

Lopen jullie rond met trouwplannen? Een Joodse bruiloft is een begrip! De uitbundige sfeer is onvergelijkbaar. Aan het moment dat jullie onder de choepa (de trouwhemel, baldakijn) staan, gaan heel wat voorbereidingen vooraf. Daar horen ook de Joodse kanten van jullie huwelijk bij.

Zo zijn er bijvoorbeeld bepaalde periodes in het jaar dat er niet getrouwd wordt. Niet op sjabbat en Joodse feestdagen, maar ook niet in bepaalde weken in het voorjaar en gedurende drie weken in de zomer. Alleen al daarom is het van groot belang zo vroeg mogelijk te overleggen met het Rabbinaat. Er zijn vier regionale/ressortale Rabbinaten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en IPOR). Wend je voor de regeling van jullie Joodse huwelijksdag tot het Rabbinaat van de regio/ressort waar het huwelijk wordt voltrokken.

Trouwen is een vrolijke gebeurtenis en tegelijkertijd een serieus moment. De lachende en blije gezichten gaan gepaard met het verrichten van belangrijke handelingen. En niet voor niets: de relatie tussen man en vrouw is uniek. Zij willen samen een Joods huis, een Joods gezin, stichten door het sluiten van dit huwelijk.

… en scheiden

Soms loopt een huwelijk op de klippen. Bij een burgerlijk huwelijk volgt dan een echtscheiding. Dit geldt evenzeer voor het Joodse huwelijk. Ook dat wordt ontbonden door een echtscheiding. Voor de verdere toekomst van beide echtelieden maar ook van hun kinderen, is het van groot belang dat er een Joodse scheiding uit wordt gesproken. Wanneer het huwelijk onverhoopt strandt, en het tot een echtscheidingsprocedure komt, is het van groot belang je minstens te laten informeren over de Joodse echtscheiding, zodat ook de Joodse echtscheiding wordt voltrokken en man en vrouw ieder in staat zijn een nieuw Joods huwelijk aan te gaan.

Overlijden en begraven

Tot 120 jaar, is de Joodse wens, voor een lang leven. Want 120 was de leeftijd die Mozes, Mosje Rabbenoe, bereikte. Als het moment van overlijden aanbreekt, is er een aantal zaken die om onmiddellijke aandacht vragen. Want de Joodse voorschriften bepalen dat begraving zo snel mogelijk na het overlijden plaatsvindt, teneinde de overledene niet langer dan noodzakelijk af te houden van het bereiken van de Hemelse sferen. Anderzijds moeten bepaalde voorschriften in acht worden genomen wanneer een Joodse man of vrouw stervende is, en vanaf het moment dat de dood is ingetreden.

HIER staan enkele richtlijnen voor de stervenssituatie en voor de periode daarna, n.l. vanaf het moment dat de dood is ingetreden. Doet deze situatie zich voor, neem dan in Amsterdam, Amstelveen, Diemen, Ouder Amstel, Uithoorn en Aalsmeer contact op met het Joodse Begrafeniswezen. Daarbuiten met de regionale Rabbinaten.

Het begraven vindt plaats op een Joodse begraafplaats die eigendom is (van een Joodse Gemeente die onderdeel is) van het NIK. Begraafplaatsen staan bij joden in hoog aanzien. De band met het voorgeslacht is erg sterk. Daarom blijven Joden de graven van gestorven familieleden bezoeken. De begraafplaats kent een bepaalde heiligheid, waarmee bij het betreden van de begraafplaats terdege rekening wordt gehouden.

Omdat uiteindelijk in de dood iedereen gelijk is, vindt de lewaja plaats op een voor iedereen in grote lijn gelijke manier die zich kenmerkt door eenvoud en confrontatie met het feit dat de dierbare het aardse leven heeft verlaten. Begraving is alleen mogelijk wanneer de overledene lid was van de Joodse Gemeente (onderdeel uitmakend van het NIK) van de plaats van inwoning, of met instemming van de Joodse Gemeente van zijn woonplaats, van een andere Joodse Gemeente (onderdeel uitmakend van het NIK). Lid worden? De Joodse Gemeenten verwelkomen graag nieuwe leden. Neem contact met ons op over de mogelijkheden.

Lees HIER een korte beschrijving van de Lewaja, de Joodse uitvaart en begraving.

Reacties zijn gesloten.