Joodse Geestelijke Verzorging bij Defensie bestaat 75 jaar

De Joodse Geestelijke Verzorging bij Defensie bestaat dit jaar 75 jaar. Het was op 25 mei 1944 dat opperrabbijn Salomon Aäron Rodrigues Pereira werd aangesteld als eerste krijgsmachtrabbijn om de belangen van de Joodse militairen te behartigen. De aanstelling werd gedaan in Londen door de regering in ballingschap. Radio Oranje bracht het nieuws: “Luisteraars, Voor het eerst in de militaire geschiedenis van ons land heeft de Nederlandsche Regering een legerrabbijn gesteld, ter verzorging van de geestelijke belangen van onze strijdende Joodsche landgenoten”.

Joden namen deel aan de strijd om de bevrijding van Europa en van Nederland. Rabbijn Rodrigues Pereira, de latere opperrabbijn – chacham van de Portugees-Israëlietische Gemeente in Amsterdam, trok met de strijdkrachten mee. Voor de oorlog was hij opperrabbijn van de Portugese Gemeente in Den Haag en als docent en conrector verbonden aan een middelbare school in Hilversum. Nadat Nederland was bezet wist hij Engeland te bereiken.

De deelname van Joden aan het militair beroep was in het Koningrijk der Nederlanden geen nieuw fenomeen. Reeds in 1686 bestond er een Joodse compagnie bij de Schutterij in Suriname en na 1815 omvatte de Amsterdamse Schutterij enige Joodse compagnieën. Gedurende de 18e, 19e en 20e eeuw is er dan ook een constante deelname geweest van Joden in het Nederlandse leger. Hetzelfde geldt voor de rekrutering van Nederlandse Joden door Napoleon die hen inzette bij zijn veroverings- en verdedigingsveldslagen.

Het Koninklijk besluit van 8 juli 1809 (nr. 24) opende de deuren voor deelname van Joden in het militair beroep. Aldus de considerans van dit besluit: “willende onze Israëlitische onderdanen de gelegenheid verschaffen om evenals alle ingezetenen tot de eer te worden toegelaten om tot het verdedigen van het vaderland mee te werken.; En in aanmerking hebbende genomen dat sommigen van het door verschil van godsdienst zouden kunnen worden afgehouden om zich in een corps van onze armee te laten inlijven; En eindelijk alles begerende in het werk te stellen teneinde ieder de vrije oefening zijner godsdienst te verzekeren en alle bezwaren uit de weg te ruimen welke zich mochten opdoen tegen het verlangen dergenen, welke door hunne genegenheid of door behoefte een staat verkiezen, zich aan de edele loopbaan der wapenen te willen toewijden…..”.

De Staat heeft in 1914 tijdens de mobilisatie in verband met de Eerste Wereldoorlog geestelijk verzorgers van katholieke en protestantse huize aangesteld om de zorg voor militairen uit te breiden, maar ondanks herhaaldelijke verzoeken vanuit de Joodse gemeenschap bleef geestelijke verzorging voor de joodse militairen uit.

Er waren wel degelijk rabbijnen door de gemeenschap aangesteld met als specifieke taak “de zorg voor de joodse militair” en die kregen wel toegang tot de joodse militair maar zij werden niet formeel erkend noch betaald door Defensie. Er was zelfs omstreeks 1936-1937 in Harderwijk een joods regiment gelegerd dat voor een belangrijk deel bestond uit joodse dienstplichtigen afkomstig uit Amsterdam en omstreken. De regimentsleiding geloofde dat het in verband met kosjer voedsel en joodse feestdagen eenvoudiger zou zijn om deze dienstplichtigen in een aparte compagnie onder te brengen. Deze proef mislukte al zeer spoedig doordat de anderen meenden dat de betreffende compagnie werd voorgetrokken onder meer wanneer zij op joodse feestdagen ontbraken. Ook de joodse militairen zelf ervoeren deze onbedoelde voorkeursbehandeling en reacties daarop als minder aangenaam. Daarop werden de joodse dienstplichtigen daarna over alle overige compagnieën verspreid.

Rodrigues Pereira werd in zijn functie opgevolgd door kolonel Lion Slagter, die door kolonel Michel Nager en die op zijn beurt door kolonel Jochanan Boosman. De huidige hoofdkrijgsmachtrabbijn is Menachem Sebbag. Vanuit het NIK zijn daarnaast als krijgsmachtrabbijnen aangesteld geweest Sam Behar en Wim van Dijk en thans David Gaillard. Ook het Verbond voor Progressief Jodendom heeft een krijgsmachtrabbijn.

Naar aanleiding van het jubileum zegt hoofdkrijgsmachtrabbijn Sebbag: “De afgelopen 75 jaar hebben rabbijnen in de krijgsmacht, naast hun collega geestelijk verzorgers van andere denominaties, hun bijdrage geleverd in het vervullen van de missie van de Diensten Geestelijke Verzorging en het verzorgen van het (joodse) personeel werkzaam bij Defensie. Terwijl wij kunnen terugkijken op vele jaren van inzet ten behoeve van de militair, waar wij overigens ontzettend trots op zijn, kijken wij liever vooruit naar de toekomst en zetten wij ons beste been voor om de zorg voor de militair en de militaire organisatie nog verder te verbeteren.”

Reacties zijn gesloten.