Chanoeka vieren. “Joodser dan dit kun je het bijna niet krijgen”

Bij de viering van Chanoeka op het Schouwburgplein in Rotterdam sprak de historicus dr. Bart Wallet. “Door de eeuwen heen zijn joden de lakmoesproef geweest van de tolerantie van samenlevingen. Was er ruimte voor een eigen levensstijl, trouw aan de Tora – of niet?”

Bart Wallet

Zojuist is het tweede lichtje van de chanoekia aangestoken, hier en plein public in hartje Rotterdam. Maar waarom is dat eigenlijk gedaan?

Dit verwijst terug naar een gebeurtenis lang geleden: naar het jaar 164 voor begin van de gewone jaartelling; en hier ver vandaan: in het Heilige Land, Israël. Destijds was dat een provincie van het hellenistische Syrië. De Griekse cultuur was destijds dominant, zoals nu de Amerikaanse. Dat was vooral soft power: het werd niet met geweld opgedwongen, maar het was overal om je heen. Je kon er bijna niet omheen.

Op dat moment was er echter een koning in Damascus, Antiochus IV Epifanes, voor wie soft power niet genoeg was: hij wilde zijn cultuur met geweld opleggen. Joden mochten niet langer hun zoontjes besnijden en sjabbat vieren werd verboden. In de Tempel in Jeruzalem werd een beeld van Zeus, de Griekse oppergod, neergezet.

Deze koning was een tiran, hij was gewelddadig. Dat riep verzet op uit ongedachte hoek. Niet de joodse leiders uit de hoofdstad Jeruzalem, maar een groep priesters uit het platteland, nam het initiatief. Het was met recht een spontane volksopstand. Dat leidde onverwacht tot militaire successen. De oude stad van David werd veroverd en de Tempel in Jeruzalem gereinigd, het beeld van Zeus weggehaald en de Tempel werd opnieuw ingewijd. Daar verwijst het woord chanoeka, inwijding, dan ook naar. Deze volksopstand ging om de Tempel en om de vrijheid joods te leven, als toegift kwam daar onverwacht nog politieke onafhankelijkheid bij.

Dat maakt Chanoeka tot een feest waarbij het overleven van het jodendom centraal staat, tegen de klippen op. Het is een feest waarvan je moet zeggen: joodser dan dit kun je het bijna niet krijgen. Waarom wordt het dan toch hier op straat gevierd, met zoveel Rotterdammers, joods en niet-joods?

Rotterdam, Schouwburgplein

Eeuwenlang was Chanoeka bij uitstek een feest dat binnenshuis werd gevierd. Iedere avond een nieuw lichtje aansteken, tot de achtste dag – een herinnering aan het wonder van het oliekruikje dat acht dagen lang olie gaf voor de menora, de kandelaar, in de Tempel. Tot het moment dat nieuwe zuivere olie beschikbaar was.

Vanaf het begin van het joodse leven hier in Rotterdam, de vroege zeventiende eeuw, is het feest zo gevierd. In al die joodse huiskamers verspreid over de hele stad.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw vindt er een beweging plaats vanuit de huiskamers naar de bredere gemeenschap: er ontstond behoefte om Chanoeka samen vieren als joodse gemeenschap. Dit was natuurlijk ook een beetje bedoeld als tegenwicht tegen de toenemende aandacht voor Kerst in de winkelstraten en in het maatschappelijk leven. Zo kwamen er nu Chanoeko-kinderfeesten, met een afgewogen combinatie van inhoud en gezelligheid voor de jongsten. En natuurlijk kregen ze ook een cadeautje. Maar ook kwam er de Chanoeko-Actie voor het arme Rotterdams-joodse kind. Met de koude winter voor de boeg hadden de talloze arme joodse kinderen in de stad behoefte aan kleding en schoenen. Daarin voorzag de Chanoeko-actie.

Ook gedurende de Tweede Wereldoorlog werd, zo goed en zo kwaad het ging, Chanoeka gevierd. Carry Ulreich legt in haar dagboek, het bij uitstek Rotterdams-joodse oorlogsdagboek, daarvan getuigenis af. Voor het Joods Lyceum kreeg ze vanwege Chanoeka geen huiswerk op.  

Na de oorlog waren er de Chanoeka-bals voor joodse jongeren van buiten Amsterdam. Dat bood plezier en vertier en de mogelijkheid om zo elkaar als joodse jeugd te leren kennen. Menigeen vond zo een huwelijkspartner.

Pas de afgelopen decennia is Chanoeka de straat opgegaan – en dat is iets wat wereldwijd gebeurt: overal staat chanoekia’s die ontstoken worden, vaak op hele centrale plekken. Dit laat een zelfbewust jodendom zien, dat zich niet op laat sluiten in huiskamers of achter synagogemuren, maar hierdoor de samenleving laat zien: wij zijn er – en wij willen meedoen, mét onze eigen traditie.

Dat is de betekenis van Chanoeka vieren hier in het hart van Rotterdam: het laat de vitaliteit van de joodse gemeenschap zien, zij biedt zich aan de samenleving aan als partner. Tegelijkertijd ook met de les van Chanoeka: dit feest gaat om de vrijheid van godsdienst, vrijheid voor brit mila (besnijdenis), sjabbat en sjechieta (de eigen slachtpraktijk).

Door de eeuwen heen zijn joden de lakmoesproef geweest van de tolerantie van samenlevingen. Was er ruimte voor een eigen levensstijl, trouw aan de Tora – of niet? Ook nu is dat de vraag waar de Nederlandse samenleving voor staat: is er ruimte voor joden hier in Nederland? Kunnen zij een leven leiden trouw aan de Tora? Worden zij beschermd tegen antisemitisme?

Meer dan ooit heeft de joodse gemeenschap hierbij bondgenoten nodig. Meer dan ooit doet dit een appèl op de Nederlandse samenleving om zo’n bondgenoot te zijn. Laten zo dit Chanoekafeest 2019 ook een feest van bondgenootschap zijn, met een wijde kring van tal van Rotterdammers rond de joodse gemeenschap, die zo in vrijheid en met trots de lichtjes van de chanoekia kan aansteken en het aloude lied Mongous Tsoer kan zingen.

Ik wens u van harte chag Chanoeka sameach!

Reacties zijn gesloten.