De totstandkoming van een nieuw gebedenboek voor sjabbat en door de week – zelf aan de slag, geen vertaling

Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap geeft een nieuw gebedenboek uit, een sidoer voor sjabbat en voor de week, in één band, met als titel: Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem. Het gebedenboek is geredigeerd en geordend door Ruben Vis. Over de totstandkoming ervan schreef hij een verantwoording, dat in feuilleton-vorm verschijnt. Deze week over zelf aan de slag gaan om een sidoer te maken, waarom er uiteindelijk geen vertaling in de sidoer staat en wat het sidoer voor sjabbat-gedeelte Chemdat Jamiem kenmerkt.
Reageren? Stuur een e-mail naar info@nik.nl
Wil je de nieuwe sidoer aanschaffen? Ga naar de WIZO Giftshop.

Zelf aan de slag

In augustus 2016 heeft een gesprek plaatsgevonden met de lay out-man van de Schma Kolenu in Jeruzalem, Israel. Zou hij de Nederlandse Schma Kolenu kunnen maken? Ja, was zijn antwoord maar met hulp van iemand die Nederlands begrijpt en die hem aanwijzingen geeft wat er aan Nederlands tussen de Hebreeuwse teksten moet staan en waar de Nederlandse vertaling naast het Hebreeuws moet staan. Omdat je dan wel haast naast elkaar achter het beeldscherm moet zitten is van deze in de praktijk volkomen onhaalbare optie afgezien.

Er bleef nog één optie over: we maken de nieuwe sidoer zelf. Dat werk hebben we aangevat, met de kennis en ervaring van de Haggada met Nederlands, Hebreeuws en fonetische tekst, en het boekje voor de avond van Tisja Beaw. Ongeveer zoals Dasberg zich geroepen zag een Tora-vertaling te maken (inleiding Choemasj Dasberg, blz. twee): “Toen herhaaldelijk in de vergaderingen van de Centrale Commissie van ons Kerkgenootschap de noodzakelijkheid werd bepleit van een nieuwe vertaling van de Tora, heb ik, gedachtig aan de uitspraak in Aboth 2:6: ‘Probeer daar waar geen mannen zijn een man te zijn,’ eens geprobeerd voor mezelf een vertaling te maken”.

We zijn begonnen met het eerste deel van de nieuwe sidoer, voor door de week. De eerste stap daarin was de bepaling van zaken als bladspiegel, lettertype, lettergrootte, letterafstand, regelafstand, zowel in het Hebreeuws als in het Nederlands. Ook is er een lijst aangelegd van aandachtspunten in de gebedsteksten. Waar wijkt Nederland af van Schma Kolenu; wat zijn nog ontbrekende teksten, etc.

Dankzij grote inzet van Fre Dusseljee is een proefdruk versie gereed gekomen op 13 maart 2017. De proefdruk is in 28 exemplaren gedrukt en in een ringband gevat. Vijf weken lang hebben de proefdruklezers de tijd gehad om hun commentaar en opmerkingen er bij te plaatsen. Die proefdruklezers waren een zo breed mogelijk gekozen groep mensen die ervaring heeft met het zeggen van de door-de-weekse gebeden, dus wel vaste sjoelgangers. Daaronder rabbijnen, zowel lid van het NCRZ als andere rabbijnen, zowel Amsterdammers als niet-Amsterdammers, mannen en enkele vrouwen.

Een belangrijke algemene opmerking bleek dat men op zich blij was met de dikke sjeva die in de Schma Kolenu onder een letter staat wanneer die wordt uitgesproken (sjeva na), maar dat deze dikke sjeva in bepaalde situaties consequent ontbreekt. Als de eerste letter van een woord een Vav sjoeroek is – een oe-klank dus, gevolgd door een letter met een sjeva er onder dan wordt de sjeva uitgesproken. Dus: oeveratson in plaats oevratson; oeveracha in plaats van oevracha; oelesjonenoe in plaats van oelsjonenoe. Zo is – uitzonderlijk – de regel in Nederland. Het betekent dat de hele eerstvolgende publicatie (de sidoer voor de gehele sjabbat) daarop moest worden gecontroleerd en waar er een sjeva kwam na een sjoeroek de sjeva alsnog dik is gemaakt.

Ook wilde vooral een aantal rabbinale meelezers dat stukken in het begin van sjachariet (ochtendgebed), die betrekking hebben op de offers, weer in de sidoer zouden terugkeren. Dat is dan ook gebeurd[1], evenals de inwilliging van het verzoek, ook al in de enquête gebleken, om het lajenen van mincha sjabbat en maandag- en donderdagochtend in het boek op te nemen.

