Lieve KodesjBoroechHoe

Rabbijn Shmuel Katzman, NIG Den Haag

Het is een bekende cyclus, de zonsondergang op 29 Elloel brengt een eind aan één jaar en begint gelijk aan een nieuw jaar. 5780 is achter ons, wij leven nu in 5781.
Maar 5780 was alles behalve ‘een jaar, zoals alle jaren’.
Rosj Hasjana vorig jaar leek wel op een ‘gewoon’ jaar…. Maar Pesach???
Daar wil ik het over hebben.

KBH, Uw Tora is vol met verwijzingen naar de Uittocht uit Egypte, met de opdracht om het te herdenken, aan onze kinderen door te vertellen. Dat doen wij vooral op Seideravond ve’higadeta l’bincha. Alle generaties komen bijeen rond dezelfde tafel en herbeleven het verhaal van de Uittocht.
In 5780 was dat niet mogelijk. Geen uittocht, maar een lockdown. Iedereen moest in zijn eigen woning blijven. Families konden niet bij elkaar komen, kleinkinderen konden de vragen niet aan hun grootouders stellen en grootouders konden de ervaring met hun kleinkinderen niet delen.

In Uw Tora draagt u ons op om onze kinderen te onderwijzen. Veshinantem l’wanecha. In grotere Joodse gemeenten zijn Joodse scholen opgericht, in Den Haag hebben wij geen school, wel een zondagsschool.
In 5780 moesten alle scholen hun deuren sluiten, ook onze zondagsschool. Kinderen konden niet naar school gaan, leraren konden geen les geven.

In de Aseret Hadibrot wordt ons opgedragen onze ouders te eren. Voor hen te zorgen. Er voor hen te zijn. Zorgen dat ze niet vereenzamen, dat ze zich in hun waarde blijven voelen.
Voor een groot deel van 5780 was dit niet mogelijk. Juist de ouderen moesten als ‘risicogroep’ weken en maanden in isolatie doorbrengen. Geen bezoek, geen omhelzing, met moeite konden boodschappen verzorgd worden.

Vehalachta bedrachav…. Van U leren wij hoe wij de meer kwetsbaren aandacht moeten schenken; U heeft Avraham bezocht tijdens zijn herstel, vandaar de mitswa van bikoer cholim – ziekenbezoek. U heeft Mosje’s stoffelijke overschot verzorgd na zijn overlijden, vandaar de mitswa van Halwajat hamet – het respect dat wij aan overledenen moeten tonen. U heeft Jitschak getroost in zijn tijd van rouw, vandaar de mitswa van Nichoem Awelim – rouwenden troosten in hun moeilijke tijd.
Het virus dat ons overviel in 5780 maakte het bijzonder moeilijk om aan die mitswot te voldoen. Ziekenbezoek werd ineens een kwalijke zaak. Je moest vooral uit de buurt blijven… Als er 10 mensen op een Lewaje mochten komen, was dat al veel… Sjwebezoek was ondenkbaar!

Er zijn ongetwijfeld allerlei (complot-) theorieën over hoe het gekomen is? Wie is de schuldige? Zijn de genomen maatregelen terecht of niet? Ik vertel het gewoon zoals het was, zoals wij het beleefd hebben!

Nu wil ik U vertellen hoe uw kinderen, wij het Joodse volk, ermee omgingen…
Hoe moeilijk en hoe treurig het was, hebben de mensen die wij verloren… en dat waren veel… het respect gekregen die hun toekwam.

Ik vertel het verhaal van Chaya Maimon:
“in eerste instantie was ik behoorlijk kwaad over hetgeen zich net afgespeeld heeft.”
Samen met haar familie kwam ze naar de oprit van het Lewajahuis waar ze de gelegenheid zouden krijgen om de laatste eer aan haar opa te bewijzen.
Moshe Grunwald was een gezegend man. In zijn jonge jaren heeft hij de verschrikkingen van WOII meegemaakt. Na de oorlog is hij naar de VS geëmigreerd, heeft daar een prachtig gezin zien opgroeien en was een zeer geliefd man in zijn gemeenschap. Hij straalde altijd positiviteit en vreugde uit. COVID-19 heeft hem doen bezwijken. In het ziekenhuis kon zijn familie hem niet bezoeken, niemand van hen was bij zijn bed zijn toen hij zijn laatste adem uitblies.
Nu stonden ze hier om toch in kleine kring van hun dierbare patras familias afscheid te nemen.
Gemaskerde mensen, gehuld in beschermende kleding, brachten de baar naar buiten, de familie vormde een kring en met een innig gevoel spraken ze samen de gepaste gebeden uit, inclusief kaddisj. Na enkele minuten werd de baar terug naar binnen gerold.
Het was doodstil. Iedereen stond bevroren op zijn plaats om het allemaal te laten bezinken.
“Het spijt mij verschrikkelijk, wij hebben ons vergist.” klonk de geschrokken stem van een medewerker die de stilte doorbrak. “Wij hebben de verkeerde kist naar buiten gebracht. Wacht heel even, wij brengen zo meneer Grunwald naar buiten.” Nu begrijpt u waarom Chaya Maimon zich kwaad voelde.
Totdat ze de rest van het verhaal hoorde. Wie was die eerste persoon waar de familie Grunwald bij had gerouwd? Het was een anonieme eenling, die al vier dagen dood in zijn appartement lag. Niemand wist van zijn dood, omdat hij niemand had! In ‘goede tijden’ is het helemaal niet vanzelfsprekend dat een minjan voor deze persoon bijeen zou komen, laat staan in coronatijd. Noem het toeval, of liever de G-ddelijke voorzienigheid, op die dag was er een minjan en er werd kaddisj gezegd.
“Dit kan geen toeval zijn!” zei Chaya. “Ik kende mijn opa als iemand die de schijnwerpers altijd gemeden heeft. Hij wilde nooit op de eerste rij zitten. Zelfs bij een Choepa van zijn kleinkind kon men hem niet zover krijgen om vooraan te staan en een van de Sjewa Brachot voor te zeggen. ‘Laat een ander dat doen, iemand die het echt verdiend.’ zei hij altijd. Zo in zijn leven, zo in zijn dood. Het respect dat wij, als familie, aan hem wilde tonen, heeft hij aan een ander overgedragen….”
Lieve KBH, Kavod hamet hebben uw kinderen niet overgeslagen.

