Tefilla is als internet – bij de heropening van de Gerard Doustraat-sjoel

Shmuel Katz, rabbijn van de Amsterdamse Gerard Doustraat-sjoel over zijn sjoel die deze sjabbat weer opengaat na een wekenlange sluiting vanwege Corona – Covid-19.

Vanuit de Gerard Dousjoel zal het Adon Olam weer omhoog gaan om ver boven het marktgewoel van de Albert Cuyp op te stijgen naar de hemel. Een moment om stil bij te staan en ook nog even terug te kijken.

Eén van mijn vrienden hier in de stad wees mij recent op de tekst van een bijzondere brief. Dat is een brief die Rav Shmuel van Shochotsov schreef aan zijn schoonzoon Yacov. Hij schreef die brief vlak voor Jom Kippoer. Zijn schoonzoon was ziek en kon dat jaar niet vasten en ook niet naar sjoel. Zijn schoonvader wilde hem moed inspreken. Hij schreef hem dat als de doktoren zeggen niet te vasten dat dat dan ook de wil van Hashem is en dat je daar dan naar moet luisteren.

Maar dan vervolgt hij: “kijk”, zegt hij, “je zult op Jom Kippoer misschien ook niet in sjoel zijn. Je zult je eenzaam en verlaten voelen. Denk dan niet dat jouw tefilla hier op aarde achter blijft. Iedere tefilla wordt meegenomen door een chazzan die jouw tefilla meeneemt in zijn eigen tefilla. Is er een chazzan in je eigen stad dan doet hij het, maar ook als er in jouw stad geen chazzan is, dan is er ergens ter wereld, desnoods aan de andere kant van de aardbol, wel een chazzan die jouw tefilla meeneemt.”

Wat Rav Shmuel van Shochotsov hier aan ons meegeeft is het volgende. Tefilla is als Internet. Iedere computer is via Internet met al die andere computers verbonden. Zo is ook iedere jid met alle andere jidden verbonden. De spiritualiteit die mijn tefilla creëert, verspreidt zich over de hele wereld, er moet alleen ergens een aansluiting zijn voor mijn tefilla. Net zoals mijn emails in de cloud bewaard worden, zo komt mijn Adon olam, Lecha dodi en Hallel in die spirituele cloud. We zijn in feite een grote kehilla, een grote gemeente. Altijd is er ergens een chazzan die als sjaliach tsiboer, afgezant van de gemeente, van ons allemaal, de tefilla meeneemt.

De tijd van het eenzame thuis dawenen is deze week voor onze sjoel gelukkig voorbij, spoedig hopelijk voor ons allen. Dan zullen we weer naar onze eigen vertrouwde chazzan kunnen luisteren met de Kedoesje of Oewenoecho waar we van houden. Maar die chazzan heeft ergens op de wereld een collega die het van hem heeft overgenomen toen wij niet naar sjoel konden gaan. Misschien stond die chazzan ergens met nauwelijks een minjan te dawwenen. Maar net zoals een terabyte zich onzichtbaar voor het oog kan verplaatsen, hebben onze tefillot zich via die eenzame chazzan verplaatst.

Nu begrijp ik nog iets anders. Toen wij hier geen minjan hadden was er wel minjan in Beth Juliana in Herzlia. Daar is toen voor heel veel mensen kaddiesj gezegd. (Jejasjer kochachem.) Op mijn vraag of we iets voor het tehuis kunnen geven kwam het antwoord “nee, geef het maar aan een doel naar keuze”. Waarom? Misschien omdat ze daar in Beth Juliana beseften dat het niet om Beth Juliana ging maar om Am Jisraël dat overal en altijd waar ook ter wereld verbonden is met elkaar. Zo geldt het voor onze tefilla, zo geldt het ook voor onze tsedaka.

Met dank aan ons bestuur.
Met dank aan alle sjoelbezoekers.
Met dank aan Hashem.
Met de hoop op een refoea sjeleema voor alle zieken. Want indeed all lives matter.

Reacties zijn gesloten.