De totstandkoming van een nieuw gebedenboek voor sjabbat en door de week – Schma Kolenu en Siach Jitschak, vertaling en hertalen

Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap geeft een nieuw gebedenboek uit, een sidoer voor sjabbat en voor door de week, in één band, met als titel: Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem. Het gebedenboek is geredigeerd en geordend door Ruben Vis. Over de totstandkoming ervan schreef hij een verantwoording, dat in feuilleton-vorm verschijnt. Deze week kijken we naar Schma Kolenu en Siach Jitschak, vertaling en hertalen, en naar de Sjabbatsidoer die er is om mee te kunnen doen in de vrijdagavond- en sjabbatochtenddienst.
Reageren? Stuur een e-mail naar info@nik.nl
Wil je de nieuwe sidoer aanschaffen? Ga naar de WIZO Giftshop.

Schma Kolenu en Siach Jitschak

Na een herbezinning in 2015 besloot de Permanente Commissie (bestuur) van het NIK, ook na overleg met rabbijn Vorst en rabbijn Evers, dat het het beste zou zijn om een sidoer te maken gelijk de Aresjet SefatajiemSiach Jitschak en op basis van de Schma Kolenu. Met andere woorden:

  • Hebreeuws = Schma Kolenu, met Nederlandse aanpassingen conform Aresjet Sefatajiem
  • Vertaling = Siach Jitschak met de hoogst noodzakelijke tekstcorrecties en modernisering
  • Instructies = Siach Jitschak, met waar nodig aanpassingen

Met de keuze voor Aresjet Sefatajiem werd impliciet ook besloten dat de noesach die zou zijn van de Aresjet Sefatajiem, omdat dit nu eenmaal in Nederland de standaard tefilla is. Sidoer Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem is dan ook geen poging geworden om de exacte, authentieke, oorspronkelijke Nederlandse noesach te reconstrueren van voor de tijd van de Aresjet Sefatajiem en die in boekvorm vast te leggen. Aangenomen wordt dat wat Aresjet Sefatajiem doet, de weergave is van hoe de Nederlandse noesach was en is. Tefillat Jesjoeroen beoogt wel om de oorspronkelijke jekkische[1] gebedstraditie te reconstrueren en die is in boekvorm vastgelegd. Maar dit is niet wat sinds de negentiende eeuw in Nederland wordt gedaan of gehanteerd. Het gebedenboek van rabbijn Schlomo Hofmeister is voor Nederland daarmee meer een referentiedocument geworden dan een gebruiksvoorwerp.

Vertaling

De sidoer Siach Jitschak draagt de naam Jitschak van Isaac (= Jitschak) Dasberg (Dordrecht, 1900-Jeruzalem, 1998). Hij heeft de gebeden vertaald en op een paar plekken commentaren aan de gebeden toegevoegd. Verder bleef het de Aresjet Sefatajiem sidoer. De onvertaalde Nederlandse sidoer zoals oorspronkelijk de hebraïcus Gabriël I. Polak die had gemaakt in het midden van de negentiende eeuw en die in de loop der tijd beetje bij beetje was doorontwikkeld.

Dasberg vertaalde eerder ook de Tora en haftarot en nadat hij klaar was met de Tefilla (gebedenboek) ook het Machzor (gebedenboek voor feestdagen) voor Rosj Hasjana en Jom Kippoer. Isaac Dasberg was geen rabbijn en geen neerlandicus. Dasberg was arts, mohel (besnijder), ba’al koré (Tora-voorlezer), ba’al tefilla (voorlezer in de gebedsdienst), bestuurder (onder meer voorzitter van de Permanente Commissie van het NIK) en een zoon van rabbijn Samuel Dasberg die hem en zijn broers Simon en Nathan thuis in Dordrecht een dermate gedegen Joodse opleiding gaf, dat Simon er rechtstreeks mee werd toegelaten tot de rabbijnenklas van het Seminarium en Nathan er godsdiensthoofdonderwijzer mee werd. Isaac begreep de teksten zo diepgaand dat aan hem het vertalen kon worden toevertrouwd. In de meer verhalende Tora dan in de Tefilla wist hij met een enorme taalcreativiteit de woorden en zinnen te vertalen. Voor de Tefilla-vertaling geldt dat Dasberg nauwgezet de oorspronkelijke Hebreeuwse gebeden volgt, maar tegelijkertijd toch begrijpelijke en vaak taal-creatieve equivalenten in het Nederlands weet te scheppen.

