Sjoel West treedt naar buiten

Sjoel West heeft besloten de veren van schuilsynagoge van zich af te schudden. Negen jaar geleden schreef een freelance journalist in NRC-Handelsblad: “In Amsterdam-West staat anno 2010 een schuilsynagoge: Sjoel West. Er komen op sabbat 25 tot 30 joden naar de eredienst, In het gebouw waar Sjoel West is gevestigd, staat geen davidsster of naam op de gevel en de sjoel heeft een geheim adres.” Afgelopen zondag werd door opperrabbijn Evers in de stralende zon de mezoeza aangeslagen aan de voordeur van de sjoel. Het ontwerp van de mezoeza is van Piet Cohen. Boven de toegang werd een bord onthuld dat duidelijk maakt: hier is Sjoel West gevestigd.

 

Voorafgaand aan de bijeenkomst hadden twee vertegenwoordigers van Sjoel West een ronde gemaakt langs de naaste buurtbewoners en kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen in De Baarsjes om ook hen uit te nodigen.

De mezoeza werd aangeslagen door Raphael Evers, huidig opperrabbijn van Düsseldorf, en kind van sjoel West waar hij met zijn ouderlijk gezin op sjabbat naar sjoel ging. De sjoel in West bestaat sinds 1957 en kwam tot stand op initiatief van de huisarts Sander Israels. Gedurende bijna vijftig jaar vormden Hans en Bloeme Evers, de ouders van rabbijn Evers, met hun gezin de spil van de sjoel. Rabbijn Evers: “Ik heb hier in Sjoel West veel voetstappen liggen, ook in mijn vroege jeugd. Mijn lieve ouders Hans en Bloeme Evers z.l. hebben hier veel van hun Jodendom geleefd en beleefd. Na het overlijden van mijn vader z.l. heeft mijn moeder de sjoel verder geleid met veel van jullie als ondersteunend team. Jullie hebben na haar overlijden de fakkel overgenomen en het Jodendom als vaste vesting in het af en toe roerige Westen met grote vastbeslotenheid, jeugdig enthousiasme en enorm gevoel voor integratie en tolerantie uitgedragen. Al mijn broers en ikzelf ook hebben hier altijd voorgedawwend en gelajend, vandaar onze positieve en innige herinneringen aan Sjoel West, toen nog in de Vasco da Gamastraat. Vrijwel al mijn kinderen hebben ook hier de diensten, van voordavvenen tot lajnen en droosjes, voortgezet. Wij zijn jullie dankbaar dat jullie dit werk voortzetten en uitbouwen.”

Vervolgens behandelde rav Evers de vraag waarom een sjoel eigenlijk nodig is want de wereld is toch geheel vervuld van G’ds glorie. In Sefer Hachinoeg stelt Rabbi Aharon haLevi (14e eeuw), dat het karakter van de mens gevormd wordt door hetgeen hij doet. “Niet zozeer hetgeen men voelt of denkt telt in het Joodse leven; karaktervorming vindt plaats in de sfeer van handelen en doen. Het bouwen en in stand houden van een klein heiligdom geeft uiting aan de gedachte dat men door het doen gaat voelen. Het karakter wordt gevormd en raakt gewend aan het G’ddelijke in de wereld. De opdracht tot het maken van heiligdommen was een liefdedaad van G’d.” Aldus de Sefer Hachinoeg.

Vanwege het naambord en de mezoeza vertelde Evers een verhaal uit de Talmoed uit de tijd van de Romeinen.
Onkelos, een neef van keizer Hadrianus, ging over tot het jodendom. De Romeinse keizer stuurde daarop een legioen soldaten om hem terug te brengen naar zijn oorspronkelijke woonplaats en religie. Onkelos ging met de soldaten in discussie en overreedde hen om toe te treden tot het jodendom. Daarna stuurde de keizer een nieuw legioen met dezelfde opdracht. Ook dit legioen ging over tot het jodendom. Uiteindelijk beval de keizer een derde legioen om Onkelos met geweld naar Rome te halen. Zij mochten niet met hem in discussie treden. Terwijl Onkelos naar buiten werd gebracht, passeerden zij de deurpost. Onkelos kuste de mezoeza en lachte. De soldaten vroegen hem waarom hij lachte en Onkelos verklaarde zich nader: “Een koning van vlees en bloed woont in een paleis, terwijl zijn dienaren hem buiten bewaken. Hasjeem echter staat buiten op wacht terwijl zijn dienaren binnen veilig wonen”. Toen de soldaten dit hoorden, gingen zij eveneens over tot het jodendom”.

Gerelateerd:

 

Reacties zijn gesloten.