Parasja Wajigasj 5783

Rabbijn Shimon Evers

Beresjiet/Genesis 32:4-36:43

Sjema

Het heeft 22 jaar geduurd tot Ja’akov en zijn geliefde zoon Joseph elkaar weer ontmoet hebben. Al die tijd heeft Ja’akov gerouwd en getreurd over het gemis van zijn geliefde zoon. In deze parasja heeft Joseph zich bekend gemaakt aan zijn broers en in opdracht van Par’o heeft hij zijn vader en zijn broers met hun hele familie naar Egypte laten komen. Ja’akov is inderdaad naar Egypte afgedaald, al was dat met grote aarzeling. Toen Ja’akov in de buurt kwam, is Joseph hem tegemoet gegaan: “Joseph spande zijn wagen in en trok op, zijn vader Jisrael tegemoet naar Gosjen. Hij (Joseph) verscheen aan hem en viel hem om de hals en huilde intens om zijn hals hangend.” Rashi merkt op dat Ja’akov zijn zoon Joseph niet om de hals viel en hem niet kuste. Onze geleerden verklaren dat Ja’akov op dat moment Sjema zei.

Opmerkelijk, hoe kon Ja’akov op dat moment überhaupt Sjema zeggen? Was hij niet overmand door emoties? Zoals gezegd, 22 jaar lang was hij ontroostbaar geweest. En juist nu is het moment om Sjema te zeggen!?

De Maharal: Omhoog gericht

De Maharal van Praag (1512-1609) verklaart dat de gevoelens van liefde bij Ja’akov op dat moment zo intens waren, dat Ja’akov besloot om deze intense liefde ‘omhoog’ te richten naar Hashem. Om dit goed te begrijpen, moeten we wat dieper ingaan op Sjema en wat we verklaren bij het uitspreken van Sjema.

Sjema Jisrael, Hashem Elokénoe, Hashem Echad. Luister Jisrael (joods volk), Hashem onze G’d, Hashem is één. In plaats van Hashem moeten we hier de 4-letterige naam van Hashem lezen, maar vanwege de bijzondere status van deze naam, schrijven we nu Hashem. Elke naam die wij aan de Allerhoogste geven heeft ook een diepere betekenis. En vaak meer dan één betekenis. De 4-letterige naam van Hashem duidt op de eigenschap van Rachamiem – medelijden. De naam Elokénoe (Elokiem) duidt op de eigenschap van Dien – recht, strengheid. Hiervan uitgaand betekent de zin Sjema: Luister Jisrael, soms worden wij geconfronteerd met de G’ddelijke eigenschap van medelijden en soms met de G’ddelijke eigenschap van recht en strengheid. Wij geloven dat Hashem Echad, het is allemaal de eigenschap van Rachamiem – medelijden.

Opperrabbijn Sacks: “Why bad things happen to good people?”

Ja’akov confronteert ons hier met een zeer moeilijk geloofsprincipe. Een principe waar velen het moeilijk mee zullen hebben. Soms worden we geconfronteerd met allerlei zaken in ons leven, die we maar heel moeilijk kunnen duiden. Vragen in het klein en vragen in het groot waar we geen antwoord op hebben. Onlangs een interview beluisterd met de overleden opperrabbijn Sacks z”l  over de vraag “Why bad things happen to good people?” Hij brengt dat deze vraag al gesteld is door onze aartsvader Awraham, door Moshé, door de grote profeten. Het is een vraag die de grote geleerden in ons volk stellen. In zijn antwoord geeft hij duidelijk aan dat wij mensen het antwoord niet hebben op deze vraag. Hij stelt dat G’d niet wil, dat wij het antwoord op deze vraag hebben, zodat we nooit het kwaad als ‘normaal, gerechtvaardigd’ zullen accepteren. En hij noemt nog twee belangrijke punten. We mogen en we moeten die vraag stellen. En we moeten het slechte bestrijden en niet accepteren dat het zo moet zijn. Doktoren moeten proberen te genezen, economen moeten proberen armoede te bestrijden, docenten moeten onwetendheid tegen gaan, enz. (Via Google, Rabbi Sacks “Why bad things happen to good people?”, is dit filmpje makkelijk te vinden en het is een aanrader)

Ja’akov leert ons dat we geloven dat het uiteindelijk allemaal ten goede is, zelfs als zaken ons begrip te boven gaan.

Reacties zijn gesloten.