CJO: Joden moeten kunnen leven in Nederland!

Het Centraal Joods Overleg, platform van Joodse organisaties, reageert op het door voormalig VVD-leider en oud-Eurocommissaris Frits Bolkestein gesignaleerde probleem met betrekking tot antisemitisme en de (on)mogelijkheid hier adequaat tegen op te treden.

Door: Willem Koster, voorzitter en Ruben Vis, secretaris van het Centraal Joods Overleg
Wie in de toekomst nog openlijk zijn Joodse religie wil beleven, kan maar beter emigreren. Dat staat de volgende generatie te wachten, vreest voormalig VVD-leider Frits Bolkestein. Want overheid en samenleving zullen er niet in slagen een aanvaardbaar leefklimaat te creëren voor met name als zodanig herkenbare Joden. Dit scenario staat in schrille tegenstelling tot wat Nederlanders in het algemeen, en vanzelfsprekend ook Joodse Nederlanders mogen verwachten. In dit land heerst vrijheid van godsdienst gebaseerd op een traditie van vrijheid en verdraagzaamheid, zaken waar de overheid pal voor dient te staan. Dat Joden er beter aan zouden doen te overwegen om het land te verlaten is een directe bedreiging van de basisprincipes waarop onze samenleving is gebaseerd.
Het perspectief dat Bolkestein schetst, dient met kracht tegengegaan te worden!

Laten we het probleem bij de naam noemen. Het gaat om fysieke bedreiging tegen en discriminatie van Joden in Nederlandse straten, op scholen, bij demonstraties tegen de politiek van de staat Israel, maar ook in voetbalstadions, waar het begrip Jood een speelbal is geworden voor elkaar bestrijdende fans van verschillende clubs. Bovendien heeft het begrip Jood in de straattaal een uiterst negatieve betekenis gekregen, waarin alles wat maar negatief in een persoon belichaamd kan zijn of als autoriteit kan worden gezien aangeduid wordt met “Jood” in een kwalijke context.

Herkenbaar Joods gekleed
De in Amsterdam geregistreerde uitingen blijven niet beperkt tot de hoofdstad. Ook elders in het land krijgt wie herkenbaar Joods gekleed is, met antisemitisme te maken.
Uitingen van antisemitisme komen uit allerlei hoeken van onze samenleving, maar het is duidelijk dat Nederlanders van Marokkaanse en Turkse afkomst een belangrijk deel van de agressieve uitingen van discriminatie voor hun rekening nemen, of in het maatschappelijk aanvaardbaar maken een grondslag creëren. De situatie in het Midden-Oosten vormt daarbij een voortdurende bron. Wat daar ook van zij, het is onacceptabel dat deze gevoelens worden botgevierd op joden. Scheldpartijen, vernielingen en fysiek geweld worden daarbij niet gemeden.
Door hier onvoldoende tegen op te treden en te accepteren dat deze situatie normaal zou zijn, wordt er een klimaat geschapen waarin het maatschappelijk aanvaardbaar wordt om je openlijk antisemitisch te uiten.

Vrijwaren
Waar burgers en overheid gezamenlijk verantwoordelijk zijn om democratische waarden te beschermen, rust op beiden de taak om daaraan actief inhoud te geven. Het is aan de overheid om haar burgers te vrijwaren van uitingen van discriminatie en aanvallen op hun persoon of bezit. Enerzijds betekent dat het leveren van bescherming en anderzijds het vervolgen, opsporen en bestraffen van vergrijpen. De overheid dient dat serieus en met kracht aan te pakken en niet vergoelijkend – in snel verouderend spraakgebruik te gedogen – er met allerlei excuses aan voorbij te gaan. De overheid gebruikt veel woorden en ontwikkelt veel plannen die, heel algemeen van aard zijn, en heel weinig doel treffen. Slachtoffers schieten er in ieder geval niets mee op.

Van school gepest
Joden moeten kunnen voelen dat de overheid hen echt beschermt. Het CJO bepleit daarbij een mix aan maatregelen te hanteren.
Een doorgaande stroom aan incidenten en meldingen vanuit het onderwijs geeft aan dat leerlingen die Joods zijn daar voortdurend op worden aangesproken. (Overigens geldt het zelfde voor leerlingen die homoseksueel zijn of zelfs maar ‘verdacht’ worden homoseksueel te zijn.)
Het is onaanvaardbaar dat dergelijke aanvallen worden gepleegd en dat door de schoolleiding niet wordt opgetreden. Toch is dit de werkelijkheid. Leerlingen die vanwege hun geloof of geaardheid van school worden gepest, die hun kluisjes opengebroken vinden met hakenkruisen, die bij voortduring door hun medescholieren worden uitgescholden en belaagd, die antisemitische graffiti aantreffen. En die moeten worden gevormd om hun plaats in de maatschappij in te nemen, in een omgeving waar over de verschrikkingen van de Holocaust in veel gevallen niet kan worden onderwezen.

Mix van maatregelen
De mix aan maatregelen moet volgens het CJO in ieder geval (ook) bestaan uit:

  • Blijven optreden tegen antisemitisme in voetbalstadions. Te lang is niet opgetreden tegen antisemitische spreekkoren waardoor de verkeerde indruk is gewekt dat die zijn toegestaan en daarmee ook dat wat je in het stadion roept, ook niet wordt gehandhaafd daarbuiten. Effectieve middelen zijn daarbij: langdurige stadionverboden en straatverboden.
  • Geef ontkenners van de Holocaust een taakstraf. Nu dergelijke uitingen zo veelvuldig voorkomen, verdient het aanbeveling snelrecht toe te passen en een taakstaf op te leggen die aan het onderwerp van het delict is gerelateerd.
  • Er moet bij ieder korps een registratie zijn van antisemitische meldingen en aangiften.
  • De afschaffing van het godslastering-artikel in het WvSr staat in de politieke discussie. Antisemitisme is geen uiting van haat jegens een bepaalde godsdienst maar jegens personen van een bepaalde bevolkingsgroep.
  • Geen school in Nederland zou geblokkeerd mogen worden in het onderwijs over de Holocaust, een inktzwarte periode in de Nederlandse geschiedenis.
  • Holocaustherdenking en –educatie moeten niet langer eenzijdig de overeenkomsten benadrukken tussen de Holocaust en ‘andere erge dingen’ in de wereld van nu. Het moet duidelijk zijn dat genocide fundamenteel anders is dan een politiek conflict waarbij slachtoffers vallen, hoe erg men dat ook vindt.
  • De Joodse gemeenschap ziet zich gedwongen zelf in belangrijke mate voor de eigen veiligheid op te draaien. Dit betekent concreet dat vrijwel geen activiteit kan worden georganiseerd zonder dat daarin kosten en moeite dienen te worden geprogrammeerd voor de waarborging van de eigen veiligheid. Er is geen enkele groep of bevolkingsgroep die voor zijn kinderuitstapjes, scholieren, ouderen en religieuze bijeenkomsten voor eerst de veiligheid moet waarborgen. Dit vormt een onwaarschijnlijk zware last op de schouders van de Joodse scholen, zorgcentra, welzijnsvoorzieningen, jeugdverenigingen, synagogen, …
  • Het CJO doet een beroep op de overheid om de morele èn fysieke veiligheid van de Joodse gemeenschap in Nederland te waarborgen en in hun bescherming ondersteuning te verlenen.

Joden wonen meer dan 400 jaar in Nederland en zij wensen niet gewezen te worden op de uitgang. Dat is al vaak genoeg gebeurd en niet op vrijwillige basis.

Reacties zijn gesloten.