Veel antisemitisme middelbare scholen. Anne Frank stichting signaleert van voetbal antisemitisme tot Holocaustontkenning in de klas.

Ruim een op de drie docenten in het voortgezet onderwijs was het afgelopen jaar getuige van antisemitische voorvallen in de klas. Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van de Anne Frank Stichting is verricht onder 937 docenten in het voortgezet onderwijs.

Antisemitisme in het voortgezet onderwijs kent verschillende verschijningsvormen. Veertig procent van de docenten geeft aan hier een of meerdere keren te maken te hebben gehad met voetbal gerelateerd antisemitisme. Dit voetbalgerelateerd antisemitisme dat sinds circa 1980 is opgekomen, blijft niet meer beperkt tot de stadions maar manifesteert zich nu, een generatie later, ook op middelbare scholen.

Voetbal-antisemitisme
Antisemitische kreten als ‘Hamas, Hamas, joden aan het gas’ zijn vanuit voetbalstadions overgewaaid naar de scholen. Dat geldt met name in regio’s waar rivaliserende voetbalclubs van Ajax huizen, zoals Rotterdam, Eindhoven, Twente en Utrecht.  
Volgens de onderzoekers gaat het om een nieuwe, ‘verontrustende’ trend. Bij een onderzoek in 2004 was dit ‘voetbalantisemitisme’ op scholen nog niet gesignaleerd.

Midden-Oosten
Antisemitische opmerkingen doen zich ook voor tegen de achtergrond van het Midden-Oostenconflict. Dit is een al langer bekend en hardnekkig verschijnsel. Een op de vijf docenten rapporteert beledigingen van Joden in deze context. Marokkaanse en Turkse scholieren maken zich vaker schuldig aan anti-Joodse opmerkingen dan autochtonen. Bij deze groep gaat het met name om antisemitisme met een Midden-Oostenachtergrond.

Holocaustontkenning of –bagatellisering komt ook regelmatig voor. Het onderzoek laat zien dat een op de tien docenten het afgelopen jaar hiermee is geconfronteerd.

Uitingsvormen
Antisemitisme in het middelbaar onderwijs kent verschillende uitingsvormen. Meestal betreft het scheldpartijen en beledigingen die zich niet tegen een specifiek persoon richten. De meerderheid van de daders is autochtoon en mannelijk. Tegelijkertijd is er, gelet op de onderwijspopulatie, een relatieve oververtegenwoordiging van Marokkaanse en Turkse leerlingen. Autochtone daders zijn in meerderheid verantwoordelijk voor voetbalgerelateerd antisemitisme, allochtone daders voor antisemitisme met een Midden-Oostenachtergrond.

Antisemitische voorvallen komen op alle onderwijsniveaus voor, van Praktijkschool tot VWO, met een lichte oververtegenwoordiging in het VMBO.

Hard nodig
De Anne Frank stichting die opdracht gaf tot het uitvoeren van het onderzoek, reageert als volgt op de onderzoeksuitkomsten:

Ondanks het feit dat antisemitische voorvallen in het voortgezet onderwijs in 2013 minder vaak voorkomen dan in 2004, respectievelijk vijfendertig tegenover vijftig procent, laten de uitkomsten van het onderzoek zien dat tegengaan van antisemitisme in het voortgezet onderwijs hard nodig blijft. Daarbij moeten succesvolle aanpakken, zoals educatie over de Holocaust en over vooroordelen die aan antisemitisme en andere vormen van discriminatie ten grondslag liggen, worden gecontinueerd. Tegelijkertijd moet gezocht worden naar oplossingen voor nieuwe problemen, zoals het voetbalgerelateerd antisemitisme op scholen.

Ronald Leopold, directeur van de Anne Frank Stichting:

Jongeren moeten vooral leren dat antisemitisch gedachtegoed ongepast is en een gevaar vormt voor een veilige samenleving. Het is nodig te investeren in educatieve antwoorden om de uiteenlopende vormen van antisemitisme op school tegen te gaan. Hiertoe zullen wij gaan overleggen met belanghebbenden, zoals het onderwijsveld, de overheid en voetbalorganisaties.

Een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs wijst er op dat het ministerie ondersteuning geeft bij de aanpak tegen pesten. In een reactie aan de Volkskrant zegt de woordvoerder over het tegengaan van antisemitisme op scholen:

Het is toch vooral aan leerlingen, ouders en de scholen zelf om antisemitisme en andere vormen van discriminatie tegen te gaan.

Reacties zijn gesloten.