Parasja Wajésjew – Chanoeka 5783

Rabbijn Shimon Evers

Bereesjiet/Genesis 37:1-40:23

Jehoeda, Tamar, Perets, Zerach, David, Mashiach

In de parasja van deze week staat het zeer opmerkelijke verhaal van Jehoeda en Tamar. Na de verkoop van Joseph, waarin Jehoeda een hoofdrol heeft gespeeld, maakte hij zich los van zijn broers. Hij trouwde en kreeg 3 zonen. Zijn oudste zoon trouwde met Tamar, maar overleed nog voor hij kinderen heeft. Jehoeda verzocht zijn tweede zoon om met Tamar te trouwen, maar ook deze zoon overleed kort na zijn huwelijk met Tamar. Jehoeda aarzelde om Tamar met zijn derde zoon te laten trouwen en stuurde haar met een smoesje terug naar haar ouderlijk huis in Timna. Daarna vertelt de Torah dat de vrouw van Jehoeda kwam te overlijden. Na de rouwperiode, ging Jehoeda naar zijn herders die bezig waren met het scheren van de schapen. Hij kwam langs de plaats Timna en Tamar hoorde dat haar (voormalige) schoonvader door Timna komt. Ze realiseerde zich dat zijn toezegging om met zijn jongste zoon te trouwen niet is nagekomen. Zij verkleedde zich als een publieke vrouw en zo wist ze Jehoeda naar zich te lokken. Hij had geen idee dat dit zijn schoondochter is. Tamar werd zwanger en het bleek zelfs een tweeling te zijn. Bij de bevalling gebeurde er iets opmerkelijks, eerst stak een van de kinderen zijn hand naar buiten en de vroedvrouw bond een rood lintje om zijn hand. Maar daarna brak de tweede door en kwam als eerste naar buiten. Hij kreeg de naam Perets – de doorbreker- en de ander kreeg de naam Zerach – de schijner. Uiteindelijk is Perets de stamvader van Boaz, Jishai en de latere koning David en binnenkort van Mashiach. Een verhaal dat veel vragen oproept en in het bijzonder de vraag, hoe kan het dat de afstamming van koning David en van Mashiach terug te brengen is naar deze opmerkelijke relatie tussen Jehoeda en zijn schoondochter Tamar? En wat is de diepere betekenis in het verhaal van de geboorte van de tweeling: Perets, die naar buiten breekt en Zerach, die schijnt?

Twee paden – Zerach en Perets

Globaal gesproken zijn er twee paden die wij in dit leven bewandelen. Sommigen hebben het voorrecht dat ze zonder enig probleem door het leven wandelen. Het leven ‘schijnt’ hen toe en alles gaat ‘easy going’. Het ‘Zerach-pad’. Maar de meesten van ons worden geconfronteerd met tegenslagen, barrières waar we doorheen moeten breken, hobbels die we moeten nemen. Het ‘Perets- pad’

En wanneer we kijken naar het hele joodse volk, dan zien we ditzelfde verschijnsel. Er zijn tijden en omstandigheden geweest, waarin het heel goed ging met het joodse volk (Zerach) maar er zijn ook tijden en omstandigheden geweest, waarin het joodse volk geconfronteerd is geweest met allerlei narigheid, waar we doorheen moesten (Perets).

Het feit dat onze grootste koning David en Mashiach afstammen van de relatie tussen Jehoeda en Tamar, leert ons dat onafhankelijk van de zuiverheid van onze afstamming we kunnen komen tot grootheid. Voor de meesten van ons geldt dat we af en toe geconfronteerd worden met tegenslagen, waar we doorheen moeten breken om weer licht in het leven te brengen.

Chanoeka

Bovenstaande gedachte is ook de kern van Chanoeka. We werden geconfronteerd met onderdrukking, met beperking in de beleving van ons jodendom. Uiteindelijk zijn we daar doorheen gebroken en was er een schijnende viering van de herwonnen vrijheid. Dat vieren we elk jaar opnieuw door het licht van de menora naar buiten te laten schijnen. En een weinig licht verdrijft veel duisternis!

Reacties zijn gesloten.