NIK publiceert nieuw boekje voor de Soekot-rondgangen

Bij de loelav-verkoop deze week ligt een klein vierkant boekje. Wie een Loelav koopt kan het boekje meenemen. In het boekje staan de teksten die worden gezegd tijdens de rondgangen met de loelav.

Op Soekot wordt er met de loelav geschud, en na het moesaf-gebed wordt er ook een rondgang om de bima gemaakt met de loelav, de zgn. Hosjanot, omdat de rondgang begint met het woord Hosjana. Om dan het machzor vast te houden, en de loelav en de etrog, is nogal een opgave. Daarom heeft het NIK nu een boekje uitgebracht waarin alleen de gebeden staan die tijdens de rondgangen worden gezegd.

Dergelijke boekjes zijn vaker uitgegeven. De waarschijnlijk laatste keer dat een dergelijk boekje is gedrukt is in 1909 geweest bij drukkerij Levisson in Amsterdam. In 1736 werd in Amsterdam voor het eerst een Seder Hosjanot uitgegeven en de samensteller legt op de titelpagina in het Jiddisch uit waarom hij daartoe is gekomen. “Deze Hosjanot zijn volgens de Asjkenazische minhag en in het bijzonder de minhag van Amsterdam”, waarna hij in het Jiddisch verder gaat en zegt: “ik heb gezien dat de Hosjanot nog nooit zijn gedrukt volgens onze minhag en veel mensen hebben mij verzocht ze op de juiste manier en volgorde te laten drukken en daarom heb ik ze gedrukt volgens de gebedsvolgorde van de gemeenschap van Amsterdam.”
Ook in een inleiding gaat de auteur er op in dat alleen de chazzaniem de Hosjanot in de juiste volgorde hadden staan en dat de mensen steeds vragen welke hosjana nu toch wordt gezegd.  “Daarom heb ik de hosjanot in het bijzonder [dus apart in dit boekje] gedrukt en in de goede volgorde, net zoals de chazzaniem het hebben in hun tefillot – gebedenboeken.”
Het boekje is gedrukt in opdracht van Wolff zoon van Juda P”P (P”P is afkorting voor Frankfurt) bij Hirtz Levi Rofe.
In 2019 – 5780 kon dezelfde Hebreeuwse zin Hosjia et amecha – schenk Uw volk hulp, voor de jaaraanduiding worden gebruikt als in 1736, uiteraard met andere accentuering. Hulp, redding, hosja-na, is het centrale thema van de rondgangen die steeds met de woorden hosja na beginnen.

Het boekje bevat ook de hosjanot voor Hosjanna Rabba wanneer niet zoals op de andere Soekot-dagen één keer maar zeven keer een rondgang om de bima wordt gemaakt. Op deze laatste dag van Soekot wordt na de zeven omgangen een bundel aravot – beekwilgtakjes genomen. Het Jehie Ratson-gebed voor het afslaan van de arawot dat door sommigen op basis van de Shla Hakadosh wordt gezegd en volgens Pop in zijn 1736-editie komt uit Sja’are Tsion, is nu ook in het boekje opgenomen.

Voor ons boekje geldt dezelfde wens als waarmee het voorwoord in 1736 werd besloten:
Mogen we het voorrecht hebben dat wij ons gebed zullen doen met aandacht (kavvana) en zo zullen we hebben een chatiema tova [de wens die nog voor het laatst op Hosjanna Rabba wordt uitgesproken], een goede bezegeling, amen.

Ruben Vis

Reacties zijn gesloten.