Geen vertaling

In de tweede helft van 2017 kwam vanuit het Nederlands College voor Rabbinale Zaken het verzoek om nauwer betrokken te worden bij de opzet van een nieuwe sidoer. Een aantal NCRZ-leden had de proefdruk voor door de week niet ontvangen, en nadat alle NCRZ-leden die hadden gekregen vond een bespreking plaats met een delegatie bestaande uit de rabbijnen Vorst (J.), Evers (S.) en Katzman. Zij legden een aantal wensen op tafel, waaronder dat de Dasberg-vertaling wordt vervangen door een nieuwe vertaling dan wel een beschrijving of samenvatting van tekstgedeelten. In beide gevallen vergt dit veel werk en zij konden geen zicht bieden dat er op afzienbare termijn een nieuwe vertaling of beschrijving en samenvatting van de gebeden zou worden vervaardigd.

De vraag wie dit werk voor de gehele sidoer kan doen, qua capaciteit van vertalen en samenvatten en qua beschikbare tijd, is onbeantwoord gebleven. Het is hetzelfde probleem dat de Portugese uitgave parten speelde – de vertaling van rabbijn dr. B. Israël Ricardo is nog eens vijftig jaar ouder dan die van Dasberg – en waardoor er daar, zo legde redacteur Efraim Rosenberg mij uit, van een boek met vertaling is afgezien.

Voor de sidoer Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem is uiteindelijk gekozen geen vertaling op te nemen omdat er geen nieuwe vertaling beschikbaar was, nieuwer dan van Dasberg die wanneer er slechts lichte aanpassingen waren gemaakt, door de rabbijnen van het NCRZ als niet meer begrijpelijk wordt beschouwd voor de hedendaagse sidoer-gebruiker.

Sidoer voor de hele sjabbat

Intussen kwam er een verzoek voor zo’n tweehonderd exemplaren van een sidoer voor sjabbat, onvertaald maar wel nauwkeurig volgens de Nederlandse noesach en met de instructies in het Nederlands. Aan die opgave is vanaf begin 2018 gewerkt vanuit het digitale Schma Kolenu-materiaal dat eerder is gebruikt voor de Sjabbatsidoer en Sjabbat Thuis en voor het boekje voor de avond van Tisja Beaw. Met het doel deze sidoer voor het einde van het jaar af te hebben. Het materiaal is drukgereed gekomen in de week van sjabbat Bereesjiet. Verderop, in de paragraaf over de uitleg van de naam van deze sidoer blijkt de toepasselijkheid van de samenloop met deze sjabbat. De sjabbat waarop we over de zeven scheppingsdagen lezen.

De opmaak van Chemdat Hajamiem is zodanig dat het uitvoerbaar is zowel als boek in het standaardformaat van de Siach Jitschak (en bijna overeenkomend met de iets grotere Sjabbatsidoer) als ook in een grote letter publicatie; iets wat er voor Nederland nooit is geweest maar wat van nut zal zijn voor slechtzienden. Ook kan het in zo’n heel groot formaat dienen als sidoer voor de chazzan (voorzanger). Van Chemdat Hajamiem is in maart 2019 voor deze twee doelen in een heel beperkte oplage, een groot formaat-editie gemaakt.

Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem is een qua omvang makkelijk in de hand liggend boek voor wie thuis is in sjoel en het Hebreeuws voldoende machtig is om het zelf te lezen. Het is een gebedenboek voor degenen die op zich thuis zijn in de sjoeldienst, het Hebreeuws-lezen beheersen, en die aan basale instructies genoeg hebben. Voor wie meer uitleg en begeleiding nodig heeft, is er de prachtig vormgegeven Sjabbatsidoer van NIK-collega Henny van het Hoofd, die je je thuis laat voelen in de sjoeldiensten van vrijdagavond en sjabbatochtend.

Al te vaak doen zich situaties in de sjoeldienst voor waar er twijfel of onzekerheid bestaat over hoe de organisatie van de sjoeldienst op dit punt in de dienst of op deze bijzondere dag, zou moeten zijn. In Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem zijn instructies opgenomen die nuttig zijn bij het organiseren van het verloop van de dienst, zoals het oproepen, en wat te doen bij het lajenen (voorlezen) uit één, twee of drie sifre Tora (Torarollen), en instructies voor de diensten in een sjiva. Dergelijke instructies zijn opgenomen omdat ze nergens anders direct voor handen zijn.


[1] Chemdat Jamiem, p. 44-46

Deze stukken, dus behoudens Korban Hatamied, sjabbat en rosj chodesj, behoorden niet tot de Minhag Rheinus. Jonah Frankel, Lecheker Toledot Hasidoer HaAshkenazi, The Study of the Ashkenazi Siddur: 200 years after the Heidenheim Siddur, in: Jewish Studies – Mada’e Hajahadoet, 41, p. 31, 2002; Seder Hamachzor chelek Risjon, Sulzbach, p. 3b, 1794

Reacties zijn gesloten.