NIK publiceert nieuw boekje voor de Soekot-rondgangen

Bij de loelav-verkoop deze week ligt een klein vierkant boekje. Wie een Loelav koopt kan het boekje meenemen. In het boekje staan de teksten die worden gezegd tijdens de rondgangen met de loelav.

Nogal een opgave
Op Soekot wordt er met de loelav geschud, en na het moesaf-gebed wordt er ook een rondgang om de bima gemaakt met de loelav, de zgn. Hosjanot, omdat de rondgang begint met het woord Hosjana. Om dan het machzor vast te houden, en de loelav en de etrog, is nogal een opgave. Daarom heeft het NIK nu een boekje uitgebracht waarin alleen de gebeden staan die tijdens de rondgangen worden gezegd.

De oorsprong van de Hosjana-rondgang vinden we in de Misjna. In Misja Soekot 4:5 zien we dat dat de rondgang op de dagfen van Soekot om het altaar in de tempel werden gemaakt en op de laatste dag van het Soekot-feest werden er zeven rondgangen gemaakt, vandaar dat deze dag Hosjana Rabba – vele Hosjana-rondgangen heet.

Na Hallel of na Moesaf
Opvallend is dat in de meeste buitenlandse sjoels de Hosjana-rondgang direct aansluitend aan Hallel wordt gemaakt, wanneer men de loelav nog in de hand heeft, terwijl het in Nederland en West-Asjkenaz pas direct aansluitend aan de herhaling van de moesaf-amida wordt gedaan. Uit de misnja blijkt dat men vertrok na de hosjana-omgang in de tempel. Dus wanneer wordt geredeneerd dat onze hosjana-rondgang voor dde tempel-hosjana in de plaats komt, is het logisch om ook de rondgang aan het einde van de sjoeldienst dus na de herhaling van de moesaf-amida, te doen. Rabbi Mosje Feinstein noemt een andere reden. Nl. dat we eerst de verplichte zaken van de dag doen waartoe Tora-lezen en Moesaf behoren, en daarna pas datgene te doen dat geen voorschrift maar een gebruik is.

Voor het eerst volgens Amsterdamse minhag
Seder Hosjanot boekjes zijn vaker uitgegeven. De waarschijnlijk laatste keer dat een dergelijk boekje is gedrukt is in 1909 geweest bij drukkerij Levisson in Amsterdam. In 1736 werd in Amsterdam voor het eerst een Seder Hosjanot uitgegeven en de samensteller legt op de titelpagina in het Jiddisch uit waarom hij daartoe is gekomen. “Deze Hosjanot zijn volgens de Asjkenazische minhag en in het bijzonder de minhag van Amsterdam”, waarna hij in het Jiddisch verder gaat en zegt: “ik heb gezien dat de Hosjanot nog nooit zijn gedrukt volgens onze minhag en veel mensen hebben mij verzocht ze op de juiste manier en volgorde te laten drukken en daarom heb ik ze gedrukt volgens de gebedsvolgorde van de gemeenschap van Amsterdam.”
Ook in een inleiding gaat de auteur er op in dat alleen de chazzaniem de Hosjanot in de juiste volgorde hadden staan en dat de mensen steeds vragen welke hosjana nu toch wordt gezegd.  “Daarom heb ik de hosjanot in het bijzonder [dus apart in dit boekje] gedrukt en in de goede volgorde, net zoals de chazzaniem het hebben in hun tefillot – gebedenboeken.”
Het boekje is gedrukt in opdracht van rabbijn Wolff zoon van de inkmiddels overleden rabbijn Juda P”P (P”P is afkorting voor Frankfurt) bij Hirtz Levi Rofe. Deze Wolff Frankfurt is waarschijnlijk in Amsterdam geboren in 1694 en in 1757 overleden. De grootvader van Wolff was Rabbi Simon Israel die de naam van zijn vrouw Frankfurt ging dragen en de auteur is van het Sefer Hachaim (1703), een boek met gebeden bij ziekte en overlijden. Het huwelijk van Wolffs ouders was een neef-nicht huwelijk. Ook Wolff trouwde met een verwant, Sara Mozes Frankfort, dochter van Mozes Simon Frankfort en Hintche Simon Sofer. De overgrootvader van Wolff Frankfurt was ook een Wolff Frankfurt, hij is de eerste generatie Frankfurt in Amsterdam en overleed in Amsterdam in 1684.

