De totstandkoming van een nieuw gebedenboek voor sjabbat en door de week – kantelpunt, grote of kleine letters, beoordelen

Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap geeft een nieuw gebedenboek uit, een sidoer voor sjabbat en voor door de week, in één band, met als titel: Chemdat Jamiem / Sjesjet Jamiem. Het gebedenboek is geredigeerd en geordend door Ruben Vis. Over de totstandkoming ervan schreef hij een verantwoording, dat in feuilleton-vorm verschijnt. Deze week staan we stil bij een kantelpunt in het maken van gebedenboeken, bij het al dan niet plaatsen van teksten in grotere of kleinere letters en de beoordeling van het werk in proefdruk-versies.
Reageren? Stuur een e-mail naar info@nik.nl
Wil je de nieuwe sidoer aanschaffen? Ga naar de WIZO Giftshop.

Kantelpunt

Inmiddels zien we dat 2010 een kantelpunt is geworden. Tot dan was het vervaardigen van sidoerim voorbehouden aan een select groepje dat beschikte over de Hebreeuwse letters om de teksten te zetten of later, thuis was in ingewikkelde DTP-programma’s. In ons ‘Noesach-gebied’ zien we dat er sinds 2010 door verschillende mensen, in verschillende delen van de wereld, gebedenboeken zijn uitgegeven waar jarenlang aan is gewerkt. Naast Schma Kolenu bijvoorbeeld West-Asjkenazische Selichot (smeekgebeden) zonder dat je hoeft te bladeren, in Israel; een sidoer met pioetiem (gebedsgedichten) voor bijzondere sjabbatot (sjabbat-dagen) in New York; een sidoer die beoogt de meest authentieke West-Asjkenazische noesach te hanteren, met bijbehorend Sjabbat Zemirot (liederen) boek in Wenen; een Machzor voor de Hoge Feestdagen in Israel. In alle gevallen, ook in ons geval, is de beperktheid van papier en de extra arbeid die de zetters moeten plegen, vervangen door de behoefte aan meer ruimte, meer wit, gedaalde drukkosten en ‘copy paste’ in plaats van letter voor letter – inclusief klinker voor klinker! – handwerk.

Iedere kaddiesj en iedere alenoe (slotgebed) kan nu zijn plaats krijgen in de sidoer. Er is gelegenheid om ruimte tussen de gebeden te creëren. Daarom is de regelafstand wat vergroot, zijn de letters wat vergroot en zijn ze ietsje verder uit elkaar gezet. Tegelijkertijd hebben we voor een moderne strakke Hebreeuwse letter gekozen, de Hadasah.

Grote en kleine letters

Vrijwel alle sidoerim hanteren één lettergrootte waarin de gebeden staan afgedrukt. We hebben overwogen om bepaalde teksten groter en andere kleiner neer te zetten. Het zou visueel beter zijn. Maar de vraag wat groter en wat kleiner, is niet goed te beantwoorden. Moet je de belangrijkste teksten groter neerzetten of juist de teksten die men niet zo goed kent en die door ze groter neer te zetten makkelijker leesbaar worden? Maarsen stelt zich al deze vraag en concludeert dat afwisselende lettergrootte vooral een kwestie is geweest van voorradige letters in de drukkerij en andere min of meer willekeurige factoren[1].

Maarsen was bezig met de vervaardiging van nieuwe machzorim, ter opvolging van de 19e-eeuwse serie van Polak en Van Ameringen. In 1976 is overwogen om daar op voort te borduren. Uitgeverij Sinai in Tel Aviv was toen nog in het bezit van de matrijzen van een voor de oorlog door Maarsen gemaakte vertaling van het machzor voor eerste dag Rosj Hasjana en de volledige Hebreeuwse tekst voor eerste en tweede dag Rosj Hasjana[2].

Uiteindelijk hebben we de lijn van de meeste sidoerim gevolgd, zoals Koren, ArtScroll, Rinat Jisraël, Schma Kolenu en de Sjabbatsidoer, en alles even groot afgedrukt. Datgene dat niet door de hele gemeente wordt gezegd, zoals kaddiesj door de chazzan gezegd, staat iets kleiner.

Bij het ontwerpen van de pagina’s is er naar gestreefd om op veel plaatsen een gebedsdeel of een mizmor bovenaan een nieuwe pagina te laten beginnen. Dit is alleen al in het sjabbat-gedeelte gelukt op 71 van de 234 pagina’s, dus op bijna een derde van alle bladzijden.

Beoordeeld

Van de NCRZ-rabbijnen heeft rabbijn S. Evers het werk beoordeeld. Hij heeft zijn op- en aanmerkingen gegeven, ze gaan vooral over de instructies, de juiste toepassing van het Nederlands en de correcte weergave van een aantal voorschriften. Ook rabbijn H. Groenewoudt heeft het werk beoordeeld en zijn op- en aanmerkingen gegeven.

In de zomer van 2018 is het hele materiaal ook beoordeeld door opperrabbijn R. Evers die op veel plaatsen op- en aanmerkingen heeft geplaatst. Nauwgezette meelezers zijn zowel bij Chemdat als Sjesjet Jamiem voorts geweest Nachshon Rodrigues Pereira, Abby Israels en Michael Bloemendal, die alle drie met hun op- en aanmerkingen, en onderlinge gedachtewisselingen zeer hebben bijgedragen aan detailverbeteringen in de tekst van de gebeden en aanpassingen in de weergave van het lajenen. Ook E.D.E Bialoglowski heeft het materiaal doorgenomen en zijn opmerkingen er bij gegeven.

Al zal nooit een honderd procent score te realiseren zijn, door hun inbreng is de nauwkeurigheid van deze sidoer in grote mate toegenomen.

Onnauwkeurigheden die uit de Schma Kolenu-tekst zijn gehaald betreffen onder meer ontbrekende punctueringen zoals op enkele plaatsen een sjien zonder puntje erboven of een ontbrekende metteg bij een afwijkende klemtoon. Ook zijn de plaatsen aangegeven waar een makkaf moet staan gebaseerd op hoe de Tenach-brontekst traditioneel wordt geschreven. Van een aantal opmerkingen heb ik bericht gestuurd naar de lay out-man van Schma Kolenu, die als hij dat wil deze dan met zijn team verder kan delen.


[1] I. Maarsen, Groote en kleine letters, in: De Vrijdagavond, jaargang 1, 1925, 53, p. 418

[2] Notulen Permanente Commissie, 1976, 1298

Reacties zijn gesloten.