Parasja Wa’era 5783

Rabbijn Shimon Evers

Sjemot / Exodus 6:2-9:35

De rol van Aharon in de bevrijding van het joodse volk.

Vaak worden ze in één adem genoemd, de broers Mosje en Aharon, die leiding hebben gegeven aan het joodse volk bij de Uittocht uit Egypte. Meestal wordt eerst Mosje genoemd, de jongere broer en daarna Aharon. In deze parasja wordt nogmaals de afstamming van deze broers vermeld en daar staat eerst Aharon en daarna Mosje. Rasji legt uit dat deze omdraaiing van de standaardvolgorde komt om ons te leren dat de broers gelijkwaardig waren. Bij een aantal gebeurtenissen in deze parasja speelt Aharon een zeer belangrijke rol.

Aharon zal jouw vertolker zijn.

Toen Hashem aan Mosje de opdracht gaf om het joodse volk te leiden, reageerde Mosje niet direct zeer enthousiast. Het heeft een week geduurd tot Mosje uiteindelijk de opdracht heeft geaccepteerd. Het laatste bezwaar dat Mosje opperde was: “Stuurt U toch door middel van degene die U gewend bent te sturen!” Mosje doelde hier op zijn broer Aharon, die nog in Egypte was en die kennelijk ook in Egypte contact had met Hashem. Hashem is maar gedeeltelijk akkoord gegaan met dit verzoek; Mosje wordt de leider van het joodse volk en Aharon zal de vertolker van zijn boodschap zijn. Hashem voegt toe dat Aharon hem (Mosje) tegemoet zal komen en blijdschap in zijn hart zal voelen wanneer hij zijn broer na zoveel jaren zal zien. Rasji legt uit dat die oprechte blijdschap van Aharon hem ook een beloning heeft opgeleverd. Dankzij deze blijdschap in zijn hart, kreeg Aharon het voorrecht om het sieraad van het borstschild van de Hogepriester op zijn hart te dragen.

De staf die in een slang veranderde

Hashem heeft de opdracht gegeven om opnieuw naar Par’o te gaan om de vrijlating van het joodse volk te eisen. Zoals al aangekondigd was, weigerde Par’o. Vervolgens gooide Aharon zijn staf op de grond en de staf veranderde in een slang. Par’o was niet erg onder de indruk hiervan, want zijn wijzen en tovenaars konden dit ook met hun toverspreuken. Ook zij wierpen ieder hun staf op de grond en ook die staven veranderden in slangen. ‘Daarna verslond de staf van Aharon de andere staven.’ Volgens Rasji gebeurde dit nadat de slang van Aharon weer veranderd was in een staf. Rasji laat zich niet uit over de staven van de tovenaars.

De boodschap naar Par’o was een duidelijke. Uiteindelijk zal het joodse volk jou en je volk verslinden en zal er niets overblijven van jullie, indien je blijft weigeren om het joodse volk te laten gaan. Het is ook een verwijzing naar de eerste slang in de geschiedenis, de slang uit het Gan–Eden, het paradijs. Die slang had zich misdragen ten opzichte van Chawa en tot op de dag van vandaag moet de slang onder die gevolgen lijden. Par’o heeft de waarschuwing in de wind geslagen. Hij zag dit als tovenarij en het ontbrak niet aan tovenarij in het oude Egypte.

Nog een opmerkelijk detail. Nadat de staf/slang van Aharon de anderen had opgegeten, was hij niet dikker geworden. Hier krijgen we een detail te zien van de persoonlijkheid van Aharon. Meestal zien we dat de overwinnaar zich groots voelt, als het ware opzwelt na zijn overwinning. Aharon bleef dezelfde bescheiden Aharon, vóór en ná de geschiedenis met de staf/slang.

De eerste drie plagen.

Het is opmerkelijk dat de daadwerkelijke uitwerking van de eerste drie plagen niet door Mosje geschiedde, maar door Aharon. Aharon sloeg met zijn staf op het water en het water veranderde in bloed. Aharon strekte zijn staf uit over de wateren van Egypte en zorgde ervoor dat de kikkers uit het water kwamen en doordrongen tot overal in Egypte. En Aharon strekte zijn staf uit en sloeg op het stof van de grond, waardoor het in ongedierte veranderde. Waarom heeft Mosje de uitvoering van deze plagen overgelaten aan zijn broer Aharon?

Onze geleerden verklaren dit. Mosje is gered doordat hij in het water is geplaatst. En later heeft Mosje een Egyptenaar, die een mede-jood mishandelde, gedood en zijn lichaam begraven in het zand. Mosje was dus een zekere dank verschuldigd aan deze levenloze materialen, die hem hadden geholpen. Daarom was het onjuist als Mosje het water en het stof zou treffen en is het zijn broer Aharon geweest die dit gedaan heeft. We noemen dit ‘hakarat hatov’, erkennen van het goede. En de conclusie moge duidelijk zijn. Indien dit principe al van toepassing is ten opzichte van levenloze materie zoveel te meer ten opzichte van levende wezens en zeker ten opzichte van onze medemens. En dat hoeft niet altijd zo ingewikkeld te zijn. Een keertje extra ‘bedankt’ zeggen kan al wonderen doen!

Reacties zijn gesloten.