Onrustig
Dat het boekje een einde moest maken aan op z’n minst onduidelijkheid is niet vreemd. Sinds het tumultueuze vertrek van Chacham Zvi is het vaak onrustig gebleven in de Asjkenazische Gemeente van Amsterdam. Dit was de oorzaak dat het na Chacham Zvi lang duurde voordat er een nieuwe opperrabbijn werd benoemd en Amsterdam geestelijk werd geleid door drie dajaniem, rabbijnen, waarvan Mozes Simon Frankfurt er een was. Toen Abraham Juda Berlin vanuit Halberstadt in 1717 opperrabbijn werd, heerste er wel gezag, maar na zijn dood in 1730 was er weer vijf jaar waarin niet tot de benoeming van een opperrabbijn gekomen kon worden. Juist toen zal Wolff Frankfurt met het plan hebben rondgelopen om in ieder geval wat het zeggen van de hosjanot betreft rust te scheppen door een boekje uit te geven. In 1735 wordt Eleazar Brody tot opperrabbijn benoemd, kort daarop komt het hosjanot-boekje van Frankfurt op de markt. Rabbijn Brody zou maar vijf jaar zijn opperrabbinale autoriteit laten gelden want al in 1740 vertrok hij weer uit Amsterdam. Hij liet de gemeente wel in meer harmonie achter. Een nazaat van Chacham Zvi werd benoemd en tot het midden van de 19e eeuw zouden zijn nazaten (Löwwenstamm en Berenstein) de opperrabbinale zetel in de steeds groeiende Joodse Gemeente van Amsterdam bekleden.

Volgorde
Dagelijks wordt er één hosjana-gebed gezegd volgens een bepaalde volgorde. Maar in de meeste buitenlandse gemeenten wordt een andere volgorde gehanteerd dan in Nederland. Waarschijnlijk hadden dus alleen de chazzaniem de juiste, althans in Nederland gehanteerde volgorde en leidde dit tot verwarring tijdens de sjoeldienst. Wij zeggen op de eerste dag E’eroch sjoe’ie omdat het een verwijzing heeft naar de vastendag (tsom) van Jom Hakippoeriem, en de eerste dag Soekot op de kalender nog het dichtst bij Jom Kippoer ligt. Elders wordt E’eroch sjoe’ie op de derde dag Soekot gezegd omdat dit de dag van de week is waarop het een week eerder Jom Kippoer was. Voor beide keuzes valt iets te zeggen… . Het Hosjana-gebed Adon Hamosjia bevat een verwijzing naar het verzoek om regen. We vragen wel om regen, maar niet wanneer we nog de plicht hebben om in de Soeka te zitten. Het zijn twee conflicterende zaken. Elders zegt men Adon Hamosjia op de dag voor Hosjanna Rabba, bij ons alleen op Hosjanna Rabba.
In 2019 – 5780 kon dezelfde Hebreeuwse zin Hosjia et amecha – schenk Uw volk hulp, voor de jaaraanduiding worden gebruikt als in 1736, uiteraard met andere accentuering. Hulp, redding, hosja-na, is het centrale thema van de rondgangen die steeds met de woorden hosja na beginnen.

Afslaan
Het boekje bevat ook de hosjanot voor Hosjanna Rabba wanneer niet zoals op de andere Soekot-dagen één keer maar zeven keer een rondgang om de bima wordt gemaakt. Op deze laatste dag van Soekot wordt na de zeven omgangen een bundel aravot – beekwilgtakjes genomen. Het Jehie Ratson-gebed voor het afslaan van de arawot dat door sommigen op basis van de Shla Hakadosh wordt gezegd en door Frankfurt in zijn 1736-editie is overgenomen uit Sja’are Tsion, is nu ook in het boekje opgenomen. Ook het Jehi Ratson-gebed dat in het machazor voor het opnemen van de Loelav staat afgedrukt is uit deze Sja’are Tsion-verzameling afkomstig.
Sja’are Tsion is een verzameling extra gebeden van de rabbijn en kabbalist Nathan Hanover. Zijn ouders waren waarschijnlijk uit Hannover afkomstig en toen de Joden daarvandaan moesten vertrekken vestigden zijn ouders zich in Ostrog in Oekraïne waar Nathan werd geboren. Daar woonden grote geleerden zoals Rabbi Salomon Lura (Maharshal), Rabbi Samuel Edels (Maharsha) en de Toere Zahav (TaZ). Hanover ontvluchtte Oekraine in verband met de moordpartijen van Chmielnicky en kwam in Holland terecht. Zijn verzameling kabbalistische gebeden Sja’are Tsion verscheen voor het eerst in druk in Praag in 1662. De gebeden zijn niet perse door hem geschreven, maar verzameld en gemaakt door leerlingen van Isaac Luria, de Ari. In Venetië waar hij na Holland woonde, leerde hij met een leerling van Rabbi Chaim Vital, die op zijn beurt een leerling was van Isaac Luria. Samen bestudeerden ze de Luriaanse Kabbala. Hanover stierf in 1683 in zijn toenmalige woonplaats Brod, Moravië (nu een streek in Tsjechië) bij een aanval op de Joodse bevolking van die plaats.

Een goede bezegeling
Voor ons boekje geldt dezelfde wens als waarmee het voorwoord in 1736 werd besloten:
Mogen we het voorrecht hebben dat wij ons gebed zullen doen met aandacht (kavvana) en zo zullen we hebben een chatiema tova [de wens die nog voor het laatst op Hosjanna Rabba wordt uitgesproken], een goede bezegeling, amen.

Ruben Vis

Reacties zijn gesloten.