Open brief van JMNA aan Job Cohen inz. ritueel slachten

OPEN BRIEF AAN DE HEER JOB COHEN, FRACTIEVOORZITTER EN PARTIJLEIDER VAN DE PARTIJ VAN DE ARBEID.
 
RITUEEL SLACHTEN IN NEDERLAND
 
AMSTERDAM, 24 APRIL 2011/20 Jamada I 1432/20 NISSAN 5771
 
Geachte heer Cohen,
 
Ook de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid heeft zich geschaard onder die partijen die een wettelijk verbod op het onbedwelmd ritueel slachten nastreven. Het zal u niet verbazen dat dit fractiebesluit van uw partij binnen ons Joods Marokkaans Netwerk in Amsterdam, het JMNA, tot grote onrust heeft geleid. Vandaar dat wij ons door middel van deze  ´open brief´ tot u als fractievoorzitter richten om uiting te geven aan deze ongerustheid.
 
Tijdens waarschijnlijk een van de moeilijkste bestuursperiodes die onze stad sinds de Tweede Wereldoorlog heeft gekend, het was enkele jaren na de 11e september en korte tijd na de moord op Theo van Gogh, werden vertegenwoordigers van zowel de Marokkaanse gemeenschap als van de Joodse gemeenschap door u in uw ambtswoning uitgenodigd. Als toenmalig burgemeester uitte u uw grote zorg over de situatie in de stad. Beide gemeenschappen kregen een boodschap van u mee. Wij werden gevraagd onze onderlinge contacten zo te verstevigen dat in ieder geval in Amsterdam de Marokkaanse en Joodse gemeenschappen gezamenlijk een weg zouden vinden om het leefklimaat tussen Moslims en Joden aanzienlijk te verbeteren. De eerste generatie JMNA´ers ging aan de slag. Het bleek aanvankelijk een weg te zijn van vallen en opstaan.  Maar het resulteerde uiteindelijk in een hecht samenwerkingsverband waarin wij allemaal geleerd hebben op te komen voor elkaars gemeenschappelijke belangen.  Nu zoveel jaar later kijken wij met dankbaarheid en trots terug op de werkzaamheden van onze eerste Marokkaanse en Joodse pioniers. Dat pionierschap was het product van uw inleidende woorden tijdens die eerste ambtswoninggesprekken.
 
Inmiddels bent u geen burgemeester meer van onze stad. Wel bent u partijleider van de Partij van de Arbeid en voorzitter van de Tweede Kamerfractie van deze partij. Onder uw leiding heeft de PvdA zich nu dus geschaard onder voorstanders van het verbod op ritueel slachten. Voor velen van de eerste generatie Marokkaanse burgers in ons land was het juist de Partij van de Arbeid die  zich inzette voor deze groepering nieuwe burgers. Velen van hun vonden ´politiek onderdak´ bij uw partij. Net zo als de PvdA, en de socialistische partijen waar de PvdA ooit uit is voorgekomen, al meerdere generaties een ´politiek onderdak´ bleek voor vele Joodse burgers in onze stad.
 
Uw partij´s stellingname  in het ritueel slachten heeft dan ook een grote schok binnen onze gemeenschappen te weeg gebracht.
 
Met dit dreigende verbod keert deze partij zich onomwonden tegen deze trouwe kiezers van uw partij. Maar het gaat niet alleen om deze kiezers. Met uw stellingname treft u  de gehele Islamitische en Joodse gemeenschappen in ons land. En dat alles op basis van ´wetenschappelijke gegevens´ die van meet af aan op zijn minst als twijfelachtig moeten worden beschouwd.
 
Enkele maanden geleden deed u enige uitspraken ten behoeve van de Islamitische gemeenschap in ons land. U wees politieke opponenten van uw partij op het gevaar van het ´apart zetten´ van groeperingen binnen onze samenleving. U citeerde woorden van uw moeder waarin zij ooit verwees naar momenten in onze geschiedenis waarin bevolkingsgroepen ´apart´werden gezet. U verwoordde gevoelens van eenzaamheid, isolement en angst uit die periode die dat ´apart zetten´ opriepen.
 
Door de steun van uw partij aan een verbod op het ritueel slachten is het nu ook de PvdA  onder uw leiderschap die mee zou kunnen werken aan het  ´apart zetten´ van onze gemeenschappen. Moslims en Joden worden immers door de tegenstanders van het ritueel slachten afgeschilderd als mensen die zich schuldig maken aan een ´barbaars en middeleeuws omgaan´ met dierenwelzijn. Een gedrag dat binnen een  ´beschaafde´ samenleving niet kan worden getolereerd.
Het beeld dat op dit moment over ons wordt geschetst doet ons in dit opzicht het ergste vrezen.
 
Geachte meneer Cohen. Binnen ons Joods Marokkaans Netwerk hebben Marokkanen en Joden elkaar in Amsterdam, destijds mede op uw initiatief, gevonden. Te midden van politieke, religieuze en culturele verschillen hebben wij de weg gevonden om samen op te trekken ten behoeve van de leefbaarheid in onze stad en ten behoeve van onze wederzijdse gemeenschappen.   Wij beseffen dat er wat dit betreft nog wel een weg is te gaan maar daar gaat op dit moment onze eerste zorg niet naar uit. Onze gezamenlijke zorgen gaan nu uit naar de vraag hoe wij, Moslims en Joden, als burgers kunnen voorkomen na een lange periode van religieuze tolerantie naar de zijkant van de samenleving te worden verbannen. Verbannen op basis van een traditionele onkunde en vooroordelen.
Het JMNA staat er voor dat Joden en Moslims gemeenschappen vormen die ook mét hun religieus handelen hun plaats midden in de samenleving verdienen.
 
Geachte heer Cohen, beschouwt u deze brief als een dringende oproep om het standpunt van de PvdA in deze te herzien.
 
Het Joods Marokkaans Netwerk in Amsterdam (JMNA)
 
 
Karima Belhaj, Covoorzitter Joods Marokkaans Netwerk Amsterdam                

Rabbijn Lody B. van de Kamp (BEd.), Covoorzitter Joods Marokkaans Netwerk Amsterdam

Reacties zijn gesloten.