Wat betreft het leren, laat ik u even vertellen hoe het ging.
Ver voordat de ‘gewone’ scholen uitgezocht hadden hoe met de nieuwe situatie om te gaan, paste de creatieve geesten van Uw kinderen snel alle technologische middelen toe om les op afstand te verzorgen. Veel van de ouders, noodgedwongen, kregen de smaak te pakken… en vonden de lessen best interessant. Al snel kwam de vraag: “Kunnen wij als vowassenen ook les volgen?”
Onmiddellijk ontstond er een heel scala aan lessen, sjieoerim, lezingen en allerlei leerprogramma’s. Overdag en ‘s nachts, in het weekend en doordeweeks. Interactief en klassikaal. Voor elk wat wils.
Fysiek bleven de school- en sjoelgebouwen gesloten, maar Uw kinderen konden geen afstand nemen van Uw Tora!

Dan kom ik terug bij Pesach.
Ik wil het verhaal van mevrouw Ernfeld vertellen….
Mevrouw is een flinke vrouw, woont helemaal zelfstandig. Zij is al vele jaren weduwe, reist heel graag naar de (klein)kinderen die allemaal ver weg wonen. Vooral met de Chagim is zij altijd bij een van haar kinderen. Nu voor het eerst zou ze Pesach helemaal in d’r eentje moeten vieren in haar flat. Vanuit hun eigen woonplaats deden de kinderen hun best om alles zo goed mogelijk te regelen. De plaatselijke kehila heeft voor een Pesach pakket gezorgd, zoals dat in zoveel kehilot is gebeurd. Ook de onze. De buren hielpen met boodschappen en eten koken.
Uitgaande Yomtov belt een van de zoons en vraagt hoe de Yomtov was. Het laatste wat hij had verwacht om te horen, is precies wat zijn moeder zei: “Het was geweldig! Ik heb lang niet zo’n aangename Seder gehad,” vertelde mevrouw Ernfeld. “De buurman, die verderop in de gang woont, stelde voor mijn deur open te laten. Hij zou dan hetzelfde doen, op die manier zouden wij minder eenzaam zijn. Ik kon horen hoe hij samen met zijn gezin de hele Seder vierde. Weet je, hij deed het precies zoals je vader het deed… dezelfde melodieën, dezelfde minhagim… zelfs dezelfde anekdotes…. het was echt een warm bad, ik voelde me verbonden met je vader en met ons erfdeel op een manier die ik al lang niet ervaren heb.”
Toen viel het kwartje bij de zoon, en hij vertelde “Ik vond het zo vreemd. Ik belde de buurman om iets over de boodschappen met hem te bespreken en hij begon vreemde vragen te stellen over de Seder bij ons thuis… Hoe zongen jullie dit? Hoe deden jullie dat? Ik heb hem netjes geantwoord, maar kon niet begrijpen waarom hij dat moest weten… nu snap ik het!”
De buurman deed veel moeite om nieuwe melodieën en gebruiken te leren, zodat zijn ‘eenzame’ buurvrouw zich minder eenzaam zou voelen.

Lieve KBH,
In ons collectieve geheugen dragen wij met ons allen de herinneringen van de oude glorie, gaan we terug naar Adam en Eva in het Paradijs, Koning David en Sjelomo in Jeroesjalaim. Wij dragen het visioen mee van Jesaja, Jechezkeel en de andere profeten.
Wij verlangen naar een einde aan deze situatie, maar niet slechts een vaccin. Dat zou fijn zijn, maar wij hebben grotere verwachtingen. Het visioen van onze profeten is een wereld visioen waar wij in plaats van ziekte en armoede genezing en welvaart zien. In plaats van oorlog en strijd zien wij vrede en harmonie. Een tijdperk vrij van zorgen om materiele gebrekken, de enige bezigheid zal zijn om U beter te leren kennen.
Daar verlangen wij naar, breng ons daarheen!

Sjofar Machzor

Reacties zijn gesloten.