Hertalen

In 2015 hebben we ons afgevraagd of de vertaling ook voor de huidige en liefst toekomstige jongere generaties begrijpelijk is. Moet de vertaling niet worden gepopulariseerd naar hedendaags taalgebruik, in plaats van dat van ruim veertig jaar geleden. We dachten dat dit mogelijk zo niet noodzakelijk zou zijn. Daarom is toen contact gezocht met een groep hertalers. De Statenbijbel is begin deze eeuw vanuit de tekst van 1637 naar hedendaags Nederlands hertaald. Zouden zij ons kunnen helpen bij de hertaling van het werk van Dasberg.

Toch hebben we hier niet voor gekozen. Allereerst niet omdat wij niet zoals bij de Statenvertaling voor een probleem zouden staan van 400 jaar oude spelling en woordkeus maar van de overbrugging van ‘slechts’ veertig jaar. Bij het grondig doorlezen van de Dasberg-vertaling bleek deze nog steeds heel begrijpelijk te zijn, met inachtneming van de verhevenheid die voor gebedsteksten nu eenmaal geldt. Voorts, zou je toch aan de slag gaan, dan wordt het een compleet nieuwe vertaling die veel vrijer zal zijn en minder de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst volgt. Terwijl tegelijkertijd vaststaat dat de taal van gebed altijd een bepaalde plechtstatigheid en daarmee onontkoombaar een wat ouderwetse uitstraling kent. Wie bidt spreekt niet in huis-tuin-en-keukentaal maar richt zich tot het Opperwezen. Wil je dicht bij de oorspronkelijke woordkeuze blijven dan zal de vertaling dus ook altijd die plechtstatigheid weerspiegelen.

Ik heb de tekst doorgenomen. Dit heeft er toe geleid dat soms zinsconstructies wat zijn aangepast, en woorden zoals ‘gramschap’ die echt niet meer resoneren bij het hedendaags publiek door synoniemen zijn vervangen. Uiteindelijk, zoals verderop zal blijken, is er geen vertaling in Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem opgenomen.

Meedoen

Belangrijke ontwikkeling in de tussentijd was de enorm positieve ontvangst van de Sjabbatsidoer (2013), die bij uitstek gericht is op hen die wat meer moeite hebben met participatie in de sjoeldienst. Met de komst van de Sjabbatsidoer is er nu een gebruiksvriendelijke sidoer en bijbehorend boekje voor de sjabbatviering en het bensjen thuis, waardoor iedereen kan meedoen. Hiermee verviel de noodzaak om de regelmatige en de onregelmatige sjoelbezoeker in één boek tot het uiterste te bedienen.

De Sjabbatsidoer hanteert bewust kleur. Het is waarschijnlijk de eerste sidoer ter wereld die dit doet. Toch hebben we hier (nog) niet voor gekozen bij de nieuwe Sidoer Chemdat Hajamiem, zoals het boek gedurende het vormingsproces als titel kreeg. Alles is in zwarte inkt op wit papier gedrukt en datgene dat wordt ingevoegd staat in een licht grijs kader. Zwart, wit en grijs moet voldoende zijn voor de sjoelbezoeker die thuis is in de dienst en het Hebreeuws van de gebeden kan lezen.


[1] Jekkisch – West-Asjkenazisch, tradities van de Rijnstreek, Zuid-Duitsland en de Elzas

Reacties zijn gesloten.