Toespraak Daniëlle van Kalken, rosja van Tikwatenoe bij Jom Hasjoa-herdenking

Daniëlle van Kalken (21) sprak vanavond op de Jom HaSjoa Vehagevoera-herdenking in de Hollandsche Schouwburg.

Daniëlle is opgegroeid in een actief joodse familie in de Joodse Gemeente Rotterdam en studeert Internationale Communicatie en Media aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De afgelopen drie jaar was zij rosja (hoofd) van Tikwatenoe, de jeugdorganisatie van het NIK, en gaf ze leiding aan de activiteiten en kampen voor joodse jeugd uit heel Nederland.

 

Geachte aanwezigen,

Herinneren is herhaling voorkomen.

Jom Hasjoa, de dag waarbij wij, de joodse gemeenschap in Nederland, stil staan bij de gruwelijke gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de Hollandse Schouwburg, een plek met zo’n beladen geschiedenis, herdenken wij allen die niet meer bij ons zijn, die wij nooit hebben kunnen leren kennen, de gemeenschappen die uit elkaar zijn getrokken en de verhalen die de bijna zes miljoen slachtoffers niet meer kunnen navertellen. Wereldwijd wordt aandachtig geluisterd naar de verhalen van hen die het wel hebben overleefd. Het is onze plicht om deze herinneringen niet in rook op te laten gaan maar om ze door te geven aan de volgende generaties. Het is daarom voor mij een eer om hier voor u te mogen staan en het belang van deze herinneringen en verhalen te benadrukken.

Gerelateerde afbeelding

29 september 1943. Een datum die bijna net zo onschuldig lijkt als alle andere data, een gewone dag, maar voor mijn familiegeschiedenis betekende die dag een absoluut dieptepunt. Op deze dag werd mijn overgrootmoeder Sera van Esso samen met haar zuster Annie en hun ouders, gedeporteerd van hun woning in Amsterdam naar Westerbork. Het leven in Amsterdam was in drie jaar tijd al drastisch voor het gezin veranderd. Zij hadden al veel opgegeven. Ze moesten hun zaak en inkomen opgeven, ze moesten gedwongen verhuizen en boodschappen mochten maar worden gedaan op een bepaald moment van de dag. Op bijna alle fronten werden zij uitgesloten van het alledaagse en openbare leven. Door de vreselijke geruchten die rondgingen wisten zij wat er mogelijk komen ging. Gepakte rugzakken stonden altijd gereed bij de voordeur. Klaar om te vertrekken, zonder te weten wanneer en of ze terug zouden komen. Als ik kijk naar het leven wat mijn overgrootmoeder eerst had, zie ik mijzelf hierin terug. Een grote joodse vriendengroep, een welvarend harmonieus gezin en ze was studente. Sera, net als al haar joodse klasgenootjes, mocht vanaf de vijfde klas niet meer naar school. Haar onderwijs, en de vrijheid die hierbij hoorde, was niet meer vanzelfsprekend. Als student raakt mij dit. Ik zie mijn onderwijs als een recht, geen privilege. Het is een groot onderdeel van mijn alledaags leven en ik kan mij niet voorstellen hoe het is om deze ‘simpele’ dingen weggekaapt te hebben. Wat volgde voor mijn overgrootmoeder Sera en haar gezin was een leven in kampen. Eerst Westerbork, waar zij haar toekomstige man en mijn overgrootvader Max de Leeuw ontmoette, daarna naar Bergen-Belsen. Uiteindelijk werden zij vervoerd met de zogenaamde ‘dodentrein’ naar een ander kamp. In deze trein is haar vader gestorven. Drie dagen voordat ze werden bevrijd.

Dit is een van de vele familieverhalen die ik u kan vertellen. Mijn overgrootvader Max de Leeuw heeft Auschwitz overleefd. Ik ben ook afstammeling van Poolse vluchtelingen. Het verhaal van Sera, net als de verhalen van al mijn overgrootouders, is vastgelegd met behulp van de USC Shoah Foundation: het documentaire project van Steven Spielberg. Hierdoor zijn in Nederland ruim duizend geschiedenissen vast gelegd op tape en nog eens duizend Nederlandse geschiedenissen elders op de wereld. Dit verhalenarchief is sinds kort toegankelijk in de Hollandse Schouwburg. Voor mij is dit vastleggen van groot belang. Als mijn vrienden, studiegenootjes of mijn toekomstige kinderen een vraag stellen over hoe het was voor mijn familie in de oorlog, kan ik antwoord geven. Hoe het was toen de oorlog begon. Hoe zij het antisemitisme meemaakten in die tijd. En hoe zij het hebben overleefd. Zo kan ik de herinneringen doorgeven zodat deze niet in vergetelheid raken. Herinneren is herhaling voorkomen. Juist nu, nu antisemitisme de kop weer op lijkt te steken.  Daarom vraag ik u, en voornamelijk mijn generatie: praat met overlevenden, ga naar musea, lees boeken en kijk de documentaires. Leg de smartphone soms even weg om stil te staan bij de aspecten in ons leven die geen recht zijn, maar een privilege.

Ik ben geboren en woonachtig in Rotterdam. Dit maakt herinneren onderdeel van mijn dagelijks leven. Als ik door het centrum loop van deze stad waar ik zo van hou, word ik op elke straathoek herinnerd aan het bombardement. De moderne architectuur in plaats van historische vooroorlogse panden. Alles weggevaagd en verwoest, alleen nog een vage herinnering. Voor de massa niet meer van belang dat belangrijke plekken van de Maasstad, zoals de Kuip, werden gebruikt als verzamelplaatsen van de NSB en hoe de binnenstad waar ik dagelijks kom veranderde in een smeulende puinhoop. Ook hier is het benadrukken van verhalen en herinneren essentieel. Ken de geschiedenis van uw woonplaats en u zal er anders naar kijken. Met meer waardering voor de veilige omgeving waarin we ons bevinden. En met meer respect naar de mannen, vrouwen en kinderen die in de huidige tijd deze vrijheid en veiligheid niet met ons delen.

Wij hebben de bijzondere plicht van het doorgeven. Daar is Jom Hashoa, de dag van vernietiging en heldendom, voor bedoeld. Zo geven wij de trots van onze helden, ons land en de joodse identiteit door. Laten wij dit nog jaren en generaties volhouden. Herinneren is herhaling voorkomen.

Reacties zijn gesloten.