TNO plaatst kanttekeningen bij rapporten over religieus slachten

In opdracht van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft onderzoeksorganisatie TNO drie wetenschappelijke rapporten beoordeeld die een rol spelen in het huidige politieke debat over de toelaatbaarheid van onbedwelmd slachten.

Het wetsvoorstel-Thieme wordt door belanghebbenden (de Joodse en Moslimgemeenschap) maar ook door niet-religieuze voorstanders van godsdienstvrijheid bestreden.

Indienster baseert haar standpunt op het feit ‘dat wetenschappelijk onomstotelijk is vastgesteld dat religieus slachten door de halssnede ernstig leed aan slachtdieren zou toebrengen’.
Om deze bewering onafhankelijk te toetsen heeft TNO drie frequent door Thieme aangehaalde rapporten inhoudelijk kritisch beoordeeld. Er is geen eigen experimenteel onderzoek verricht en de in de rapporten aangehaalde literatuur is niet beoordeeld. TNO geeft ook geen eigen standpunt over religieus slachten.

TNO maakt kritische kanttekeningen  bij een literatuuronderzoek (Rapport 161) verricht door de Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) in 2008.
Er worden slechts 67 artikelen aangehaald en er wordt niet aangegeven hoe deze literatuur is geselecteerd. Een deel van de conclusies is niet gebaseerd op feiten maar op veronderstellingen, niet uit te sluiten mogelijkheden en antropomorfe [geheel vanuit de mens geziene] interpretatie bij de religieuze slacht door de halssnede. Een voorbeeld uit het WUR-rapport: ‘Tijdens het verbloeden kan bloed in de luchtpijp en longen terechtkomen. Dieren die nog bij bewustzijn zijn moeten dat als ernstig ongerief ervaren. Het voelt aan als stikken’. Maar volgens de aangehaalde literatuur zijn slechts ‘sporen van bloed ‘ in de luchtwegen aangetroffen, waarvan niet aangetoond is dat die daar tijdens het bewustzijn zijn terechtgekomen. De eventuele ervaring van het dier ‘het voelt aan als stikken’ is een antropomorfe interpretatie zonder grond.

Rapport 161 stelt ‘dat uit de literatuur blijkt dat onbedwelmd ritueel slachten nadeliger is voor het welzijn van het dier dan slachten na bedwelming’.  TNO stelt dat de aangehaalde literatuur  niet eensluidend is over de aantasting van het welzijn.
Overigens stelt het rapport 161 wél dat mechanische bedwelming bij gangbaar (d.w.z. niet-religieus) slachten in tot 10% van de gevallen niet effectief is. Hierover zijn geen gegevens voor de Nederlandse situatie voorhanden.

De conclusie van TNO is dat door deze tekortkomingen de hardheid van de conclusies en daarmee de wetenschappelijke waarde van Rapport 161 beperkt zijn.

Rapport 398 van de Animal Sciences Group van de WUR (september 2010) heeft een aantal tekortkomingen. De rapportage van het onderzoek kan de toets der kritiek volgens TNO niet doorstaan. Er is geen onderzoeksvraag geformuleerd en de wijze waarop de experimenten met kalveren zijn uitgevoerd zijn onvoldoende beschreven. Er zijn kalveren met de halssnede geslacht zonder te beschrijven wat voor type mes is gebruikt en wat de training van de slachter was. Er worden allerlei metingen uitgevoerd waarvan niet is toegelicht waarom ze zijn uitgevoerd, en wat de resultaten betekenen.

De conclusie van TNO is dat de wetenschappelijke kwaliteit van rapport 398 onvoldoende is om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de discussie rond welzijnsaspecten van religieuze slacht.

Het derde rapport Report on good and adverse practices- Animal welfare concerns in relation to slaughter practices from the viewpoint of veterinary sciences van het door de Europese Commissie gefinancierde DialRel bestaat uit een uitgebreide literatuurstudie gecombineerd met de beschrijving  van de Europese praktijk op basis van een aantal zogenoemde ‘spot visits’. Volgens TNO is het ondanks enkele kritiekpunten een wetenschappelijk goed onderbouwd rapport. De tien getrokken conclusies van het DialRel rapport zijn daarom relevant.

Als kritiekpunten noteert TNO dat  de ‘spot visits’ onvoldoende kwantitatief worden beschreven en dat er  geen onderscheid wordt gemaakt  tussen de verschillende religieuze  wijzen van slachten.

In algemene zin concludeert TNO na de rapportvergelijking dat er in de gangbare praktijk bij alle slachtmethoden aanzienlijke ruimte is voor verbetering voor het dierenwelzijn.

 Klik HIER voor het rapport van TNO.


Reacties zijn gesloten.