“Utrecht lost ereschuld in met onthulling Joods monument”

Op donderdag 29 oktober wordt in de Utrechtse Johan van Oldenbarneveltlaan vlakbij het Spoorwegmuseum het Joods monument onthuld, ‘s avonds om zes uur. Het organisatiecomité nodigt uit daar bij aanwezig te zijn.

Er staat dan een gedenkmuur van zeven meter breed en drie meter hoog, met daarop de namen van alle 1.239 tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen Joodse medeburgers van de stad Utrecht. Voor de muur komt een platform van Jeruzalemsteen met op de hoek van het platform een grote Sjofar in brons op een betekenisvolle sokkel. De Sjofar (het Hebreeuwse woord voor ramshoorn) is gericht op het Oosten en vormt een teken van hoop bij een dieptreurig gebeuren.

Want wat is er midden in de oorlog gebeurd? Onze toenmalige Joodse stadgenoten zijn grotendeels via datzelfde Spoorwegmuseum, toen Maliebaanstation geheten, om hun Jood-zijn ‘s nachts en ‘s morgens vroeg (want dat gaf het minste kabaal) weggevoerd en nooit meer teruggekomen.

De Georgisch-Joodse beeldhouwer Amiran Djanashvili die in Utrecht woont en werkt, heeft een jaar aan het monument gewerkt in het atelier van Pieter de Hondt, de beroemde al overleden Utrechtse beeldhouwer.

Programma

Het voorlopige programma voor de onthullingsbijeenkomst op 29 oktober tussen 18.00 en 19.00 uur ziet er als volgt uit:

  1. Openingswoord door voorzitter Wim Rietkerk van de Stichting Joods Monument Utrecht.
  2. Toespraak en onthulling door de burgemeester van Utrecht, mr. J. van Zanen.
  3. Blazen op een sjofar door rabbijn Arjeh Heinz.
  4. Het zeggen van het Kaddiesj door Moshe Lewkowitz.
  5. Toespraak namens de nabestaanden door mevrouw Hadassah Hirschfeld-Reichmann.
  6. Het lezen van een gedicht door mevrouw Els van Starborch.
  7. Toespraak door opperrabbijn Binyomin Jacobs.
  8. Ter afsluiting: Lied ‘Eli, Eli’, te zingen door Moshe Lewkowitz.

 

De laatste stad

Stichtingsvoorzitter Wim Rietkerk:

Ik denk dat 29 oktober voor onze stad een heel belangrijke dag is: we stellen een daad en lossen een ereschuld in! Die daad is dat de stad Utrecht zegt: Het is nu wel zeventig jaar geleden, maar alsnog willen wij heel duidelijk maken dat deze tragedie in onze stad is gebeurd en dat ons die verbijsterd heeft. Van de vier grote steden in ons land zijn wij nu de laatste stad die zo’n monument opricht. We zaten lang allemaal met onze eigen pijn, betreurden onze eigen wonden. Maar domweg het feit dat er 1.239 Joden uit ons midden waren weggevoerd, hebben we zeventig jaar naamloos laten liggen. Die grote fout hebben wij nu hiermee hersteld. Met deze onthulling wordt een daad gesteld en zeggen wij tegen de Joodse gemeenschap: deze namen willen wij blijvend gedenken, dit nooit weer!

 

Trui met gaten

Eddo Verdoner, tot voor kort voorzitter van de Nederlands-Israëlitische Gemeente Utrecht, vergeleek de stad eens met een trui met gaten.

Wat zo’n monument eigenlijk aantoont is dat het afvoeren van de Joden niet een afgezonderde groep betrof die er opeens niet meer was, nee, ze waren een deel van ‘het textiel van de stad’. Die stad is als een samengeweven geheel, waarin allerlei mensen een functie hadden: een vriend, een familielid, een bakker, een slager of welke functie dan ook. Functies waardoor mensen met elkaar verbonden zijn. Dat stuk textiel, die trui die met allerlei knoopjes aan elkaar hangt, vertoont dan opeens gaten. Want het was het buurmeisje, het was de slager, het was de leraar die er opeens niet meer was. Niet een afgezonderde groep. Nee, het waren delen uit die ‘trui’ die de samenleving maakt, het was een trui met gaten geworden.

 

Heel bijzonder

Wim Rietkerk opnieuw: “Het monument gaat 180.000 euro kosten en daarvan is nu 145.000 euro binnen, dat is heel bijzonder geweest. We zijn dus bijna aan het eind van het proces. Op verschillende categorieën personen en organisaties hebben we in de afgelopen anderhalf jaar een beroep gedaan. Zo hebben veel particulieren maar ook de gemeente Utrecht en de Nederlandse Spoorwegen een bijdrage gegeven, en schreef professor Bob Smalhout medio juni van dit jaar, enkele weken voor zijn plotselinge overlijden, een stuk over het monument in zijn wekelijkse column in De Telegraaf.

“Nederland verloor zoals bekend ruim 100.000 Joodse inwoners,” schreef hij daarin. “Maar voor de Joodse Nederlanders uit de stad Utrecht is eigenlijk nog niets gedaan, hoewel de meeste Joodse slachtoffers per trein via Utrecht zijn afgevoerd om elders vermoord te worden. Zij verlieten ons land via het kleine Utrechtse station aan de Maliebaan. Het stationnetje wordt als zodanig niet meer gebruikt en is thans een onderdeel van het Spoorwegmuseum. De chique Maliebaan was in de oorlog de meest foute straat van Utrecht. Daar zat onder meer het hoofdkwartier van Musserts NSB, de Duitse SS en vele andere fascistische organisaties. Het is de bedoeling bij het Maliebaanstation een monument op te richten.”

 

Nog een tekort

“We zitten dus nog met een tekort van 35.000 euro,” aldus Wim Rietkerk, “en het zou natuurlijk mooi zijn als na vijf jaar van voorbereiding het hele project op 29 oktober kan worden afgerond. Wie 50 euro overmaakt op NL26RABO0113842570 ten name van Stichting Monument Utrecht met vermelding van zijn/haar adres, krijgt een certificaat toegestuurd.”

 

Reacties zijn gesloten.